Boekbesprekingen InZicht 2008
|
AUTEUR |
TITEL |
|
Premananda |
‘Papaji amazing grace' |
Premananda
‘Papaji amazing grace'
344 blz., € 24,80, ISBN 978-0-9555730-0-2
te bestellen op www.openskypress.com
In deze nieuwe Engelstalige publicatie interviewde Premananda vijftien zoekers naar Waarheid die bij Papaji (H.W.L. Poonjaji) verbleven in de periode van 1990 tot 1997. De meeste van deze dialogen vonden plaats in Lucknow (de verblijfplaats van Papaji) in de jaren 1992 tot 1996, toen Premananda een actief lid van de Sangha was. Het zijn de verhalen van onder meer een zakenman, een huisvrouw, een marine-officier en een psychologe. Sommigen waren aanhangers van Osho of van Hare Krishna geweest, anderen reisden de wereld rond en kwamen uiteindelijk bij Papaji terecht. Ondanks hun verschillende nationaliteit en achtergrond hadden ze allen een intens verlangen om spiritueel te ontwaken. Bij Papaji vonden ze waar ze zo naar hunkerden. Pratima, geboren in Liverpool, zegt hierover: "Ik had vele verschillende wijze en mooie meesters om me te begeleiden. Maar ik heb nooit een meester gehad zoals Papaji. Hij toonde me dat ik er reeds ben, en altijd geweest ben. Ik was het vergeten. Alles is perfect zoals het is. Er hoeft nergens naar gezocht te worden. Er is alleen de eenvoud van aanwezig zijn in het nu." Door zijn magnetische kracht en charisma maakte Papaji bij allen een diepe en onvergetelijke indruk. In zijn aanwezigheid was de stilte tastbaar geworden. De Duitser Patrick formuleert het als volgt: "Papaji was een siddha (iemand met een grote yogische kracht) en een jnani (iemand die het Zelf gerealiseerd heeft), maar bovenal was hij een bhakti (een aanbidder van God)." De meesten van de geïnterviewden verbleven een tijd(je) in het huis van de meester. Hierover vertelt Peter (afkomstig uit Zwitserland): "We hadden geluk om in de aanwezigheid van zo'n meester te zijn. Het was niet alleen zijn compassie, kunde en buitengewone genade die ons zo raakte, maar ook zijn menselijkheid." In de laatste dialoog beschrijft Ram Charan de dood van Papaji op 6 september 1997.
Het boek bevat niet alleen vijftien verhalen, maar ook vierendertig tot nu toe ongepubliceerde kleurenfoto's van Papaji. Deze nieuwe uitgave is dan ook een ode aan hem. Ze geeft je een indringende kijk op het leven en werk van deze opzienbarende advaita-leraar. Daarnaast biedt ze de lezer hoop, moed en inspiratie op het pad van verlichting.
Danny Senesael
-----------
Yasmin Verschure
Bakens van licht
Uitgeverij Schors, 2007
160 blz., € 14,90
ISBN 978-90-6378-736-3
Dit is al het zevende boek van Yasmin Verschure, maar deze publicatie is anders van opzet.
Hij bestaat uit 366 dagteksten, één voor elke dag. Deze uitgave is een distillatie van korte stukjes tekst die afkomstig zijn uit haar boeken en nieuwsbrieven. Elke tekst is een zaadje voor de ziel, die tot bloei zal komen wanneer de tijd er rijp voor is. Zo lees ik op acht april: "De weg die we bewandelen ligt min of meer vast. De keuze die we hebben is of we onze weg wensen te gaan in een voertuig met of zonder vering. In het ene geval zullen we alle hobbels van de weg voelen, in het andere geval voelen we geen enkele hobbel. De enige keuze die we hebben is dat we onze weg kunnen gaan vanuit weerstand of met vreugde."
Yasmin raadt de lezer aan om tussen de woorden de innerlijke stilte te ervaren. Sommige teksten verwijzen naar het non-dualisme, andere stukken bieden de lezer inzicht, maar de meeste dagteksten geven je moed en hoop om vol vertrouwen het pad te bewandelen. Dit vreugdevolle boekje kan je elke dag van het jaar inspireren.
Danny Senesael
----------
Douwe Tiemersma
Openingen naar Openheid
Uitgeverij Advaita Centrum Leusden
Gebonden 144 blz., € 14,50
ISBN 978 90 77194 04 1
Openingen naar Openheid, het nieuwe boek van Douwe Tiemersma, bestaat uit een verzameling oneliners (niet twee, niet twee), elk vergezeld van een korte verklarende tekst. Het boek is bedoeld om regelmatig ter hand te nemen en de teksten telkens een kleine bres te laten slaan in het onafgebroken geroezemoes in onze hoofden. Het creëren van deze openingen gebeurt niet door met breekijzers en mokerslagen deze immer bewegende tredmolen te lijf te gaan. De teksten in dit boek hebben meer de allure van lichtstralen die op de door ons zelf geschapen werkelijkheid vallen, met de bedoeling meer helderheid en inzicht te verschaffen. Bij lichtstralen, ongrijpbaar als ze zijn, is de kans minder groot dat ze opgenomen worden in onze verhalen en ten prooi vallen aan onze voortdurende neiging tot conceptualiseren. Elke lichtstraal is een uitnodiging om ons denken, al is het maar voor een enkel ogenblik, te laten voor wat het is en op te gaan in de Openheid. De woorden in dit boek lijken rechtstreeks voort te komen uit de Openheid en zich te richten tot iedereen die zijn of haar zelfonderzoek wil radicaliseren: "Doorzie hoe betrekkelijk elk verhaal is. Doorzie elke uitspraak als betrekkelijk. Zet niets vast. En wanneer alles op drift komt, wanneer niets vaststaat, wat dan? Dan komt er een diepe ervaring van loslaten en stilte."
Het boek, 17 bij 17 cm, is mooi en stevig gebonden. Het lijkt me een betrouwbare metgezel op de reis naar de plaats vanwaar je nooit vertrokken bent. Het boek is niet verkrijgbaar in de reguliere boekhandel, maar wel te bestellen door overmaking van € 14,50 op bankrekening 38.68.78.110 t.n.v. Uitgeverij Advaita Centrum te ‘s Gravendeel, met vermelding van de boektitel.
Jan Coppens
--------------
Florian Tathagata
‘Zijn'
Uitgeverij Samsara, 2007
Paperback 128 blz., € 14,95, ISBN 978-90-77228-43-2
Dit compacte boekje (118 pagina's) bevat de neerslag van gesprekken over Zijn die Florian Tathagata heeft gevoerd met de deelnemers aan een 10-daagse retraite aan de voet van de berg Arunchala in India.
De dialogen handelen met name over alles wat de ervaring van dit moment in de weg kan staan: gedachten, gevoelens en overtuigingen over relaties, verlichting, etc. Florian ontwart de knopen bij de deelnemers aan de retraite (en via hen ook bij de lezers) ervaringsgericht, betrokken en zonder veel bloemrijke, spirituele taal.
Een steeds terugkerend punt hierbij is dat de (vaak automatische) weerstand tegen onze ervaring het grootste obstakel is. Daarbij verstrakken we en reageren we volgens ingesleten gewoontes. Door deze bescherming van het hart te zien en op te geven ontstaat er weer openheid voor ‘wat is'. Florian noemt dat ‘naakt leven'.
Tussen de dialogen staan korte teksten over Zijn, waarbij mijn persoonlijke favoriet is: ‘Leef het leven zonder de last van "mijn leven".'
Eén bedenking heb ik bij dit boekje: waar Florian ergens in het begin stelt dat ‘je iemand voelen een valse scheiding geeft tussen gewaarzijn en de ervaring', daar heeft hij het verderop over ‘de confrontatie aangaan met patronen' en ‘verantwoordelijk zijn voor je patroon'. Nu worden woorden snel verkeerd begrepen als het gaat om zoiets als het non-duale, maar die laatste twee zinsneden klinken in mijn oren als een recept voor zelfverbetering en daarmee als versterking van het ervoor genoemde ‘je iemand voelen'.
Daarmee lijken een non-duale en een duale insteek hier onder één dak samen te wonen. Dit kan op zich heel interessant zijn, als wordt toegelicht hoe beide zich tot elkaar verhouden, maar juist dat miste ik in dit verder mooie boekje.
André De Jong
-----------
Ger Heupink
‘Golf zoekt oceaan'
Uitgeverij Boekscout.nl, Soest
206 blz., € 16,95
ISBN 978-90-8834-162-5
Het non-dualisme is in opmars. De hedendaagse zoeker zal zeker hebben opgemerkt dat boekwinkels steeds meer plankruimte reserveren voor schrijvers die hun ware natuur hebben ontdekt. Een van deze schrijvers is Ger Heupink, econoom van beroep. In ‘Golf zoekt oceaan' (geïnspireerd door de bekende zengelijkenis) zet hij de grondbeginselen van "leven als Bewustzijn" uiteen. Uitgebreid gaat hij in op misverstanden, valkuilen en conditioneringen die men op het spirituele pad kan tegenkomen. Zijn wortels liggen onder andere bij advaita, en wie daarmee vertrouwd is zal zijn boek zeer toegankelijk vinden. Dit is overigens ook een belangrijk minpunt. Want hoewel toegankelijk biedt ‘Golf zoekt oceaan' de doorgewinterde lezer weinig nieuws. Heupink geeft ook zelf toe zich vooral op de spirituele nieuwkomer te richten. Maar daarvoor is het boek nu juist weer te moeilijk. De inzichten en gevolgtrekkingen zijn stuk voor stuk raak, maar te bondig geformuleerd. De beginner loopt zo tegen een muur van diepzinnige kennis op en het risico bestaat dat hij het boek na het eerste hoofdstuk duizelig naast zich neerlegt. Ik ben daarom benieuwd naar een eventueel volgend boek en hoop dat de schrijver daarin wat gas terugneemt, want zijn scherpe analytische benadering is het zeker waard gelezen te worden.
Frans Hasselaar
----------------
‘Open voor de Bron'
Douglas Harding
Uitgeverij Samsara, 2007
Paperback 236 blz., € 19,95, ISBN 978-90-77228-61-6
Dit is een lijvig boek (meer dan 200 pagina's) over de visie en het werk van de Engelse filosoof Douglas Harding (1909-2007), samengesteld door zijn vriend Richard Lang. Eindelijk is er opnieuw een boek in het Nederlands beschikbaar. Gedurende meer dan 60 jaar heeft Douglas de wereld rondgereisd om zijn geniale experimenten te delen met iedereen die interesse toonde. Elke zoeker die de instructies van Douglas volgde was verbaasd hoe deze eenvoudige experimenten zo'n sterke impact konden hebben - ook bij spirituele zoekers die dachten reeds 'vergevorderd' te zijn.
Maar nooit was Douglas bereid - ondanks zijn mooie baard en doordringende stem - om de rol van goeroe te spelen. Telkens opnieuw adviseerde hij zijn toehoorders om hun eigen autoriteit te zijn en niet op anderen te vertrouwen in hun zoektocht naar hun ware Zelf. Nooit trok hij de aandacht naar zichzelf als persoon. Steeds opnieuw wees hij - letterlijk - naar datgene wat je werkelijk bent, in tegenstelling tot wat anderen verteld hebben dat je bent. En dat verschil is immens.
Eind jaren 90 heeft hij bij mij thuis een satsang gegeven voor enkele vrienden, en opnieuw was hij weer even begeesterd, enthousiast en gedreven om de mensen rondom hem uit te nodigen zelf op zoek te gaan naar hun ware identiteit via zijn unieke experimenten.
Achteraan in dit boek (p. 193) worden trouwens zijn belangrijkste experimenten beschreven. Ze blijken nog steeds verrassend eenvoudig van opzet, maar toch heel krachtig te zijn. Zowel in Nederland als in België worden regelmatig workshops georganiseerd die de traditie van Douglas Harding voortzetten. Dit boek kan daarbij een mooie leidraad zijn. Een aanrader.
Jan Kersschot
-----
Jan van Delden
‘Zelfrealisatie - is dit nu alles?'
Samsara uitgeverij, Amsterdam, 2007
180 blz., € 34,50, ISBN 978-90-77228-48-7
'Zelfrealisatie - is dit nu alles?' is een vrolijk boek, vol prachtige plaatjes. De zorg straalt ervan af. En dan heeft het ook nog eens twee dvd's achterin. Vernieuwend, van deze tijd. Geen heilig gedoe, gewoon met alle mediale middelen ertegenaan. De ondertitel ‘Is dit nu alles?' geeft op caleidoscopische wijze de ‘leer' van Jan van Delden weer. Wie wel eens bij zijn lezingen is geweest, weet dat hij denkt en praat in beelden. Bij de bezoeker wisselen lachen en verbijstering elkaar in moordend tempo af. Het boek is een tour de force, in die zin dat de volledige verbeelding van Jan er een plek in heeft gekregen. Met dank aan de heroïsche inspanningen van illustrator Kees Schreuders. Omdat Jan zelf wegens woordblindheid nooit zo'n boek zou kunnen schrijven, is ook een vermelding van ghostwriter Peter van Steenwijk op zijn plaats. Knap is dat beide heren in hun vertaling naar de bladspiegel zowel de spreektrant als de verbeelding van Jan weergaloos intact hebben gelaten. Het bekijken van de dvd's is een hele zit, in totaal bijna vier uur. Maar dan krijg je ook wat, want Jan is in vorm. Als je daarna weer gaat lezen, krijgt het boek nóg meer kleur dan eerst. Een feest!
Maar wat ís die leer van Jan eigenlijk? Dat is de keerzijde van het verhaal, want onder alle kleurige vrolijkheid gaat een barse boodschap schuil. Jij, de persoon, bestaat uit vele subpersoontjes. Jan van Delden noemt ze de ‘jantjes'. Het zijn er in het verhaal van Jan maar liefst 108, en geen van die persoontjes kan ‘mee' naar dat waar die persoon schijnbaar naar op zoek is: zelfrealisatie. Sterker nog, stiekem zal die persoon er alles aan doen om zelfrealisatie te voorkomen, omdat daar de persoonsdood wacht. En áls zelfrealisatie dan toch door genade een feit is, blijkt het echte werk nog te moeten beginnen. Al die 108 jantjes moeten worden ‘gedood', gepasseerd als niet echt bestaand. Waarna ze de rest van je leven gewoon blijven doorkleppen in de Hades.
Een hopeloze zaak dus, en dat verpakt in één grote feestneus. Met diepgang en waarheid op elke pagina en in elk woord, in een schier eindeloze perspectiefwisseling. En wat vindt de lezer daarvan? Dat is sterk afhankelijk van waar de lezer ‘is'. Voor mij als Jan-kenner én -adept is het een symfonie, een triomf. Voor enkelen van mijn vrienden, die minder met Jan hebben, een gedram waar maar geen eind aan lijkt te komen.
Maar hoe je het emotioneel ook interpreteert, ik durf hier de stelling aan dat ‘Zelfrealisatie' een uitermate belangrijk boek is in de Advaitaliteratuur. Dit is hoe in déze tijd, met de techniek en de intellectuele ruimte van vandaag, een absolute topper de ‘kwestie' belicht. En dat in het kleine Nederland. Koop dat boek!
Robbert Bloemendaal
---------------
Aart van Wijk
‘Exit Ego'
Uitgeverij: Zeven Eeuwen, www.7eeuwen.nl
128 blz., € 18,95, ISBN 978-90-78334-05-7
Dit boek gaat over de vernietigende werking van het ego op onze samenleving, door de auteur, Aart van Wijk, ‘het laatste taboe' genoemd.
Aart van Wijk werd in 2001 bij een reorganisatie ontslagen en scheidde enige tijd daarna van zijn toenmalige vrouw. Dit leidde bij hem tot een periode van bezinning, waarbij hij zich naar eigen zeggen wist te bevrijden van zijn illusies, en het schrijven van boeken over de menselijke geest zijn passie werd.
Het grootste deel van dit boek bestaat uit voorbeelden uit de wereld om ons heen (de politiek, de wetenschap, de economie, bekende Nederlanders), die moeten illustreren hoe het ego zijn verwoestende werk doet. Onder anderen Geert Wilders, Roel Pieper en George W. Bush passeren de revue. De auteur geeft aan hoe ze verblind door hun ego niet voor oplossingen zorgen, maar juist meer problemen veroorzaken.
De oorzaak, het ego, ziet de auteur als ‘een vergaarbak van emoties, pijnlijke herinneringen, doorgegeven evolutionaire angsten van onze voorouders en onverwerkt verdriet uit onze jeugd'. De oplossing ligt volgens de auteur in het ontstijgen van ons ego. Hiervoor hoeven we niet verlicht te worden, als we maar met discipline en volharding steeds bewustere keuzes gaan maken. Hoe dit precies in zijn werk gaat wordt verder niet echt uitgediept. Wel worden er voorbeelden gegeven (onder andere van Eckhart Tolle). Tot slot wordt er ingegaan op een aantal voorspellingen uit zeer verschillende kringen (onder andere het oude Egypte, de Maya's, oosterse tradities, westerse astrologie) waarin op korte termijn een belangrijke ‘draai' naar een hoger bewustzijn wordt voorspeld. Het boek sluit af met de uitnodiging aan de lezer om aan deze verandering deel te nemen.
Zelf had ik moeite met de toon van het boek. De vele uitroeptekens, kaders, verschillende lettertypes en vetgemaakte stukjes tekst maakten het lezen tot een nogal hijgerige ervaring. Daarbij debiteert de auteur veel stevige meningen over politici en bekende Nederlanders, zoals op blz. 88: "Roel Pieper en Bob Smalhout zijn treffende voorbeelden van hoogleraren die door hun functie van alles verstand menen te hebben. Ze orakelen te pas en te onpas. En matiging, zelfreflectie en bescheidenheid zijn hun vreemd."
De auteur zelf beseft dit laatste blijkbaar ook en citeert in zijn nawoord Moeder Theresa ("Als je oordeelt, geef je geen liefde"), waarbij hij stelt dat het hem gaat om de daden van betrokken mensen en niet om hen als mens. En in het voorwoord stelt hij dat "de pittige toonzetting" van zijn boek "niet bedoeld is als een liefdeloos oordeel in de richting van de mensen die genoemd worden. Soms vraagt de waarheid om een verbale confrontatie, en soms kan de liefde pittige woorden hanteren om het ego zich bewust te laten worden van zijn eigen kronkels".
Mijn eigen ervaring met ‘verbale confrontatie' en ‘pittige woorden' is helaas een andere: meestal leiden ze tot polarisatie, en maar zelden tot meer bewustzijn. De in dit boek veelvuldig genoemde Geert Wilders is daar mijns inziens een van de beste voorbeelden van.
André de Jong
----------
Adhyashanti
‘Dansende leegte'
Uitgeverij Samsara
352 blz., € 21,50, ISBN 978-90-77228-57-9
Adhyashanti werd geboren in Californië in 1962 en kreeg de naam Stephen Gray. Op zijn
negentiende begon hij zijn zentraining onder leiding van een leerling van Maezumi Roshi
en een leerling van Suzuki Roshi. Hij beoefende gedurende vijftien jaar intens zenmeditatie,
tot hij op basis van een aantal diepgaande ervaringen zijn ware aard realiseerde. Op uitnodiging van zijn leraar Arvis Justi begon hij daarna onderricht te geven. Dit lijvige boek is een verzameling van Adya's lessen, geselecteerd uit honderden dharmalezingen die hij tussen 1996 en 2002 gaf tijdens satsangs, weekendseminars en retraites. Er komen veel thema's aan bod, waaronder ontwaken, satsang, openheid, onschuld, stilte, bewustzijn en vrijheid. Volgens Adya is het doel van zijn onderricht ontwaken uit de droomstaat van afgescheidenheid om de werkelijkheid van het Ene te realiseren. Het gaat erom je bewust te worden van wat je werkelijk bent en dat dan zijn. Ontwaken is het einde van de zoeker, maar het begin van een leven vanuit je ware aard. In het hoofdstuk ‘Ontwaken' licht hij op fraaie wijze de parabel toe die aangeeft dat het makkelijker is voor een kameel om door het oog van een naald te kruipen dan het voor een rijkaard is om in de hemel te komen. Er is maar één ding dat wel door het oog van de naald kan kruipen, en dat is ruimte, je eigen niet-zijn.
Toen Adya een diepe bewustwording ervoer, ontdekte hij drie kenmerken: wijsheid, onschuld en liefde. Bewustwording ontsluit wijsheid, onschuld geeft je het gevoel dat het leven altijd weer nieuw is en de liefde die verschijnt is een liefde voor alles wat er is. Hij ontdekte dat het beter is om je niet op één ding te richten, maar alleen maar aanwezig te zijn, ofwel volledig ontvankelijk te worden. Zo zegt hij: "Deze staat van zijn heeft het kenmerk dat zij moeiteloos is. Een rustige geest die door concentratie bereikt is, wordt een doffe geest, niet een vrije geest." Adya waarschuwt dat een spirituele zoeker verslaafd kan raken aan spirituele roeservaringen en zo de waarheidservaring kan mislopen. De intellectuele component van deze verslaving is het geloof dat als je maar genoeg dergelijke ervaringen hebt, je je voortdurend fantastisch zult voelen. De spirituele roes wordt gevolgd door een spirituele depressie. Het komt erop aan niet meer te verlangen naar dergelijke ervaringen. Vrijheid heeft niets te maken met het laten voortduren van een bepaalde ervaring, omdat de aard van ervaring bewegen is. Een ander gevaar is het stellen van eisen. Hierover zegt hij: "Er is een eenvoudig recept om gelukkig te zijn. Laat gewoon de eis die je aan dit moment stelt varen. Hou op met vrede na te jagen en hou op met liefde na te jagen, en je hart vult zich. De verlichtingservaring is dat er niets hoeft te veranderen." Het laatste hoofdstuk bevat een interview met Adya over zijn zoektocht. Deze nieuwe publicatie is direct en eerlijk, vrij van zenjargon, soms confronterend, soms uitnodigend, maar steeds verwijzend naar de essentie. Zijn benadering van bewustwording is niet zozeer gebaseerd op het ontwikkelen van spirituele oefeningen, maar eerder op het ontmantelen van de persoonlijkheid.
Danny Senesael
---------
Douwe Tiemersma (red.)
‘Management en non-dualiteit',
140 blz., € 12,00, ISBN 978-90-77194-05-8,
te bestellen via www.advaitacentrum.nl
Vanuit de bedrijfswereld groeit de interesse voor het belang van de gerichtheid op eenheid.
Wat bekent deze ‘niet-tweeheid', en op welke manier kan zij in het eigen werk en in de
werkomgeving doorwerken? Deze vragen vormden het uitgangspunt van de projectgroep ‘Werk, management en non-dualiteit' van het Advaita Centrum in Gouda, en ook van het 4e Advaita Symposium ‘Management en de spiritualiteit van non-duale heelheid' op 16 maart 2007 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Dit boek werd geredigeerd door Douwe Tiemersma en is een neerslag van dat symposium en enkele aanvullende teksten. De aard en de mogelijkheden van de oriëntatie op non-dualiteit in het leidinggeven worden door zeven auteurs vanuit verschillende invalshoeken belicht. Vanuit hun ervaring en inzicht maken zij duidelijk dat veel problemen in relatie tot het werk en tussen medewerkers verdwijnen als de scheidingen worden opgeheven.
In het eerste hoofdstuk schetst Douwe Tiemersma de problemen die in het management voorkomen, namelijk beheersingsdenken, maximalisering van doelstellingen en keuze voor te beperkte doelen. Dualiteit van denken en handelen ligt aan de basis van de genoemde problematiek. De problemen die ontstaan door de dualiteit worden opgelost in de mate waarin de dualiteit overgaat in non-dualiteit. Non-dualiteit is de sfeer waarin de dingen waartussen gewoonlijk onderscheid wordt gemaakt (ik en de ander, het bedrijf en de omgeving, etc.) niet meer gescheiden worden. Deze ongescheidenheid heeft verschillende aspecten: acceptatie van alle vormen van menszijn, horizontale en verticale verruiming, samengaan van het eigene en het andere, overgang naar een organische sfeer en acceptatie van de ander en het andere als jezelf.
Arun Wakhlu belicht de uitdagingen waar organisaties heden ten dage voor staan. De organisatietheorieën van de moderne wereld zijn niet langer dienstbaar aan de bedrijven en de maatschappij als geheel. Er moet een nieuw bedrijfsparadigma ontstaan, waarin mensen en gemeenschappen met respect worden behandeld, het milieu wordt ondersteund en het algemeen belang wordt gediend. Dit nieuwe paradigma kan alleen verwezenlijkt worden als er een nieuwe vorm van leiderschap komt: ‘Wholesome leadership'. Deze nieuwe vorm van leiderschap komt voort uit een ruimte waarin alle noties van wat of wie ik ben zijn weggevallen. Het betekent het oplossen van alle beperkingen en één zijn met het hele bestaan. Het is leiderschap voor het welzijn van allen. De voordelen zijn: gevoel van vrede en harmonie, meer energie, vreugde, creativiteit en innovatie, een vergrote integriteit, harmonieuze relaties, trouw zijn aan jezelf, zorg voor het milieu en grotere flexibiliteit. Wholesome leadership kan helpen om de huidige en toekomstige uitdagingen in het bedrijfsleven tegemoet te treden.
Aan de hand van verschillende voorbeelden stelt Wilfried Claus dat de radicale keuze voor openheid en verbondenheid tot succes leidt. Teun Hardjono houdt zich bezig met de vraag op welke wijze non-dualiteit het management kan doordringen. Dit kan gebeuren door het toepassen van vier principes: inclusief en open-systeemdenken, horizontaal organiseren, resultaatgerichtheid en vakvolwassenheid.
Volgens Paul de Blot senior zijn er drie spirituele stromingen om de dualiteit die in alle levensgebieden doordringt te overwinnen. De eerste stroming kenmerkt zich door haar ‘ora et labora', waarbij bidden en werken als twee gescheiden leefgebieden worden gezien. Het tweede spirituele uitgangspunt kenmerkt zich door het gezegde ‘contemplata aliis tradere'; dat wil zeggen het doorgeven van de door gebed en meditatie verworven spirituele kracht aan anderen. De dualiteit blijft gehandhaafd, maar de tegenstelling wordt overschreden door de ene pool tot voedingsbron van de andere te maken. Daarnaast heeft er zich een stroming ontwikkeld die in de daad zelf dualiteit opheft door in het doen tot contemplatie van het zijn te komen: ‘contemplatio in actione'. Een organisatie kan van de dualiteit van doen en zijn gebruik maken als complementaire, elkaar versterkende krachten. Daarmee is het mogelijk vanuit het zijn de handeling te bezielen.
Johannes Witteveen beschrijft vanuit het soefisme hoe spiritualiteit in het bedrijfsleven en in het leidinggeven nuttig kan zijn. Vanuit zijn eigen ervaring als schipper geeft Lars Overhaus weer hoe non-dualiteit concreet kan worden toegepast: "Tijdens meerdaagse tochten aan boord van een zeilschip worden dualiteit en non-dualiteit in de groep mensen sterk uitvergroot. Het enige wat er geregeld moet worden is dat iedereen beseft dat er niets geregeld is. Als er niets geregeld is, loopt het vrijwel altijd goed. Steeds staan er spontaan mensen op om dingen aan te pakken. Daarbij is er niemand nodig om te managen. Ik zie mijn rol als schepper-manager in relatie tot de mensen die inschepen steeds meer als het scheppen van een context waarin gedaan kan worden wat er gedaan moet worden."
Ter afsluiting heeft Douwe Tiemersma het over non-dualiteit op de werkvloer. Tegenover de spanning in een duale situatie staat de ontspanning, en die kan overgaan in non-dualiteit. Als er ontspanning optreedt, worden de scheidingen die er waren tussen mezelf en het doel van het handelen, tussen mezelf en de anderen, minder sterk. Als de ontspanning werkelijk doorzet, gaan zij verdwijnen. Daarbij gaat het niet om een slapte, maar om een vitale, alerte ontspannenheid, waarbij alles efficiënt kan gebeuren. Je laat je zelf-centrum los in vertrouwen op het grote geheel. Dat gaat vanzelf doorwerken in de eigen werksituatie.
Dit boek laat zien hoe management en non-dualiteit samen kunnen gaan. Het biedt niet alleen inzicht in de aard en voordelen van non-dualiteit in de werksfeer, maar biedt ook praktische handvatten voor degene die ermee aan de slag wil. Het thema is bijzonder actueel, en samen met de auteurs hoop ik dat deze uitgave vooral leidinggevenden, maar ook medewerkers, aanmoedigt om te kiezen voor non-dualiteit in het bedrijfsleven.
Danny Senesael
--------
John van Schaik & Seyed Mostafa Azmayesh
‘Een ontmoeting met Jezus in het christendom en in de islam'
Uitgeverij Ten Have, 2008
ISBN 9789025958411
Dit boek is geschreven door twee auteurs. De ene, John van Schaik, is directeur van het Origines Instituut, dat zich bezighoudt met onderzoek naar ‘buitenkerkelijk christendom', en hoofdredacteur van het tijdschrift Bres. Hij heeft publicaties over de Katharen, het manicheïsme, de christelijke mystiek en Maria Magdalena op zijn naam staan.
De andere auteur, Seyed Azmayesh, is een soefimeester die geautoriseerd is om de weg van het soefisme, of, zoals hij het noemt, ‘het pad van de substantiële ontwikkeling' uit te dragen en te onderwijzen. Hiertoe organiseert hij lezingen en symposia, en publiceert hij boeken en artikelen. Zijn missie is om door middel van onderzoek de mystieke eenheid aan te tonen. Tegelijkertijd wil hij bijgeloof en fanatisme aan de kaak stellen en bestrijden.
Beide auteurs werkten eerder al twee keer samen tijdens studiedagen over Jezus in de islam. Het boek bevat bijdragen van hen allebei en is in drie hoofdsegmenten te verdelen. In het eerste deel beschrijven ze in afzonderlijke hoofdstukken de ontstaansgeschiedenissen van het christendom en de islam. Met name wordt gekeken naar de teksten van de Koran die op Jezus betrekking hebben. Zoals te verwachten valt gaan de auteurs op zoek naar de mystieke betekenissen en overeenkomsten. De treffende overeenkomsten tussen het gnosticisme en de opvattingen van de soefi's springen hierbij in het oog.
Het tweede gedeelte van het boek gaat vervolgens in op het mystieke pad zoals dat in het christendom is beschreven door mystici als Jan van Ruusbroeck en Theresa van Avila. In de islam treffen wij mystici als Rumi, Al-Ghazaly en Attar aan. Wederom is de betekenis van Jezus voor de soefi's zeer opvallend. Een soefi is altijd in afwachting van de komst van Jezus; hij verwacht Jezus in zijn hart. Een belangrijk fenomeen is de lijn van inwijdingen die vanuit de oertijd via de profeten, Jezus en Mohammed doorloopt tot in onze tijd.
Het derde gedeelte ten slotte handelt over de eindtijdverwachting in het christendom en in de islam. Ook hier zijn weer opvallende overeenkomsten te constateren.
Het belang van dit boek is gelegen in de aangetoonde overeenkomsten tussen christendom en islam op het vlak van de mystiek. Door hun uitgebreide kennis en verbondenheid met de mystiek brengen de auteurs de twee ogenschijnlijk met elkaar in tegenspraak zijnde religies bijeen door naar hun gemeenschappelijke mystieke kern te verwijzen.
Met zijn verrassende vernieuwende inzichten dient dit boek gezien te worden als een eerste aanzet tot een nieuw paradigma. In deze nieuwe visie zal blijken dat het christendom en de islam dezelfde wortels hebben. Gezien de huidige maatschappelijke ontwikkelingen is dit een boek dat een belangrijke bijdrage aan de religieuze discussie kan leveren. Tegelijkertijd appelleert het aan alle zoekers en iedereen die geïnteresseerd is in de spiritualiteit die ten grondslag ligt aan deze twee religies.
Rondom de verschijning van het boek worden lezingen en signeersessies georganiseerd.
Hans Hoekendijk
----------------
Fransje de Waard
Spirituele crises: transpersoonlijke psychologie als perspectief
Uitgeverij Van Gorcum, Assen
300 blz., € 42,95, ISBN 9789023242819
Menselijke crises zijn inherent aan het leven. Crises en met name crises met een spirituele inhoud hoeven niet noodzakelijkerwijs gezien te worden als pathologisch. Sinds 1995 hebben deze crises formeel een plek in het officiële psychiatrische classificatiesysteem, de DSM. Echter, het nieuwe hierin is dat ze beschouwd worden als niet-pathologisch. Maar dan zijn we er nog niet, want wat zijn het dan wel, die spirituele crises? Fransje de Waard probeert daar in dit boek een antwoord op te geven.
Psychospirituele problemen zijn ervaringen die voor iemand verontrustend zijn en die te maken hebben met zijn of haar relatie met het transcendente, zoals mystieke ervaringen of bijna-dood-ervaringen. En dit hoeft niets van doen te hebben met de georganiseerde religie. Deze ervaringen zijn niet toe te schrijven aan een psychologische stoornis. Toch blijft het altijd belangrijk je af te vragen hoe pathologisch spirituele ervaringen zijn, en hoe spiritueel pathologische ervaringen, gezien hun verwevenheid in de praktijk. Vaak worden ze met elkaar verward. De auteur laat dit zien aan de hand van een boeiende beschrijving van het leven en de ervaringen van de bekende ziener Emanuel Swedenborg, die rond 1700 leefde in Zweden. Verder heeft ze de ervaringen van 18 mensen gedocumenteerd en verspreid door het boek beschreven. In hun relaas wordt het heel duidelijk dat een emotionele crisis spirituele facetten kan hebben die niet alleen bij kunnen dragen aan een verdere ontwikkeling op psychologisch vlak, maar een aandeel kunnen hebben in de spirituele ontwikkeling en zelfrealisatie van mensen.
In de volgende twee hoofdstukken komt aan bod hoe de wetenschap en de kerk met deze problematiek zijn omgegaan. De wetenschap en juist ook de psychologie zijn steeds tekortgeschoten, doordat uitgegaan wordt van een heel beperkt mensbeeld. In de christelijke kerken is enerzijds een belangrijke plaats toegekend aan mystici als Johannes van het Kruis, maar anderzijds is de kerk steeds op verkrampte wijze omgegaan met spirituele ervaringen van gewone gelovigen. Omdat mystieke ervaringen niet zonder gevaren zijn, heeft de kerk het kind met het badwater weggegooid.
Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 een kader geïntroduceerd waarin wel plek is voor de spirituele crisis, te weten de transpersoonlijke psychologie. Abraham Maslow was een van de grondleggers. Carl Gustav Jung, Roberto Assagioli en A.H. Almaas zijn belangrijke exponenten voor de toepassing in de psychiatrische en psychotherapeutische praktijk. Ken Wilber wordt beschouwd als de transpersoonlijke filosoof die een kader beschreven heeft voor de transpersoonlijke psychologie waarin uitdrukkelijk plaats is voor zingeving, mystiek en verlichting, maar ook voor pathologie. Hierdoor is het mogelijk op een gefundeerde wijze een onderscheid te maken tussen authentieke en pathologische aspecten van crisiservaringen en spirituele ontwikkeling. Een belangrijke stap voorwaarts!
Door de afwisseling van gedegen analyses en de beschreven casuïstiek is het boek prettig te lezen. Het is zonder meer aan te bevelen voor mensen die geïnteresseerd zijn in spiritualiteit en emotionele ontwikkeling. Passend is dat de auteur zich bescheiden opstelt. Ze geeft duidelijk aan dat over dit thema het laatste woord nog lang niet gezegd is. Ze wil en kan geen kant-en-klare antwoorden geven, maar wil wel een aanzet geven tot discussie, en daar is ze zeer goed in geslaagd. Duidelijk is dat een crisis aanleiding kan zijn tot verdere spirituele ontwikkeling en verlichtingservaringen waarin contact gelegd wordt met het Ene.
Toegevoegd in het boek is een website met meer literatuur, maar vooral ook adressen van hulpverleners die kunnen omgaan met spiritualiteit in hun aanpak: www.spirituelecrises.nl.
Paul Soons
-----
Tony Parsons
Alles en niets
192 blz., € 18,50
ISBN 978-90-77228-73-9
Uitgeverij Samsara, 2008
www.samsarabooks.com
Een nieuw boek van Tony Parsons is altijd een beetje spannend en teleurstellend tegelijkertijd. Enerzijds is het spannend om te zien hoe Tony er wéér in slaagt om op zijn originele manier over advaita te spreken en de toehoorder er steeds opnieuw op te wijzen waar het echt om gaat. Dat is ook weer in dit boek het geval, zonder enige concessie te doen - nog steeds een zeldzaam fenomeen.
Anderzijds is het soms teleurstellend, omdat er weer niets ‘nieuws' verteld wordt. De lezer die hongerig is naar de ultieme truc om verlichting te vinden, of een speciale techniek die je belooft om dichter bij de eenheid te komen, zal - zoals gewoonlijk bij Tony - van een koude kermis thuiskomen. Tony zegt: "Er is geen ‘jij' of ‘ik', er is geen zoeker, geen verlichting en geen leraar. Er bestaat geen ‘beter' of ‘slechter', er is geen pad en er valt niets te bereiken. Alles wat verschijnt is Bron. Alles wat zich schijnbaar manifesteert - de wereld, jouw levensverhaal, de droom van afgescheidenheid, de zoektocht naar huis - is het Ene verschijnend als twee, niets verschijnend als alles, en het Absolute verschijnend als het specifieke."
Maar juist de blijvende weigering om de lezer ook maar één gram hoop te geven is zo typisch voor Tony Parsons. Mensen worden aangetrokken door de hardheid en de kracht van zijn visie, en tegelijk haten ze wat hij zegt, omdat er geen verbetering te verwachten valt. Maar ook al haten ze het om te horen dat "er niemand is", toch weten ze ergens dat hij gelijk heeft. En dat maakt hem tegelijk geliefd, maar toch ook nog weinig begrepen.
Af en toe wordt Tony door een aantal schriftgeleerden verweten alleen maar ‘neo-advaita' te verkondigen. Ze beweren dat de échte advaita gepaard gaat met een bepaald gedrag of dat het ultieme inzicht een gevolg is van ijverige studie en jarenlange discipline. Persoonlijk ben ik van mening dat het misschien net omgekeerd is: dat juist Tony een van de weinigen is die de echte eenheidsvisie weergeeft - ook al is het zonder franjes. Maar goed, wie zegt dat dan? En maakt het uit dat daar nog over gediscussieerd wordt? En heeft dat allemaal nog belang als er toch ‘niemand thuis' is? Als er geen beter of slechter is? Als alles Bron is? Als ‘alles' uiteindelijk toch ‘niets' is?
Jan Kersschot
-------
Aad Breed
Tralies van de taal
Uitgeverij Veen Magazines
157 blz., € 17,50, ISBN 978-90-8571-173-5
In dit boek heeft Aad het over het illusoire karakter van taal. Taal is weliswaar het belangrijkste communicatiemiddel tussen mensen, maar versluiert ons zicht op de werkelijkheid, want taal creëert een eigen werkelijkheid die losstaat van onze directe ervaring van de werkelijkheid. Woorden verdelen de totaliteit van het bestaan in afzonderlijke identiteiten die een statisch onveranderlijk karakter hebben. Taal creëert identiteiten die niet echt bestaan (‘ik ben niet mijn naam'), terwijl we daar wel heilig van overtuigd zijn.
Het bestaan van die identiteiten blijkt alleen maar te berusten op een onderlinge afspraak. Afspraken hebben alles te maken met de taal van de gemeenschap waarin wij leven. Ze zijn cultuurgebonden en niet werkelijkheidgebonden. Zelfstandige naamwoorden veroorzaken het geloof in het bestaan van specifieke entiteiten. Omdat wij bepaalde verschijnselen van namen voorzien, veroorzaken we bij onszelf de overtuiging dat ze als dingen op zichzelf bestaan. Door deze namen zien we niet scherper, maar worden we juist verblind. In de werkelijkheid, die non-dualistisch is, nemen we alleen maar naamloze relaties waar, waarin alles met elkaar is verbonden. Alleen samen zijn de dingen wat ze zijn, nooit op zichzelf. Zodra we iets vertellen over die werkelijkheid, creëren we een denkbeeldige werkelijkheid waarin alles van elkaar gescheiden lijkt te bestaan. Of het nu gaat om werk, sport of politiek, van een non-dualistische werkelijkheid maken we door het gebruik van zelfstandige naamwoorden een dualistische schijnrealiteit. Zodra we waarnemen zonder zelfstandige naamwoorden, zien we de werkelijkheid zoals ze is. Niets is gescheiden, alles is innig met elkaar verstrengeld, alles is onverdeeld, verbonden en één. We nemen alleen naamloze contrasten zonder werkelijkheid waar, zoals op een foto. Als we zonder taal naar de werkelijkheid kunnen kijken, ervaren we geen ik. Dan zijn de wereld en ik alleen samen wat ze zijn, niet op zichzelf. In die versmelting vergelijkt men niet met zelfstandige naamwoorden.
De schrijver toont in dit boek aan dat de werkelijkheid niet bestaat uit ontelbare van elkaar geïsoleerde objecten, zoals de taal ons leert, maar dat alles juist onafscheidelijk met elkaar verbonden is. Het boek is ordelijk gestructureerd, maar filosofisch geschreven en soms wat saai om te lezen. Aad Breed is erin geslaagd om op verschillende manieren te bewijzen dat we eigenlijk gevangenen zijn van de taal - vandaar de titel van het boek: ‘Tralies van de taal'. In de laatste twee hoofdstukken wordt aangegeven hoe waarnemen zonder zelfstandige naamwoorden mogelijk is, zodat men de dingen kan zien zoals ze werkelijk zijn. De mystieke ervaring neemt daarbij een sleutelpositie in.
Danny Senesael
--------------
Robert Hartzema
Boeddhistische Psychologie
Uitgeverij Karnak,
432 blz., € 22,50, ISBN 978-90-6350-100-6
Robert Hartzema is een kenner van het Tibetaans boeddhisme en heeft (misschien nog belangrijker) ervaring als trainer en (lichaamsgericht) therapeut. In deze laatste hoedanigheid heeft hij meer geduld met de lezer en staat hij langer stil bij boeddhistische mechanismen en begrippen dan de doorsnee specialist. Het resultaat hiervan is dat hij diep in de materie weet door te dringen, zonder onbegrijpelijk te worden. In een prettig leesbare stijl behandelt hij de vier belangrijkste boeddhistische stromingen: hinayana, mahayana, vajrayana (tantra) en dzogchen. Mooi meegenomen is dat hij ons daarbij niet alleen op begripsniveau bereikt, maar er hier en daar zelfs in slaagt een moment van stilte teweeg te brengen, waarmee hij ons een glimp op de kern van zijn onderwerp gunt. Dankzij dit begrip-buiten-het-denken-om krijgt de lezer een helder beeld van de psychologische mogelijkheden en valkuilen van het boeddhisme. Want hoewel er zeker overeenkomsten met de westerse psychologie bestaan, is het boeddhisme geen medicijn voor elke geestelijke kwaal. Hartzema is hier duidelijk over. Sommige patiënten kunnen zich beter tot de reguliere gezondheidszorg wenden dan te vluchten in denkbeeldig eenheidsdenken.
Waar het boek te abstract of te zwaar dreigt te worden, reikt Hartzema ons de helpende hand met grafieken, schema's of boeddhistische voorstellingen. Ook geeft hij verschillende laagdrempelige meditatieoefeningen. Ik kan Boeddhistische Psychologie dan ook aanbevelen aan iedereen die geïnteresseerd is in het overbruggen van de kloof tussen spiritualiteit en psychologie. Ervaring op het spirituele pad is niet vereist.
Frans Hasselaar
---------
Marloes Lasker
Zho - een jaar uit het leven van een doofblinde vrouw
Uitgeverij A3 boeken, Geesteren - www.A3boeken.nl
€ 19,95, ISBN 978-90-77408-48-3
Zho (Ziende het onzienlijke) is de dharmanaam van Marloes Lasker, een vrouw met het syndroom van Usher, waardoor ze zeer slecht ziet en hoort. Toen ze 30 werd, besloot ze een jaar uit haar leven vast te leggen in woord en beeld. Het zijn losse handgeschreven beschouwingen en overdenkingen, waarin haar zenbeoefening onder leiding van Nico Tydeman een belangrijke rol speelt.
Wat het boek bijzonder maakt is dat de schrijfster haar beperkingen weet te relativeren en in haar zenstudie weet te integreren: "Mijn figuurlijke beperkte blik is niet anders dan die van andere mensen. Het verschil is dat ik ook letterlijk een tunnelvisie heb. Ik kijk door een klein, nauw kokertje naar de werkelijkheid. Zoals je stil op een kussen veilig je beperkte blikveld kunt onderzoeken, zo kan ik stil aan tafel veilig de wereld om me heen bekijken."
Lasker weet heel kernachtig en overtuigend door te dringen tot de essentie van zien (en zen): "Ik teken niet het etiket appel, ik teken dit moment. Hier en nu. Met aandacht waar-nemen ontroert me. Het grijpt me aan." Door het hele boek heen weerspiegelt dit inzicht zich in tekeningen, meestal gemaakt met kleurpotlood in zachte tinten, die haar kijk op de wereld misschien nog helderder illustreren dan haar overpeinzingen en ontboezemingen.
Lasker loopt met verbazing door de wereld, meestal aan de hand/lijn van haar geleidehond, en het lijkt alsof haar beperkte contact met die wereld de kwaliteit ervan verhoogt: "Ik zie het allemaal ... of er is iets dat ziet ... of misschien zelfs dat niet eens. Het is onbevattelijk dat het er allemaal maar gewoon is." Als haar man haar 's avonds in bed vertelt over de vele geluiden die hij hoort, is ze niet verdrietig om wat ze allemaal mist, maar komen er tranen van geluk, en vliegt ze weg met de vleugels die haar aangereikt worden, een wijdere wereld in.
Op de laatste bladzijde beschrijft Lasker zichzelf als het vat vol tegenstrijdigheden dat zij (en ieder ander) is. "Ik zie niets, en vaak zelfs dat niet eens." En dat maakt het onzienlijke nu juist zo mooi zichtbaar in dit prachtige boekje.
Marloes Laskers weblog is te vinden onder www.TussenpoZen.com
Han van den Boogaard
----------
Philip Renard
'Ik' is een deur
127 blz., € 14,95 ISBN 978-90-5670-196-3
Uitgeverij Asoka
De hoofdstukken van dit boek zijn reeds verschenen als artikel in het kwartaalblad InZicht, tussen 2001 en 2006. De volgorde en inhoud zijn wel iets gewijzigd. Philip Renard laat drie leermeesters aan bod komen: Ramana Maharshi, Atmananda en Nisargadatta Maharaj. Hij beschouwt deze drie als ‘de Grote Drie' van de twintigste-eeuwse advaita vedanta. Zij hebben de advaita teruggebracht tot de kern van de zaak: onmiddellijke herkenning van je wezenlijke natuur. De term ‘ik' wordt door de genoemde meesters gehandhaafd om ook het hogere niveau van de werkelijkheid aan te duiden, namelijk het niveau dat vooraf- en voorbijgaat aan de persoon.
Het gevoel ‘ik', dat lijkt te behoren bij een persoon, is dieper dan die tijdelijk optredende persoon en is continu aanwezig. Dit thema wordt in hoofdstuk één belicht aan de hand van uitspraken van Ramana Maharshi. Een eerste belangrijk punt is dat hij de toehoorder liet onderzoeken of het ‘ik' (als persoon) bestaat. Als de neiging van het ‘ik' om zich als object voor te doen is onderzocht, blijkt het niet te bestaan en blijft ‘ik' in zijn zuiverste vorm over. Het tweede punt is dat ‘ik' permanent is. Ramana's advies luidt: blijf bij het altijd aanwezige subject, ook al word je herhaaldelijk weggelokt naar objecten. Zie eerst jezelf, daarna de objecten.
In Atmananda's onderricht is het ‘Ik-Beginsel' een synoniem van de Uiteindelijke Werkelijkheid. Zijn hele leer staat in het teken van het Subject, uitsluitend verwijzend naar Dat wat kent. Dat wat kent is niet een Kenner, maar Kennen op zich. Hij benoemde dit Kennen ook als ‘Beleven' en ‘Voelen'. Het ‘Ik-Beginsel' is de enige Beleving die iemand kan hebben. Atmananda maakte helder dat niets een obstakel is. In werkelijkheid ben je nooit verzwolgen door een object, of verhinderd door een obstakel. Niets verhult Bewustzijn.
Shri Nisargadatta Maharaj was de grote concept-ondermijner. Het enige wat waar is, zo beklemtoonde hij, is het conceptloze. Met het concept ‘ik ben', ‘ik ben'-heid, bedoelde hij het directe besef van aanwezigheid, van ‘er te zijn'. Het weten dat je er bent, ‘ik ben', is in ieder wezen op dezelfde wijze aanwezig, voorafgaand aan de invulling ‘ik ben deze persoon'. Het gevoel ‘er te zijn' is zo fundamenteel dat je er gemakkelijk overheen kijkt. Continu hamert Nisargadatta erop dat je je helemaal dient te wijden aan dit gevoel, aan deze beleving, en het als hoogste God te aanbidden. Er is maar één Bewustzijn. Dat heeft een Absoluut en een beweeglijk, levend, belevend aspect, de aanraking. In het Absolute valt er niets te Kennen, vandaar dat Nisargadatta het de ‘no-mind state' noemt, de staat waarin aandacht is opgelost in zichzelf. Als de ‘ik-ben'-heid er is, zul je in dat bewustzijn veel ervaringen hebben, maar het ‘ik ben' en het Absolute zijn niet twee. In het Absolute komt de ‘ik ben'-heid op, en dan treedt beleving op. Onafgebroken is er het Absolute. Hoewel het niet beleefbaar is, schenkt het constant werkelijkheid aan alles wat beleefd wordt.
In hoofdstuk vier wordt uitvoerig ingegaan op het medicijn: ‘ik ben' is een deur. Het laatste hoofdstuk bevat een korte biografie van bovengenoemde advaita-meesters.
Samengevat kan gezegd worden dat ‘ik' voor iedereen het meest dichtbije is en duidt op Datgene wat louter vrijheid is. ‘Ik' is dat altijd aanwezige, dat de ingang tot de werkelijkheid blijkt te zijn. Waar je ook gaat, jij bent er. ‘Ik' is een deur die altijd openstaat, vandaar de titel van het boek. Doordat verschillende meesters een verschillende terminologie gebruiken om hetzelfde aan te duiden, kan het verwarrend zijn om hun teksten met elkaar te vergelijken. Het is goed dat er achter in het boek een verklarende woordenlijst is opgenomen die de verschillende advaita-termen nog eens kort verheldert. ‘'Ik' is een deur' is geen boek om in één ruk uit te lezen. Vooral het hoofdstuk ‘Het medicijn' is niet zo gemakkelijk te begrijpen. Toch is de auteur erin geslaagd om duidelijkheid te scheppen in de verschillende uitdrukkingsvormen van de drie advaita-meesters. Lees dit boek niet als een roman, maar ga er diep op in, en je zult beseffen dat ‘ik' een deur is die nooit dicht is geweest.
Danny Senesael
----------
Hari Prasad Shastri/Swami Bhaskarananda
De yoga van het Zelf-bewustzijn
Uitgeverij Gopher
212 blz., € 15,90, ISBN 978-90-51795-99-8
‘De yoga van het Zelf-bewustzijn'is opgebouwd uit twee delen. Het eerste gedeelte is een beperkte selectie uit de Yoga-Vasishta, ook wel de Maharamayana genoemd, dat een klassiek oeuvre vormt in de spirituele literatuur van het hindoeïsme. Deze selectie uit het oorspronkelijke werk is samengesteld door Hari Prasad Shastri en is door hem uit het Sanskriet in het Engels vertaald. Net zoals er veel interpretaties van de Bhagavad Gita bestaan, zijn er ook veel interpretaties van de Yoga-Vashista. Welke interpretatie men het beste vindt, is veelal een kwestie van persoonlijke smaak. ‘De yoga van het Zelf-Bewustzijn' zet de lezer aan tot hernieuwde kennismaking met dit klassieke werk. Hari Prasad Shastri: "De passages die voor deze bundel zijn uitgekozen, geven een samenvatting van de traditionele yogaleer zoals die in het Oosten wordt begrepen en beoefend."
Nadruk ligt op gedragsvoorschriften die ons moeten aanzetten tot het ontstijgen van de materie en het verkrijgen van eeuwigdurende gelukzaligheid, met als uiteindelijk doel, geheel passend in deze traditie, door overgave tot de onthechte, ‘ik-loze' staat te komen. Niettemin zou ‘goed' gedrag heel goed het gevolg in plaats van de oorzaak van zelfrealisatie kunnen zijn. Het volgens de jnana-traditie verkregen inzicht op basis van de vraag ‘Wie ben ik?' maakt de betrekkelijkheid van gedragsvoorschriften voor zelfrealisatie snel zichtbaar. Gezien deze verschillende invalshoeken zul je daarom moeten kiezen welk yogapad het meest geschikt voor je is. Dit boek is ondanks de soms (wel heel) bloemrijke tekst een goede voorbereiding voor de zoektocht naar wie je ten diepste bent, maar dan wel langs het pad van de raja-yoga.
Uit non-dualistisch oogpunt is de behandeling van het tweede gedeelte, de Yoga-Vasishta-sara,interessanter. Dat is een werk van later datum, waarin de filosofische verzen van de Yoga-Vasishta door een anonieme auteur bij elkaar zijn gebracht. In een selectie van 223 verzen worden de belangrijkste aspecten van de advaita vedanta in heldere en nuchtere termen uiteengezet, teneinde de zoeker tot realisatie van zijn ware identiteit te brengen. Vertaler uit het Sanskriet is Swami Bhaskarananda.
‘De yoga van het Zelf-Bewustzijn' is een voortreffelijke beschrijving van de oosterse yogatraditie. Een compliment aan de vertalers is hier zeker op zijn plaats, met inbegrip van André van den Brink, die de Nederlandse vertaling uit het Engels heeft verzorgd. Lastige begrippen als prakiti, shruti, smrithi en vele andere, worden met bewonderenswaardige helderheid verklaard. De leerling die zich op het strakke jnana-pad begeeft, zal echter mogelijk zo nu en dan wat weerstand voelen bij al te poëtisch taalgebruik, dat je hier en daar verspreid door het boek tegenkomt.
Mieke Berger
-------
Steve Hagen
Meditatie, nu of nooit
Uitgeverij Altamira-Becht BV
224 blz., € 14,90 , ISBN 978 90 6963 8188
Het is inmiddels al weer enige jaren geleden dat het boek 'Boeddhisme in alle eenvoud' van de auteur en boeddhistisch leraar Steve Hagen is verschenen. Zijn interpretatie viel naadloos samen met het principe van non-dualisme, reden om er destijds ook in InZicht aandacht aan te besteden. Het was verheugend te zien hoe de auteur in dat boek zonder bombast heel direct tot de kern komt. Het zal dus niet verbazen dat het zojuist verschenen boek van Steve Hagen, 'Meditatie, nu of nooit', al bij voorbaat positieve verwachtingen heeft opgeroepen. De directe, duidelijke en ingetogen schrijfstijl is ook in dit nieuwe werk van de schrijver duidelijk herkenbaar.
De titel dekt de lading van het boek: als je wilt mediteren, kan dat alleen nu. Onvermijdelijk zijn de paradoxen, die heel elegant worden behandeld. Om een voorbeeld te geven: als je mediteert om iets te verkrijgen, is meditatie al bij voorbaat gedoemd te mislukken. Als je het doet om verlicht te raken, is het juist je verlangen naar verlichting dat het proces van mediteren frustreert. Het gaat erom (en dat is geen doel op zich) in volle omvang dit moment, hier en nu, zonder oordeel te ervaren. En dan de volgende paradox: meditatie wil je alleen naar het hier en nu terugbrengen. Maar we kunnen nergens anders naartoe, we zijn al hier, nu.
Steve Hagen legt het heel duidelijk uit: najagen en vastklampen houden je vast aan de wereld 'buiten' jezelf. Maar er is buiten onszelf niets wezenlijks te vinden. Maar ook: meditatie is niet wegduwen, negeren of transcenderen van gevoelens. Het gaat erom gewoon even goed te kijken naar dit moment.
In het boek komen ook praktische zaken aan de orde en het geeft antwoord op vragen als 'Hoe te mediteren?'. Hagen toont ons eenvoudige oefeningen en gaat ruimschoots in op de techniek van het mediteren. Daarbij geeft hij blijk van een heel nuchtere benadering. Hij geeft precieze informatie over bijvoorbeeld lichaamshouding, maar geeft daarbij aan dat het daar niet in het bijzonder om gaat. Met de juiste instelling kan bijvoorbeeld ook wandelend gemediteerd worden. Uiteindelijk komt hij tot de stelling dat een juiste levenshouding in wezen de kern van mediteren raakt. Dan wordt meditatie een levenswijze.
Het boek is bijzonder prettig leesbaar, mede dankzij de uitstekende vertaling van George Hulskramer. Eindelijk eens een boek dat gewoon heel precies beschrijft waar het bij meditatie om draait. Dat maakt het zowel voor de beginner als de gevorderde beoefenaar een erg waardevol boek. Zeer aan te raden.
Mieke Berger
-------------------
A.H. Almaas
The Unfolding Now
Uitgeverij Shambala
Wat is dat toch intrigerend: we ervaren iets moeilijks en we willen dat het anders is, of we ervaren iets moois en we willen het vasthouden. Eigenlijk willen we dan dat het níet anders wordt.
We zijn steeds op weg ergens heen, op zoek, ontevreden. Alle wijsheidstradities proberen een antwoord te vinden op de vraag waarom we naar elders willen en hoe we kunnen waarderen wat nu is, wat hier is.
Een antwoord op deze vraag vinden we in het nieuwste boek van A.H. Almaas, ‘The Unfolding Now'. In sprekende voorbeelden en heldere taal neemt Almaas de lezer mee en nodigt hij uit tot zelfonderzoek met toepasselijke vragen aan het eind van elk hoofdstuk.
Dit boek is bij uitstek geschikt om een beeld te krijgen van de werkwijze van de Diamantbenadering.
Momenten waarop we onze ware natuur realiseren, zijn een steun in de rug om door te gaan met onze zoektocht. Vaker echter zijn de filters van onze geest actief. De Diamantbenadering heeft een geheel eigen werkwijze ontwikkeld om die filters te herkennen. Met die filters zijn we bevooroordeeld en zien we niet wie we van nature zijn. ‘The Unfolding Now' neemt ons mee om die filters gaandeweg te herkennen.
Wat nu als we niet onszelf zijn? Wie zijn we dan? Stap voor stap worden we meegenomen, met als belangrijkste aanknopingspunt: ervaren in het moment. Wanneer we onze ware natuur niet rechtstreeks ervaren, kunnen we aanknopen bij waar-we-zijn. In ons ervaren zit altijd een vleugje van wie we werkelijk zijn, van onze ware natuur. Wanneer we geen contact kunnen krijgen met wat klopt in dit moment, zit er iets in de weg. Door daar onze aandacht bij te houden, kunnen we gaan beseffen dat het gewaarzijn vernauwd is.
Die vernauwing heeft te maken met de manieren waarop het ego probeert zich in stand te houden. We hebben een open, ontvankelijk hart nodig om te herkennen wie-we-van-nature-zijn. Dat lijkt echter gevaarlijk. We verdedigen ons, en juist die verdedigingsmuren zijn de egogrenzen waarmee we onszelf definiëren.
Verhelderend en behulpzaam is het onderscheid dat Almaas maakt tussen onze reacties op een gebeurtenis en de gebeurtenis zelf. Herkennen dat we reageren en ons verdedigen geeft ons de kans te zien hoe we dat wat we ervaren anders willen hebben, en diep daaronder hoe we ons ervaren afwijzen, omdat de inhoud van wat we ervaren ons niet bevalt. Herkennen dat we ons verdedigen is makkelijker gezegd dan gedaan. Zonder presentie en gewaarzijn is dat louter een mentale aangelegenheid. In het boek wordt aangegeven hoe zelfonderzoek helpt om presentie te verdiepen en steeds meer ruimte in het gewaarzijn te ervaren.
Herkennen dat we ons ervaren afwijzen is geen sinecure, want ons ervaren afwijzen is in feite onszelf in het moment afwijzen. Die zelfafwijzing is de basis voor zelfhaat. Almaas gaat uitgebreid in op de vraag wat haat eigenlijk is. Hij legt verbanden met onze onwetendheid over hoe het bewustzijn werkt, met aangeleerde en aangeboren onwetendheid. Wat maakt dat we aan dat wat we ervaren vast willen houden of het juist anders willen? Onwetendheid over de aard van onze ware natuur speelt een grote rol in hoe we denken dat ‘verandering' plaatsvindt. We nemen waar op basis van misvattingen over de tijd-ruimtedimensie.
Almaas verrast ons met inzichten die onze misvattingen ophelderen en karakteriseert de werkelijkheid als kwikzilver. Onze geest kan dat niet begrijpen. De geest heeft als belangrijke functie om onderscheid te maken. Dat is een kwaliteit van de geest die maakt dat we van alles kunnen ondernemen en meten. Als kind ging dat samen met leren evalueren wat goed of niet goed was. Dat morele oordeel kunnen we nu herkennen. Het is in feite een reactie op een ervaring.
Bovendien heeft de geest de eigenschap om in het proces van onderscheiden tevens begrippen te verstoffelijken. We maken er als het ware dingen van die we (denken) te kunnen vastpakken. Dat ligt ver af van het kwikzilveren karakter van onze ware natuur. We doen het ook met spirituele begrippen en met ons ervaren: we geven er woorden aan, verstoffelijken ons ervaren, zodat het tot een ervaring wordt en niet meer sprankelen kan. De werkelijkheid bestaat al, zonder concepten. We zijn hier al, zonder te hoeven denken ‘ik ben hier'.
Door het lezen van dit boek raakte ik steeds meer doordrongen van het belang van ervaren, steeds maar weer in het ervaren zijn, in plaats van me te hechten aan bepaalde ervaringen. Ik begin iets te begrijpen van de gave van nergens heen te willen, niets te willen veranderen.
Het hoofdstuk ‘Lighting up the now' is via internet te downloaden (zie: www.ahalmaas.com).
Jeanet van de Riet
------
Sally Bongers
Everyday enlightenment
Non-duality Press, 2008
112 blz., ISBN 978-0-9558290-3-1
Enkele jaren geleden deed de Australische filmregisseur Sally Bongers research voor een documentaire over verlichting. Aanvankelijk interviewde ze hiervoor de bekende spirituele leraren en auteurs, maar ze had het gevoel dat dat de misvatting dat verlichting slechts is weggelegd voor een speciale categorie mensen waarschijnlijk alleen maar zou versterken. Ze ging daarom op zoek naar onbekende mensen die in praktische zin nog ongeveer hetzelfde leven leven als vóór hun ontwaken.
Bongers vond er uiteindelijk zeven: een werkloze muzikant, een verpleegster, een psychotherapeut, een kunsthandelaar, een bedrijfsadviseur, een accountant en nog een verpleegster. Ze vroeg hun hoe hun leven gelopen is en hoe het er momenteel uitziet. Die aanpak bood hun de kans zich uit te spreken over wat ontwaken in feite inhoudt.
De verhalen van al deze mensen zijn ieder voor zich al fascinerend genoeg. Zonder uitzondering hadden ze al vroeg in hun leven belangstelling voor yoga, religie, esoterie en aanverwante zaken, en volgden ze dat spoor op een onsystematische, veelal intuïtieve wijze. Verder blijken de meesten, op de briljante en succesvolle bedrijfsadviseur na, vóór het ontwaken veel moeite te hebben gehad hun plaats in de normale maatschappij te vinden. Voor sommigen van hen geldt dit nog steeds, en een aantal heeft een of meer serieuze psychologische of spirituele crises moeten doorstaan. Hun leven in praktische zin is niet wezenlijk veranderd, maar hun beleving van zichzelf en de wereld des te meer. "Alles gaat gewoon door," zegt een van hen, "maar dan zonder de gebruikelijke verwarring. Alle gedachten vormden vroeger een onontwarbare kluwen, en nu is die kluwen langzaam maar zeker ontrafeld." "Wat er veranderd is," zegt een ander, "is dat de angst en de onzekerheid verdwenen zijn. Ik maak me nergens meer druk om. Hoe dingen uitpakken heeft niets met mij te maken." "Ik had het gevoel," zegt een derde, "dat ik veel leerde van de leraren die ik bezocht, maar vanaf een bepaald punt voegt het eigenlijk niets meer toe. Als je je bestemming bereikt, gooi je de landkaart weg. Je bent er."
Wat opvalt is dat de verhalen van deze mensen weinig of geen spectaculaire ‘ontwakingsmomenten' bevatten. Het ontwaken vindt geleidelijk aan plaats, en is meer een tot stilstand komen op het punt waar men altijd al was dan een plotselinge verlichtingservaring met veel vuurwerk. Als dit boek iets duidelijk maakt, is het dat ontwaken vaak een alledaagse kwaliteit bezit en dat elke persoon, hoe gewoon of ongewoon ook, het illusoire karakter van zijn bestaan kan inzien. In die zin is dit een erg interessant en belangrijk boek dat veel mythen omtrent verlichting ontkracht en het fenomeen ‘ontwaken' terugbrengt tot zijn ware, alledaagse proporties.
Han van den Boogaard
------------
Rob H. van Dijk
Korte Kennis
Uitgeverij Viveki
ISBN 978-90-78555-01-8 (hardcover) 144 blz.; € 19,00
Rob van Dijk houdt zich al vele jaren bezig met de studie van advaita vedanta. Vanaf 1982 begeleidt hij mensen in hun zoektocht naar zichzelf, eerst als tutor verbonden aan de School voor Filosofie in Amsterdam, later in zijn eigen advaita-centrum. Momenteel woont hij op Bali.
‘Korte Kennis' (zijn tweede boekje - het eerste heette ‘Apen vangen') gaat over zelfrealisatie, bevrijding en geluk, en is opgezet volgens het bekende vraag-en-antwoordmodel, met als vertrekpunt ware Zelfkennis. Het boek gaat in op uiteenlopende onderwerpen als doelen stellen, doodgaan, ‘vakantie en meditatie' en het gebruik van alcohol.
Opvallend aan de inhoud vind ik de sterke nadruk op mediteren (en dan met name het gebruik van een mantra) als middel om uit de groef van ingesleten denkgewoontes te komen. Het zonder verwachtingen veelvuldig praktiseren hiervan heeft als doel om het aangeleerde ‘verkeerde denken' - door Rob gebruikt als synoniem voor het vaak gebruikte woord ‘illusie' - te ontmaskeren en er vervolgens niet meer in verstrikt te raken.
Volgens Rob kun je je dit op een zodanige wijze eigen maken dat je hiermee uiteindelijk resultaat af kunt dwingen. In zijn eigen woorden: "Een niet-aflatende dagelijkse inspanning in deze richting geeft je zoveel ervaring dat ‘God' niet meer om je heen kan om je het resultaat van stilte te geven."
Zo kun je er volgens hem door praktiseren en studeren voor zorgen dat de flitsen van inzicht waarmee zelfrealisatie gepaard gaat het op den duur niet meer afleggen tegen de hardnekkige twijfel die voortkomt uit het ‘verkeerde denken'. Dan wordt weten wie je ten diepste bent een permanente staat.
André De Jong