Boekbesprekingen jaargang 2009

<< terug naar overzicht 

 

             auteur 

            titel 

Douwe Tiemersma
Jos Stollman
Jeru Kabbal
Niek Zervaas
Shri Atmananda
Simon Schoonderwoerd
Gina Lake
C.B. Zuijderhoudt
Adyashanti
Tijn Touber
Zil Chezero
Han van den Boogaard
A.H. Almaas
Marijtje van der Horst
Woei-Lien Chong en Andre van der Braak (red.)              

‘Non-dualiteit'
‘Zenmeester Jezus'
‘Helderheid'
‘Geef het licht een gouden rand'
Atmananda Upanishad
Een christen op
Het mechanisme van verlangen
Meester Eckhart versus advaita
Ware meditatie
Spoedcursus verlichting
Sigaar uit eigen doos - 18 SlamSats
Leven zonder tranen - Wei Wu Wei's waarheid over zijn en niet-zijn
Het Nu van moment tot moment.
De dood legt Liefde bloot
Het religieuze na de religie

 

 

‘Non-dualiteit'
Douwe Tiemersma
ISBN 978-90-77194-06-5; 212 blz.; € 26,00
Te bestellen via www.advaitacentrum.nl

Er is alweer een nieuw boek over non-dualiteit uit van Douwe Tiemersma. Het boek bestaat voornamelijk uit spontane inleidingen en gesprekken met mensen die geïnteresseerd waren in advaita en om verduidelijking vroegen. Deze gesprekken worden prachtig aangevuld met korte poëtische stukjes. In deze uitgave legt Douwe stap voor stap uit wat non-dualiteit in de eigen ervaring betekent. Openheid is het accepteren van wat zich aandient, zonder verzet, zonder eigenbelang en zonder onderscheid. De weg ernaar is direct, omdat openheid je authentieke en meest eigen zijnswijze is. Deze grondeloze openheid manifesteert zich vanzelf als je je meningen over jezelf en je identificaties loslaat, als je je volledig ontspant in bewustzijn. Iedereen blijkt die ervaring van openheid te kennen en te waarderen. Het is een zijnservaring waarin niets gescheiden is van jezelf. Hierbij kan een directe herkenning plaatsvinden. Non-dualiteit is ook aanwezig in verschillende levenssituaties. De non-duale openheid, waarin alle situaties een plaats hebben, blijkt de hoogste waardering te krijgen.
Het belangrijkste criterium om een standpunt en een werkelijkheid als hoger te kwalificeren dan een ander is de ruimte van het eigen bestaan en de helderheid van het bewustzijn. Bij een grotere ruimte en helderheid kan het bestaan zich ontplooien, wat leidt tot meer lichtheid, ontspanning, zachtheid, vreugde, geluk. Bij het volledig opengaan blijken deze kwaliteiten zich volledig te manifesteren. De werelden die bij de diverse standpunten horen, worden opengebroken en krijgen een plaats in de ongescheiden openheid. De openheid zoals deze van buiten komend wordt ervaren en de openheid zoals deze innerlijk wordt herkend als de kern van zelf-zijn, zijn niet verschillend van elkaar. De ervaring van de grondeloze openheid is een eerste-persoons zijnservaring die inclusief, intern en direct is. Bij een continue oriëntatie op je hoogste zijnservaring van zelf-zijn kan de bevrijdende realisatie dat deze grondeloze openheid de werkelijkheid is, ineens openbreken.
Het boek heb ik met veel enthousiasme gelezen. Het biedt vakkundig antwoord op tal van vragen, zoals: ‘Wat is advaita?', ‘Hoe herken je de oorspronkelijke staat?', ‘Is een leraar noodzakelijk?', ‘Wanneer spreekt men van verlichting?', ‘Hoe kun je een echte leraar onderscheiden?'. Je kunt het boek niet alleen van het begin tot het eind lezen, je kunt het ook gebruiken om op een bepaald thema of een specifieke vraag te mediteren. Er staat ook een aantal interessante meditaties in. Deze nieuwe uitgave is bijzonder toegankelijk. Ook voor gevorderden is dit een aanrader, omdat moeilijke en subtiele kwesties uitgediept worden, zoals het vrijkomen van de getuige, de droomloze slaap, de diverse niveaus van zelf-zijn, de situaties in een V-model. Dit boek is werkelijk een pareltje, omdat het veel helderheid en duidelijkheid schept over de directe weg.

Danny Senesael

---------------
Jos Stollman
‘Zenmeester Jezus'
Uitgever: Servire-Kosmos/Z&K
maart 2001 (derde druk, 2003)
ISBN: 90 215 9555 9

De in het maatschappelijk leven als docent wiskunde en algemene natuurwetenschappen werkzame Jos Stollman - opgevoed binnen de christelijke rooms-katholieke traditie - liep in 1980 bij toeval tegen het Thomas-evangelie (in de uitgave van Karnak) aan. Al meteen bij de eerste kennismaking werd hij er diep door geraakt. Hij ontmoette hierin een Jezus die, ontdaan van alle theologische franje, direct tot zijn hart sprak. Mede omdat hij meer dan 20 jaar als zenleraar actief was - onder anderen Krishnamurti, Maarten Houtman en Ton Lathouwers waren hierbij zijn leraren - herkende hij in dit evangelie Jezus ook als zenleraar.
Zijns inziens is de Jezus zoals we die kennen uit de bijbelse evangeliën ver van ons verwijderd, een onbereikbaar ideaal, bijna onmenselijk. Het valt volgens Jos Stollman te betwijfelen of dit door de christelijke traditie gevormde beeld overeenstemt met de historische Jezus. Want de Kerk polijstte de erfenis van Jezus naar eigen inzicht tot een theologisch bouwwerk dat het zicht op de oorspronkelijke mens Jezus totaal vertroebeld heeft. Hij werd tot Gods zoon bestempeld, tot messias verheven - titels die Jezus zichzelf nooit toebedeeld heeft.
Volgens Jos Stollman lijkt een aantal van Jezus' uitspraken op het eerste gezicht nogal cryptisch en doen ze hem denken aan de koans uit de zentraditie: verhalen die absurd lijken en de zoeker dwingen om de verstandelijke benadering van de werkelijkheid op te geven. De parallellen met zen gaan echter nog dieper. Als een echte zenmeester is Jezus in dit evangelie wars van alle filosofische en theologische speculatie. Bij elke vraag van de leerlingen in deze richting verwijst hij de vraagsteller onverbiddelijk terug naar zichzelf. De weg naar het Koninkrijk is de weg naar binnen, zelfkennis is de toegangspoort. Daarnaast wijst hij herhaaldelijk en uitdrukkelijk op het belang van leven in het ‘hier en nu', een van de hoofdthema's in de zenleer. Een van de bekende definities van zen luidt: ‘eten als je honger hebt, drinken als je dorst hebt, slapen als je moe bent'. De Jezus uit het Thomas-evangelie leert ons deze zelfde levenshouding: zonder pretenties zijn zoals je bent. Ook Jezus spreekt over het belang van het loslaten van het verleden, het onbevooroordeeld waarnemen, het zien als een kind.
Voor Jos Stollman staat voorop dat de belangrijkste waarde van het boek gelegen is in de vertaling van Jezus' uitspraken naar de praktijk van ons eigen leven, een vertaling dus voor allen die zoeken naar mogelijkheden om spiritualiteit te integreren in het bestaan van alledag.
Hij structureert daartoe het totaal van 114 logia in 6 thema's: de zoektocht, de innerlijke houding, het proces van loslaten, eenheid, het Koninkrijk en relaties. Elk logion is voorzien van zijn persoonlijk commentaar ('reflectie') en een bijpassende 'oefening'.
Op deze wijze is, in een meeslepende heldere stijl, een inspirerend nieuw en vernieuwend boekwerk ontstaan dat zeker een aanrader is voor iedereen die het Thomas-evangelie wil ontdekken of, door een nieuwe interpretatie, wil herontdekken; voor een ieder die geïntrigeerd is door de persoon van Jezus en deze op een nieuwe manier wil leren kennen; en voor allen die zen een warm hart toedragen en de ontmoeting met deze ongedachte zenmeester niet mogen missen.
NB: De derde druk is inmiddels uitverkocht. Het boek is echter via http://www.thomasevangelie.nl/ te bestellen als POD-editie (Printing-on-demand).

Atte Bouma

-----------

‘Helderheid'
Jeru Kabbal
Uitgeverij Tsuki, Leiden
Vertaling: Taetske Kleijn
Gebonden, 198 p., € 19,00
Verkrijgbaar via www.tsuki.org

‘Helderheid' is een boek dat makkelijk over het hoofd kan worden gezien. Niet alleen door het kleine formaat of door de bescheiden omslagillustratie (een kleine blauwe stip), maar vooral door de uiterst eenvoudige wijze waarop de herkomst en invloed van het ego verklaard worden. Jeru Kabbal stelt de zaken niet ingewikkelder voor dan ze zijn en is daarmee een uiterst laagdrempelige leraar. Door de mens te vergelijken met de computer en andere hedendaagse apparatuur, wordt uitgelegd hoe vroege jeugdervaringen tot onbewuste conditioneringen kunnen leiden. Die blijven dominant, hoewel ze geen nut meer hebben. Kabbal komt met tips om deze conditioneringen op te sporen, maar ook met een werkwijze die ze doet verdwijnen, het ‘Clarity Process'. Bijzonderheden over deze methode worden in het boek niet genoemd, daarvoor wordt de lezer aangeraden een workshop te volgen. Door zich zo op de persoonlijkheid te richten, behandelt Kabbal eigenlijk het voortraject van het spirituele zoeken. Dat richt zich op wat er allemaal uit de weg moet worden geruimd, zodat de waarheid zich kan openbaren. De bijzondere aandacht voor het ego maakt de schrijver anders dan veel andere leraren, die juist adviseren het ego zoveel mogelijk met rust te laten. Het ‘Clarity Process' lijkt dan ook bij uitstek geschikt voor de spirituele zoeker die behept is met te veel dadendrang om dit advies op te volgen.
De leerlingen van Kabbal stelden het boek samen uit aantekeningen van hun leraar. Kabbal was altijd van plan deze uit te werken, maar het kwam er nooit van. Zijn kracht lag in het directe contact met leerlingen. Wie ‘Helderheid' leest, snapt gegarandeerd waarom.

Frans Hasselaar

--------------

‘What you see is not what you get'
‘Geef het licht een gouden rand'
Niek Zervaas
Te bestellen via de website www.niekzervaas.nl

Het mag heel bijzonder genoemd worden als iemand die 18 jaar lang schijnbaar volledig opgesloten zat in zijn lichaam, naar buiten treedt met een boek waarin alles rechtstreeks uit de bron afkomstig lijkt te zijn. Dit is het geval bij Niek Zervaas. Hij is een jongen van 21 jaar met zware beperkingen: hij zit in een rolstoel, kan niet zelf bewegen, kan niet spreken, heeft geen uitdrukking op zijn gezicht en moet bij alle dagelijkse dingen geholpen worden. Tot zijn 18e dacht hij dat hij onzichtbaar was. Drie jaar geleden is hij beginnen te communiceren, en wel door middel van een letterbord uit Amerika. Lezen kan hij vanaf zijn geboorte, zo bleek. Terwijl iemand zijn arm ondersteunt, wijst hij zelf met zijn vinger letters aan. Hierdoor kan hij sinds 3 jaar zijn innerlijke wereld delen. Sinds een jaar treedt hij naar buiten en helpt hij mensen door inzicht te geven. Het is zijn passie, zoals hij zelf zegt, net als het verspreiden van het letterbord, zodat ook andere jongeren met zware beperkingen die ervoor geschikt zijn, hiermee kunnen leren communiceren.
Het boek valt al op door de verpakking: een hart dat gevouwen is en dat je open moet doen om het boek eruit te halen. Er staat op: "De tekst is regelrecht vanuit mijn bron op papier gekomen. Daar waar alleen Liefde is." Het bestaat uit twee delen. Deel 1 heeft als titel What you see is not what yo get. In dit deel krijg je een idee van de manier waarop mensen die er anders uitzien, mensen met zware beperkingen, gezien worden door de meesten van ons. Een leverancier van rolstoelen vraagt aan zijn moeder: "Is er wel eens gekeken naar zijn cognitieve niveau?" Zijn moeder pakt het bord en laat Niek zelf antwoorden: "Ik heb geen cognitief niveau." Zijn moeder vertelt de leverancier dat hij superintelligent is, lezingen geeft en gedragspsychologie studeert, weliswaar thuis, maar met universitaire boeken. Niek: "Ik wil mensen bewust maken van het feit dat mensen met een beperking niet altijd verstandelijk beperkt zijn."
Deel 2 heeft als titel Geef het licht een gouden rand. Hierin geeft Niek een dieper inzicht in het leven en de werking van liefde op aarde. Hij zegt hierin mooie dingen, zoals het antwoord dat hij geeft op de vraag ‘Zou er zonder ego geen actie zijn?': "Ja, een staat van Zijn." En verderop: "Weet dat wij allen lichtwerkers zijn, gezonden naar de aarde om licht te ontvangen en te laten schijnen. Laat op jouw eigen manier het licht vrij. Het is te waardevol om opgesloten te blijven." Bij de boekpresentatie zei Niek: "Liefde is het woord dat gevoeld en doorleefd wordt in momenten van stilte. De energie die dit woord met zich meebrengt wil de bron zichtbaar maken."
Een bijzonder, inzichtelijk en waardevol boek, geschreven door een oude ziel zonder grenzen.

Pia de Blok

------------------

Shri Atmananda
Atmananda Upanishad
vertaald door Philip Renard
Felix Uitgeverij, Cothen, 2009
128 blz., ISBN 978-90-2154170-9


Na de Ramana Upanishad komt Philip Renard nu opnieuw met een vertaling van een klassiek werk uit de moderne advaita-literatuur, de Atmananda Upanishad. Eerder, in het vorig jaar uitgeven boekje 'Ik is een deur', liet Philip al zien hoe zijn non-dualistisch inzicht mede gevormd is door het werk van Atmananda. In het voorwoord van deze Upanishad-vertaling is hij nog explicieter. Toen hij in de winter van '87-'88 de oorspronkelijke tekst las, stuitte hij op de volgende zinnen: "Ik ben puur Geluk. Alle activiteiten van zintuigen, denken en voelen hebben geluk als doel. Dus al deze activiteiten zijn een eerbetoon aan Mij." Na het lezen van dit fragment viel hij uit zijn geloof in de persoon en kreeg zijn leven een ander zwaartepunt.
Voor de vertaler is de oorspronkelijke tekst, de ‘Atmanandopanishad', die samengesteld werd uit twee boekjes van Atmananda met korte teksten over Bewustzijn (‘Atma Darshan ‘en ‘Atma Nirvriti'), in zijn beknoptheid een waar meesterwerk. Toch heeft Renard er voor alle duidelijkheid en volledigheid nog drie korte artikelen aan toegevoegd. Zijn vertaling is gebaseerd op de vertaling die Wolter Keers ooit maakte en is in feite een hernieuwde versie van de vertaling die hij als verjaardagsgeschenk voor Alexander Smit maakte.
"Alles in Atmananda's onderricht komt er wellicht op neer dat de vormen die zich aan ons aandienen een lofzang zijn op het Meemakende, het Belevende," zegt Renard. Het lastige is natuurlijk om je daar gewaar van te worden. Volgens Atmananda is dat mogelijk, mits je er door een leraar op gewezen wordt. Maar dan zul je ook nooit meer 'over bewustzijn heen blijven kijken'. Zien wat werkelijk is staat gelijk aan bevrijding van alles wat onwerkelijk is.
De teksten van Atmananda zijn in hun kernachtigheid voortdurende verwijzers naar dat wat werkelijk is en kunnen daardoor zonder twijfel behulpzaam zijn bij het leren maken van onderscheid tussen werkelijkheid en illusie. De korte hoofdstukjes lijken te berusten op pure logica, maar vertegenwoordigen een diep inzicht dat slechts intuïtief kan worden aangevoeld. Zo zegt Atmananda in hoofdstuk 20 van ‘Atma Nirvriti': "Als Bewustzijn zou veranderen, hoe zou het dan de verscheidenheid van objecten kunnen constateren?" En een stukje verderop: "Omdat jij zelf constant Kenner bent, kun jij zelf nooit een gekend iets worden. Zelfs het woord 'Kenner' is onjuist, want de onveranderlijke Kenner is het Kennen zelf, Bewustzijn, en niet een belichaamd wezen."
Op deze wijze behandelt Atmananda de kernconcepten en -begrippen van de advaita vedanta in een radicale verwoording waar geen speld meer tussen past. Naast Kennen en het gekende wordt met name aandacht besteed aan de aard van Bewustzijn en van waarnemen. Als gezien wordt in welke verhouding die tot elkaar staan, valt alles op zijn plaats. Maar ook uitspraken als "In een handeling is geen gedachte en in een gedachte is geen handeling" geven de lezer bagage mee waar hij zijn leven lang mee toe kan, al moet hij niet vergeten alle bagage uiteindelijk wel in een bagagedepot achter te laten.
Deze uitgave van de Atmananda Upanishad is zeer zorgvuldig en bijzonder fraai vormgegeven en sluit daardoor naadloos aan bij de tekst. Het behoeft geen betoog dat een boek als dit het verdient om gelezen te worden door iedereen met een interesse of passie voor non-dualisme.

Han van den Boogaard

----------------------

Simon Schoonderwoerd
Een christen op satsang - Gesprekken over God, geloof, waarheid en illusie
Uitgeverij Samsara, 2009, 151 blz.
ISBN: 978-90-77228-94-4


Dat het niet gemakkelijk is om de traditionele dogma's van het christendom ter discussie te stellen in een dialoog met iemand die gelooft in de letterlijke waarheid van de Bijbel, behoeft waarschijnlijk geen betoog. Toch is het precies dat wat Simon Schoonderwoerd zichzelf ten doel heeft gesteld. ‘Een christen op satsang' is de weerslag van zo'n dialoog, die begint als een soort twistgesprek, maar gaandeweg verandert in een daadwerkelijke gedachtewisseling, gebaseerd op openheid en een bereidheid tot luisteren. Dat is voornamelijk de verdienste van Schoonderwoerd zelf geweest. De toon van zijn gesprekspartner is aanvankelijk nogal defensief, soms zelf confronterend. Die valt in zijn beargumentering automatisch steeds terug op zijn uitgangspunt dat de Bijbel letterlijk de waarheid van God weergeeft, zelfs als zijn denkwijze doodloopt als er fundamentele vragen aan de orde komen.
Het knappe van Schoonderwoerd is dat hij weet te vermijden dat er een welles-nietesstrijd ontstaat. Hij legt kort en krachtig uit waar zo'n strijd in feite op gebaseerd zou zijn: "Zodra we beschrijvingen gaan geven van God of de waarheid, zijn we beperkingen aan het aanbrengen. We kaderen iets af wat in wezen niet te begrenzen is. Zodra je een grens trekt, creëer je grensconflicten met anderen." Juist die traditionele begrenzing van God stelt hij telkens weer aan de kaak. Hij blijft benadrukken dat zijn enige doel is om helder te maken dat de boodschap van de Bijbel en Jezus ook anders, dat wil zeggen minder letterlijk, verstaan kan worden: "Het leven van Jezus en zijn onderricht vormen een prachtige verwijzing naar die ene waarheid, die ene werkelijkheid die God is." Hij gebruikt daarvoor de zienswijze en metaforen van het non-dualisme. Zijn formuleringen maken duidelijk dat die voor hem geen geheimen (meer) bevatten. Zelf afkomstig uit het traditionele christelijke gedachtegoed is hem, na ontmoetingen met enkele advaita-leraren, helder geworden dat de Eenheid waarover in het non-dualisme gesproken wordt, heel goed vertaald kan worden in termen en zienswijzen die een belangrijke rol spelen in het traditionele christendom: "Alles komt voort uit dat peilloze niets. Het is dus van dezelfde orde, zeg maar van hetzelfde materiaal, als dat niets. Het feit dat het gemanifesteerd is wil niet zeggen dat het iets anders is of dat het afgescheiden is. God had geen ander materiaal voorhanden om de schepping te maken dan zichzelf."
‘Een christen op satsang' leest als een spannend boek waarin de auteur de gebruikelijke argumenten van het traditionele christendom met veel geduld in twijfel trekt. Hij doet dat aan de hand van thema's als verantwoordelijkheid en vrije wil, goed en kwaad, eenheid en afgescheidenheid, tijd en tijdloosheid, lijden en zelfonderzoek. En passant maakt hij duidelijk dat advaita en christendom elkaar geenszins hoeven te bijten en dat de Bijbel ook in non-dualistisch opzicht veel interessante uitspraken bevat. Al met al een mooi boek van een auteur die niet schuwt om dogmatisch geloof ter discussie te stellen en onomstotelijke waarheid onder ogen te zien.

Han van den Boogaard

------------

Gina Lake
Het mechanisme van verlangen
Uitgeverij Samsara
196 blz., € 19,95, ISBN 978-90-77228-67-8


Verlangen is een boeiend en hot item. The Secret leert je hoe je je verlangens kunt manifesteren. Toch brengt dat begeren ons pijn en lijden omdat we niet altijd krijgen wat we willen, ook al doen we ons uiterste best. Zelfs wanneer we krijgen wat we wensen, doet dat ons pijn als we tot de vaststelling komen dat het ons geen vervulling brengt. We verlangen altijd naar meer. Het is niet mogelijk om niets te verlangen, omdat wij verlangens niet kunnen beheersen. Ze komen op en verdwijnen weer. Hoewel je niet niet kunt verlangen, is het mogelijk los te komen van de behoefte je verlangens te bevredigen. Verlangens zijn een speciaal soort gedachten die dwingender zijn dan de meeste andere gedachten, omdat er emoties en impulsen mee verbonden zijn. De emoties die gekoppeld zijn aan een verlangen variëren van angst tot vreugde. Het verlangen roept bepaalde emoties op, en de poging met deze emoties om te gaan veroorzaakt een drijvende kracht: er wordt actie ondernomen om de emotie die we wensen (bijvoorbeeld plezier) te ervaren. Er zijn verlangens die ontspruiten aan het ego en er zijn verlangens die afkomstig zijn van essentie. Verlangens die voortkomen uit essentie noemt Gina Lake intenties. Krijgen wat het ego wil, brengt alleen een kortstondige bevrediging en geluk, terwijl krijgen wat essentie wil een diep geluksgevoel en vervulling brengt. Het ego gebruikt angst om je te stimuleren tot actie, terwijl essentie je inspireert met gevoelens van enthousiasme, vreugde en geluk. Een hartsverlangen is een verlangen dat van diep uit je binnenste komt. Het is een verlangen dat sterk gevoeld wordt en grote vreugde geeft wanneer het vervuld is. Een egoverlangen begint als gedachte en wordt vervolgens omkleed met emoties, en daarna worden er verhalen omheen gesponnen. Verlangens van het ego zijn ideeën, terwijl de intenties van essentie overkomen als gevoelens, neigingen, ingevingen en impulsen. Het Hart horen is niet moeilijk. Wanneer de geest in een toestand van rust verkeert, kun je het Hart tot je horen spreken. Als je wilt weten wat je hartsverlangen is, kijk dan welke dingen je graag doet. Merk op wat je vreugde schenkt. Het Hart stuurt ons steeds in de richting van liefde en niet ervandaan, zoals het ego. We lijden omdat we geloven dat we iets ontberen dat noodzakelijk is voor ons geluk. Vrede, geluk en vervulling worden niet bereikt door te krijgen, maar door te omhelzen wat er is, precies zoals het is. Houden van wat er is, is eigenlijk zo simpel als het maar kan. Er komt geen inspanning, geen verlangen, geen strijd en geen teleurstelling aan te pas. Wanneer je je op het niveau van essentie beweegt, verlang je nergens naar, zelfs niet naar liefde. Het ervaren van essentie is een ervaren van vervulling, niet van gebrek. Er is geen tekort aan liefde, want liefde is de kern van de hele schepping. Wanneer je in harmonie bent met essentie, is alles goed zoals het is. Dit moment is precies zoals het bedoeld is. Elke ervaring die je had is precies wat je nodig had. Je kunt niet altijd krijgen wat je wilt, maar je krijgt wat je nodig hebt.
De auteur legt op heldere wijze het mechanisme van verlangen en begeerte uiteen en beschrijft waarom dat mechanisme ons steeds weer in de greep heeft. De schrijfster geeft ook weer wat je moet doen om uit die greep te komen. Het vlot leesbare boek bevat daarnaast heel wat eenvoudige en interessante bewustzijnsoefeningen. Dit boek leert je hoe je gelukkig kunt zijn, zelfs als je niet krijgt wat je wilt. Gina Lake gaat dan ook een stap verder dan The Secret. Knap werk van deze psychologe!

Danny Senesael

--------------------

C.B. Zuijderhoudt
Meester Eckhart versus advaita
Uitgeverij Samsara, 2008
192 blz., € 19,95, ISBN 978-90-77228-54-8

Onlangs heeft uitgeverij Samsara het boek ‘Meester Eckhart versus advaita' uitgebracht. Auteur is C.B. Zuijderhoudt, die, zoals hij zelf verklaart, leerling is geweest van Alexander Smit.
Zoals de titel al suggereert, beoogt het boek te laten zien dat non-dualiteit als ervaring in belangrijke mate overeenkomt met wat Meester Eckhart vanuit een christelijke achtergrond al verwoordde.
Aantrekkelijk in het boek is de nadruk die de auteur legt op de waarde van het ervaren van de non-dualistische staat, in tegenstelling tot enkel het begrip ervan. Dat laatste reduceert non-dualiteit tot niet meer dan een schraal, intellectueel concept. Of zoals de schrijver het zelf zegt: "Verstand en dogmatiek hebben tegenwoordig de plaats ingenomen van ervaren."
Bewustzijn is zich als ervaring bewust van het lichaam, gevoelens en het denken. Bewustzijn staat los van denken en voelen, en overstijgt deze. Bewustzijn is wat ervaart, soms als getuige. In die zin is Bewustzijn wat Meester Eckhart ‘iets ongeschapens' zou noemen, een vermogen tot kennen. Het is het scheppend vermogen zonder schepsel. Bewustzijn is het Zijn zelf, dat uit zichzelf iets projecteert. Als je dat inziet, kan je identificatie verschuiven van denken en doen naar ervaren. Het ‘ik' valt weg uit het ‘ik-bewustzijn', en Bewustzijn als ervaring blijft over. Je bent niet meer de waarnemer, maar het waarnemen zelf.
Zuijderhoudt vertelt in dit boek over zijn eigen ervaring, een ‘flash of lightning' die een ingrijpende gebeurtenis is in zijn bestaan. Of zoals hij het noemt: "Het is het herkennen van het wezen Zelf."
In dit boek wordt uiteraard veel in het licht van de christelijke traditie verklaard. Voor zover dat betrekking heeft op de uitspraken van Meester Eckhart is dat uiteraard geen bezwaar. Waar we ons zeker in zullen vinden is het volgende citaat: "Wil de mens waarlijk arm (d.w.z. leeg van geest) zijn, dan moet hij even vrij zijn van zijn eigen bedachte wil als hij was toen hij niet bestond. Slechts hij is een arm mens die niets wil en niets begeert."
Een ander citaat wil ik u ook niet onthouden: "Waarlijk, de mens kan God niets aanbieden dat hem liever zou zijn dan rust. God waardeert niet het vasten, waken, bidden en kastijden, en heeft dat ook niet nodig. Wel waardeert Hij rust."
Het vergt niet al te veel fantasie om God en Bewustzijn als uitwisselbaar te zien. Daarmee verdient dit boek het zeker om in een non-dualistisch tijdschrift als InZicht besproken te worden.

Mieke F.W. Berger

-------------------

Adyashanti
Ware meditatie
Uitgeverij Samsara, 112 blz., € 17,50
ISBN 978-90-77228-71-5

Dit is het tweede Nederlandstalige boek van Adyashanti. Hij stemde erin toe om samen met uitgeverij Sounds True een lesprogramma over ‘Ware Meditatie' samen te stellen, wat uitmondde in dit boek. Adya hield twee dharmatoespraken over dit onderwerp: ‘Alles laten zijn zoals het is' en ‘Meditatief zelfonderzoek'. Dit zijn ook de twee delen die in dit boek aan bod komen. Elk deel bestaat uit korte, vlotte hoofdstukjes.
Volgens Adya is het belangrijk dat we aan meditatie beginnen met een open instelling, dat wil zeggen een houding die niet gekleurd is door het verleden. We moeten meditatie benaderen met de grondhouding van gemak, ontvankelijkheid en ontspannen zijn. Verlichting is simpelweg een terugkeren naar onze natuurlijke staat, die volkomen spontaan is. Veel meditatietechnieken zijn een vorm van beheersing. Echte meditatie heeft volgens Adya niets te maken met het beheersen van een techniek; het gaat over het loslaten van alle controle.
De vrede en de stilte die je probeert te bereiken is er al. Het enige wat je hoeft te doen is de poging die te bereiken op te geven. Wanneer je de ervaring laat zijn zoals ze is, komt er een onderliggende staat van zijn in het bewustzijn omhoog. Deze natuurlijke, ongekunstelde staat van bewustzijn wordt door niets aangetast. Als we eenmaal het fundament hebben gelegd dat we alles laten zijn zoals het is, dan komt meditatief zelfonderzoek aan bod.
Dit element wordt vaak over het hoofd gezien, en toch is het heel belangrijk. Onderzoek is een manier om fundamenteel inzicht te ontwikkelen in de aard van ons eigen wezen. Meditatie zonder onderzoek kan leiden tot een soort innerlijke afstandelijkheid. Voordat we echt ontdekken wat we zijn, moeten we er eerst achter komen wat we niet zijn. Dit kan de weg van onttrekking genoemd worden. Een simpel onderzoek van je eigen ervaring toont aan dat je gewaar bent van je gedachten, gevoelens, overtuigingen. Wanneer je in jezelf kijkt en zoekt naar wie er gewaar is, kun je geen ‘ik' vinden. Zelfonderzoek begint met erachter te komen wie we niet zijn, maar hier eindigt het niet. Na de weg van onttrekking volgt de weg van de alomvattendheid. Nadat we onze identiteit aan denken, geloof, persoonlijkheid en ego hebben onttrokken en gezien hebben dat er iets aan voorafgaat, gaat de identiteit rusten in gewaarzijn zelf. Gewaarzijn heeft geen vorm, geen kleur, geen leeftijd, geen overtuigingen. Gewaarzijn is niet iets wat we bezitten. Gewaarzijn is in werkelijkheid wat we zijn.
De krachtigste vraag die we kunnen stellen is: ‘Wat ben ik?' Deze vraag heeft het vermogen door lagen van conditionering heen te dringen en je wezenlijke aard te bereiken. Door die vraag te stellen kijkt de geest naar binnen, en wat vindt de geest? Hij vindt niets. Zelfonderzoek brengt je snel terug bij het onbekende. Als je daar eenmaal bent, kun je er eindeloos blijven.
Dit zenboek is goed leesbaar, vrij van zenjargon en to the point. Het ruimt een aantal misverstanden op en kan de lezer op weg helpen bij de beoefening van meditatie.

Danny Senesael

-----------------

Spoedcursus verlichting
Tijn Touber
A.W. Bruna Uitgevers B.V., Utrecht
ISBN 9789022996140

Een van de eerste dingen die opvallen aan dit boek is dat het gepubliceerd is door Uitgeverij Bruna, die er toch niet om bekendstaat geïnteresseerd te zijn in spiritualiteit, maar eerder in een grote omzet. In combinatie met de titel zou je dan een dilettantisch boek verwachten. Dat is jammer, want Tijn Touber is allesbehalve een dilettant.
Dat blijkt al uit zijn markante biografie, waarvan hij in dit boek ook iets prijsgeeft. Bijna van de ene dag op de andere wordt deze succesrijke ex-popster praktisch een monnik. De popmuziek, het succes, de vrouwen, de drugs, drank en sigaretten worden radicaal aan de kant gezet en voortaan wordt er om 4 uur 's ochtends opgestaan om te mediteren. Hij houdt dat veertien lange jaren vol. In die jaren is hij tevens een even succesrijke redacteur voor ‘Ode', het blad voor de onverbeterlijke optimist, dat zich behalve met spiritualiteit ook bezighoudt met ecologische vraagstukken, duurzame ontwikkelingen en verantwoord ondernemen. Daarnaast begint hij vele mensen de beginselen van de meditatie bij te brengen. Een vruchtbaar leven dus, dat tot op de dag van vandaag vruchtbaar blijft door zijn onvermoeibare inzet om mensen te verlichten en te bevrijden, niet alleen door zijn meditatiecursussen en zijn journalistieke werk, maar ook door zijn huis belangeloos open te stellen voor interessante sprekers en hun publiek. Ik heb daar menig boeiende avond door mogen brengen.
Maar wat wordt er in dit boek eigenlijk met verlichting bedoeld? De laatste jaren brengt het begrip me steeds meer in verwarring. Door de bestudering van de rishi's dacht ik begrepen te hebben wat het is. Hoewel het kan gebeuren dat verlichting plotseling optreedt, doen de rishi's het voorkomen dat dit toch een langzaam en moeilijk proces is dat voor maar weinigen is weggelegd. En als je begrijpt wat ervoor gebeuren moet, klinkt dat ook heel aannemelijk. Een spoedcursus verlichting zou in hun oren als een contradictio in terminis klinken. Of het treedt plotseling spontaan op en dan heb je dus geen cursus nodig, of het is een langgerekt leerproces.
Mijn laatste spirituele leraar, Ramesh Balsekar, deed dit begrip al wankelen. Verlichting, zo beantwoordde hij mijn vraag, is je comfortabel voelen met jezelf, met de ander en met de wereld. Begreep ik het niet, begreep hij het niet, of hadden we het over heel verschillende dingen? Ik houd het maar op het laatste. Zoals ik het begrip door moderne leraren (en dan vooral westerse, dus ook Touber) gebruikt hoor worden betekent het inderdaad iets wat lijkt op wat Balsekar zegt. En waarom ook niet? Want als dat klopt, betekent dat toch op zijn minst al een grote bevrijding van de ‘quiet desperation' waarmee de meeste mensen door het leven moeten.
Het is dus eerder een spoedcursus positief denken, maar dan niet zo kleinzielig toegespitst op het eigen welzijn alleen, zoals bijvoorbeeld ‘The Secret' doet, waarbij het dan ook nog vaak om de bevrediging van materiële behoeften gaat. In zijn positieve denken neemt Touber de gehele aarde mee en toont hij zich de man die jarenlang ook vanuit een ecologisch en ethisch perspectief heeft gedacht en dat met veel verve heeft uitgedragen in zijn journalistieke werk. Hij koppelt het welzijn van de mens terecht aan dat van de aarde, en doet dat vanuit heel verschillende en verrassende invalshoeken. Hij geeft ook graag voorbeelden van mensen die hun idealen tegen enorme weerstanden in toch weten door te zetten en zodoende weer iets heel bewonderenswaardigs voor de aarde en de mensheid weten te bereiken.
‘Spoedcursus verlichting' is een inspirerend en blijmakend boek, waarin Touber zich de verlichte man toont die hij zelf zegt te zijn.

Helena Klitsie

---------------------

Zil Chezero
Sigaar uit eigen doos - 18 SlamSats
ISBN 978-90-79632-01-5
247 blz., uitgegeven door ArbyProd Rotterdam
te bestellen bij: www.zilbiz.com


Wie Zil Chezero is, blijft na het lezen van ‘Sigaar uit eigen doos' een grote vraag die misschien altijd wel onbeantwoord zal blijven. Zijn(?) identiteit is in duistere nevelen gehuld, en dat past goed bij dit bijzondere boek, waarin een select groepje belangstellenden op onorthodoxe en soms hardhandige wijze door Chezero geconfronteerd wordt met hun eigen illusies ten aanzien van identiteit, waarheid en realisatie. Over zichzelf laat hij niet veel meer los dan dat hij het restant is van een persoon die beetje bij beetje elke illusie heeft moeten opgeven iets of iemand te zijn.
En dat is ook wat hij beoogt te bereiken met de deelnemers aan de 18 SlamSats die hij met hen gehouden heeft. Een SlamSat houdt het midden tussen een ruw uitgevallen discussie en een satsang. Chezero heeft die naam eraan gegeven omdat de SlamSats de illusies van de arme drommels die eraan hebben durven deelnemen genadeloos het bestaan uitschoppen. Het enige wat hij hun opdringt is hopeloosheid omtrent hun eigen bankroet als individu. Het brengt hen in een situatie waarin je niets anders kunt dan gaan zitten en maar zien wat er op je afkomt.
En wat er op hen afkomt is een spervuur van vragen, waarmee Chezero de deelnemers op socratische wijze probeert te doordringen van de inhoudsloosheid van al hun verhalen en concepten. Of het nu over liefde gaat of waarheid, over grenzeloosheid, afgescheidenheid of eenheid, de uitkomst is eigenlijk steeds hetzelfde: de ondervraagde loopt tegen de muur van concepten die hij of zij zelf heeft opgetrokken. Iedere deelnemer wordt aangesproken met het nummer dat hij toegewezen heeft gekregen, zodat elke uitwisseling strikt onpersoonlijk blijft, zelfs als hem te verstaan wordt gegeven dat hij de ruimte maar beter kan verlaten. Meestal gaat het er wat zachtzinniger aan toe, zoals in het hoofdstuk ‘Kennis en geloof', waarin ‘nr. 16' heel subtiel en toch met dwingende kracht uit zijn geloof in God geleid wordt naar het niet-weten dat hij is.
Zoals het een goede non-dualistische leraar betaamt, slaat Chezero de deelnemers elk houvast uit handen en geeft hij er niets voor terug. Want het grote gevaar is natuurlijk dat men zich weer vastklampt aan het begrijpen van het punt dat is gemaakt. "Om te kunnen zeggen: ‘ik begrijp'," legt hij ons wellicht ten overvloede nog eens uit, "moet je je terugtrekken uit de directe ervaring en het onmiddellijke verwerken daarvan, om in staat te zijn een ander proces op te starten dat ‘begrijpen' heet, wat vervolgens culmineert in een stilstand die ‘conclusie' genoemd wordt, of ‘inzicht' of elke andere grijstint." Ongetwijfeld heeft geen enkele SlamSat-deelnemer het vervolgens nog gewaagd met met zijn "kleine, inhalige handjes" te grijpen naar deze fopspeen van inzicht.
‘Sigaar uit eigen doos' is, kortom, een boek met een ongebruikelijke opzet, maar dat maakt de non-dualistische waarheden die in de SlamSats aan het licht komen er niet minder waar en indringend om. Toch blijven het natuurlijk maar woorden, realiseert ook Chezero zich, maar wel woorden die "misschien, heel misschien wat wolken zouden kunnen wegblazen om wat licht door te laten, een beetje zicht". En voor degenen die ook wel eens in gesprek willen met deze vreemdsoortige leraar is er gelukkig nog een optie die achter in het boek uit de doeken wordt gedaan. Na dit boek gelezen te hebben kan ik me moeilijk voorstellen dat je die verleiding kunt weerstaan!

Han van den Boogaard

------------------------

Han van den Boogaard
Leven zonder tranen - Wei Wu Wei's waarheid over zijn en niet-zijn
ISBN 978-90-77228-99-9
Uitgeverij Samsara, € 18,95

De meeste InZichtlezers zullen bekend zijn met de schrijver Wei Wu Wei. De naam is een verwijzing naar het taoïstische begrip ‘handelen zonder te handelen'. Wei Wu Wei heeft in totaal acht boeken geschreven en lang is er gespeculeerd over wie de schrijver zou zijn. In het algemeen meende men dat de schrijver van Chinese afkomst moest zijn geweest, gezien zijn naam en de onderwerpen waarover hij schreef. Zelfs Ramesh Balsekar complimenteerde de schrijver met de wijze waarop hij zich in de Engelse taal uitdrukte. Pas veel later is bekend geworden dat achter deze nom de plume Terence Gray schuilging, een aristocraat van Ierse huize die veel in India gereisd had en tijdens die reizen ook de ashram van Sri Ramana Maharshi veelvuldig aandeed.
De boeken van Wei Wu Wei zijn niet altijd even toegankelijk, niet alleen vanwege zijn benadering van non-dualiteit, maar ook vanwege de paradoxen en zijn eigenzinnige gebruik van de Engelse taal. Daarom heb ik lang de wens gekoesterd dat zijn werken zouden worden vertaald. En zie, daar verschijnt dan nu het boek ‘Leven zonder tranen - Wei Wu Wei's waarheid over zijn en niet-zijn' van Han van den Boogaard - een overzichtelijke compilatie van Wei Wu Wei's belangrijkste inzichten met goed vertaalde citaten, waardoor Wei Wu Wei plotseling prettig leesbaar wordt.
De gekozen benadering is aantrekkelijk. Het boek is een compilatie van kernthema's, gekozen uit de acht werken van Wei Wu Wei en opgesteld in 14 afzonderlijke hoofdstukken. Het is zeker niet het streven van Han geweest om volledig te zijn. Niettemin geven deze hoofdstukken tezamen een uitstekend, toegankelijk overzicht van de gedachtewereld van Wei Wu Wei.
Het is verleidelijk om hier een veelheid aan citaten uit het boek weer te geven. Ik zal me beperken tot een enkele die mij zeer aanspreekt en die u als lezer een idee moet geven wat het centrale thema in het gedachtegoed van Wei Wu Wei is. Zijn laatste boek ‘Posthumous Pieces' is een bijna alomvattend overzicht van de ideeën en inzichten zoals de schrijver die in de loop der jaren ontwikkeld had. Zijn verklaring voor de mysterieuze titel was veelzeggend:
"Deze stukken worden ‘postuum' genoemd, niet omdat ik ‘dood' ben; ongeboren als ik ben is dat voor altijd onmogelijk."
Iedereen die bekend is met de leer van Ramesh Balsekar zal de diepe invloed van Wei Wu Wei daarin herkennen, met name het telkens weer benadrukken dat het ‘ik' als zelfstandige entiteit niet bestaat. Een laatste citaat als samenvatting van Wei Wu Wei's inzichten:
"De mens bestaat niet als zodanig als individu. Er valt niets te willen noch te doen. Het Ene doet zichzelf en ziet het gebeuren." 'Leven zonder tranen' is een inspirerend boek dat zich bij uitstek leent om er af en toe een stukje uit te lezen. Het voorziet werkelijk in een lang gevoeld gemis; kortom, een aanrader.

Mieke F.W. Berger

---------------------

A.H. Almaas
Het Nu van moment tot moment. De Realisatie van je Ware Natuur door de beoefening van Aanwezigheid
Zwerk Uitgevers, Houten, 2009


Het gebeurt niet zo vaak dat we onszelf ervaren als deel van, laat staan als de stroom van verschijnselen of momenten. En zien we er wel iets van, weten we wel dat we er zijn, dan is dat meestal eerder het gevolg van een conclusie of een vermoeden dan van een direct beleven en zijn we nog niet authentiek, echt waar we zijn. Wezenlijk inzicht in onze 'persoonlijke draad', onze levenslijn, en in de betekenis daarvan, is nauwelijks haalbaar, zo komt het ons soms voor.
Niet dat het permanent weten daarvan er niet in zit. Het is juist altijd en overal mogelijk. Dat is het punt dat Almaas systematisch maakt in ‘The Unfolding Now'. De lezer kan het iedere keer direct bij zichzelf nagaan, toetsen aan de eigen ervaring, aan de hand van open onderzoekjes: oefeningen die de inzichten begeleiden, aan het slot van elk hoofdstuk.
Het boek bestaat uit helder geschreven, aangepaste transcripties van een cursus die Almaas, de grondlegger van de ‘Diamond Approach', in 2003 gaf over identiteit in haar essentiële dimensie, als onderdeel van het onderwijspakket van de Ridhwanschool, 'the come as you are school of realization'.
Deze diamanten benadering van het leven en van de innerlijke verwerkelijking ervan maakt integraal onderdeel uit van wat in onze (post)moderne westerse samenleving plaatsvindt. Als een zich voortdurend ontwikkelend geheel van constructieve kennis en oefen- en onderzoeksvormen met ingebakken eigen deconstructie, intensiveert en verdiept zij, 'cultuurkloofvrij', de dagelijkse beleving van wie haar bestudeert. De ‘Diamond Approach' gaat over ontdekken, en de lezer krijgt in dit boek, stukje bij beetje, zicht op wat dat allemaal met zich meebrengt, in het licht van het zo populaire 'in het moment zijn', 'hier en nu'.
Bij beoefening van de bijpassende onderzoeksmethoden gaat het telkens, heel precies, om persoonlijke waarheid/ervaring. Tussen studie en het resultaat ervan ligt geen oorzakelijk verband, de relatie is dialectisch: "Practice is not even practice, that's why I call it non-practice; it becomes just realization, furthering, unfolding itself." 'Op hol geslagen realisatie' noemt Almaas het wel, levende intelligentie die aan het oefenen is, vanzelf, moeiteloos: dat is dus wat/wie wij zijn.
‘The Unfolding Now' onderzoekt en onthult, tot in detail, vooral wat ons in de weg zit, wat het moeilijk maakt om echt te zijn, onze werkelijkheid open te ondergaan: hoe we, met ons verlangen en ons hopen, steeds verwerpen waar we zijn.
Het boek bevat geen praktische handleiding voor het 'hoe nu verder'. Wel biedt het een mogelijkheid tot (een begin van) transformatie en daarmee is het een meer dan buitengewone handreiking, barstend van leven, voor wie wil.

Peter Veen

---------------------------

Marijtje van der Horst
De dood legt Liefde bloot
ISBN 978-90-81419-51-2, 220 blz.
Uitgeverij Studio mM Design bv.

Marijtje van der Horst, in de modewereld bekend onder de naam Marijke Mulder, schreef een boek over het heengaan van haar geliefde Hein. Ze was een gepassioneerd modeontwerpster, die dertig jaar een eigen bedrijf runde. Door de ernstige ziekte van haar echtgenoot veranderde haar leven radicaal. Twee jaar nadat de ziekte herkend was, stopte ze met werken, verkocht ze haar bedrijf, verhuisde ze en veranderde ze haar naam. Ze was niet meer wie ze was. Haar oude ik was verdwenen. Er bleef niets meer over van die moedige, sterke, zelfstandige vrouw.
Dit boek beschrijft het proces dat Marijtje doormaakte bij het lijden en verlies van haar geliefde: diep vallen, jezelf volledig verliezen, stukje bij beetje jezelf hervinden, je gedragen voelen, een nieuwe weg inslaan, je weer heel voelen. Soms had ze het gevoel dat ‘het' in haar schreef en achteraf kwam ze tot de vaststelling dat wat ‘ze' geschreven had, haar leed verzachtte en troost bood.
Hoewel Marijtje in het verleden nooit interviews gaf over haar privéleven, maakte ze hier een uitzondering. De twaalf laatste dagen van Hein worden gedetailleerd beschreven omdat ze voelt dat ze niet anders kan, het dringt zich op. Ze is de mening toegedaan dat deze ervaring, die zoveel troost biedt, gedeeld moet worden. Subtiel wordt ze gewaar dat ze gedragen wordt door een stille aanwezigheid. Iets veel groters neemt het van haar over. De liefde is tastbaar aanwezig en doordrenkt elk moment in de stilte van het samenzijn met haar stervende man. Uiteindelijk lost alles op en blijft er niets anders dan liefde over.
Het boek bevat schilderijen, tekeningen, illustraties en geborduurde foto's, die een prachtige uitdrukking zijn van haar gevoelens van verdriet, pijn, wanhoop, lijden, hoop, verwondering, vreugde, geluk en liefde. Samen met de dagboekfragmenten, citaten en gedichten vormen ze een perfecte combinatie. Het lezen van dit mooie boek maakt je stil, ontroerd, meelevend en gevoelig. Haar woorden en gedichten zijn kort, krachtig, maar haarscherp, en gaan door merg en been. De stilte en ruimte tussen de regels spreken boekdelen. Je bent er getuige van hoe, ondanks de ondraaglijke pijn van haar verdriet, de liefde haar lijden heeft verzacht en veranderd.

Danny Senesael

-------------------------

Woei-Lien Chong en Andre van der Braak (red.)
Het religieuze na de religie
Uitgeverij Ten Have
199 blz., ISBN 978-90-259-5915-9

Kan filosofie helpen de aard van het religieuze te verwoorden nu de traditionele religie in verval is? Deze vraag vormde de achtergrond voor een reeks lezingen die in 2007 werd gehouden door de Stichting Filosofie Oost-West. Een selectie van deze lezingen is nu bewerkt voor deze bundel, aangevuld met een aantal speciaal voor dit boek geschreven artikelen.
De verschillende schrijvers, die zich elk al vele jaren bezighouden met de relatie filosofie en spiritualiteit, kiezen elk hun eigen uitgangspunten en komen daarmee tot heel diverse inzichten.
Woei-Lien Chong gaat in op de Franse denkers Luc Ferry (filosoof en ex-minister van Onderwijs) en Marcel Gauchet (etnoloog en historicus), die na ‘het afscheid van de religie' heel verschillend aankijken tegen de plaats van het religieuze: na ‘de dood van God' ziet Ferry de mens als ‘god-mens', terwijl voor Gauchet de wereld voorgoed onttoverd is. Wel plaatsen beiden de mens in het centrum van de werkelijkheid en zien ze de religieuze ervaring als een ‘seculier fenomeen' dat de filosofie kan duiden in seculiere termen.
Voor Herman Berger staat niet de mens, maar de ‘werkelijkheid als geheel' centraal. Wil men haar wetenschappelijk benaderen, dan is het nodig haar op te delen in elementen om die dan vervolgens weer mathematisch met elkaar in verband te brengen. Daarmee verdwijnt volgens Berger de ‘werkelijkheid als geheel' uit het zicht.
Gerard Visser haalt Nietzsche aan die vindt dat de cartesiaanse manier van denken de mens gereduceerd heeft tot een nuttig radertje in het grote sociaal-economische systeem. Hiertegenover plaatst Visser het negentiende-eeuwse begrip ‘beleving' (Erlebnis), waarbij het leven als leidraad genomen wordt en niet de projecten van de mens.
Volgens Nico Tydeman vormt verlichting - de mystieke gelukservaring, een gevoel van thuis zijn in de werkelijkheid zoals ze is - de bron van religie, en is ze terug te vinden in vele religieuze en filosofische tradities. Het verlangen hiernaar ligt aan de basis van ieder religieus zoeken.
Jan Bor stelt dat in het Westen ten onrechte wordt aangenomen dat zen vooral verlichting benadrukt. De reden hiervoor is dat de Japanse denkers die zen naar het Westen brachten onder invloed stonden van de Amerikaanse filosoof William James en hierdoor de verlichtingservaring accentueerden en veel minder nadruk legden op het pijnlijke zelfonderzoek en de innerlijke transformatie die ook onderdeel zijn van zen.
Andre van der Braak verhaalt van zijn persoonlijke religieuze zoektocht, van het rooms-katholicisme uit zijn jeugd via de Amerikaanse spirituele leider Andrew Cohen, die hij na 11 jaar tijdens een traumatische crisis verliet, naar filosofen als Nietzsche en Socrates, bij wie de sceptische rationaliteit in dienst staat van een groot hartsverlangen naar wijsheid en bevrijding. Ook probeert hij aansluiting te vinden bij Sloterdijk, die filosofische en religieuze begrippen als immuunsystemen ziet, troostende illusies die we met onze scepsis weer afbreken, waardoor er steeds nieuwe illusies nodig zijn. Hiermee mist hij volgens Van der Braak echter de kern van het religieuze verlangen als ervaring.
Ilse Bulhofs bijdrage gaat over de negatieve theologie van Nicolaas van Cues (1401-1464), waarbij wordt ingegaan op wat het Absolute niet is, om zo intolerante claims op waarheid te ontzenuwen. Deze negatieve theologie is echter zodanig verbonden met de positieve theologie uit die tijd dat zij - als ze daarvan wordt losgekoppeld - het gevaar loopt te ontaarden in radicaal relativisme of nihilisme. Voor Bulhof biedt de boeddhistische filosoof Nagarjuna (ca. 150-250) een betere basis voor toepassing in deze tijd.
Woei-Lien Chong gaat in op een niet-westerse denktraditie met radicaal andere uitgangspunten dan het westerse denken. Zij vergelijkt het daoistische begrip ruimte of leegte met het westerse natuurkundige begrip dat gangbaar is geworden sinds Descartes, Galilei en Newton. In het westerse denken is er sprake van een innerlijke ruimte waarin het denken zich afspeelt en een uiterlijke ruimte waarin stoffelijke lichamen zich bewegen volgens natuurkundige wetten. In het daoisme daarentegen is er ruimte om ‘twee' van elkaar te kunnen onderscheiden en is zij daarmee de bestaansvoorwaarde voor de hele werkelijkheid, het creatieve bij uitstek dat het mogelijk maakt dat aparte entiteiten groeien en bloeien.
Henny van der Veere ten slotte vraagt zich af of het boeddhisme, dat uitgaat van de vergankelijke (niet-permanente) aard van het ik, wel zo'n goede keuze is voor westerlingen die streven naar zelfontplooiing en zelfverwerkelijking. Hierbij gaat hij in op het Shingon-boeddhisme, waarvan de oprichter, Kukai (774-835) het radicale uitgangspunt hanteerde dat de vergankelijkheid zelf de verlichting is.
Op een aantal plaatsen in dit boek wordt ervoor gepleit om het mysterie niet ‘in te vullen' met een ‘allesverklarend beginsel', maar om het ‘open te laten'. Toch is de drang om het mysterie met onze beperkte menselijke taal zo dicht mogelijk te naderen blijkbaar onbedwingbaar, getuige ook deze bundel. En dat lijkt ook te gelden voor de wens om erover te lezen, om zo steeds weer nieuwe aspecten en invalshoeken te ontdekken van dit mysterie, dat zich nooit in woorden zal laten vangen.
Voor dit laatste leent deze inspirerende bundel, waarvan hierboven alleen nog maar de omtrekken geschetst zijn, zich uitstekend, alhoewel sommige bijdragen voor de niet filosofisch geschoolde lezer misschien wat taai kunnen zijn. Geen boek om in één ruk uit te lezen, maar wel een boek om na een paar bladzijden weg te leggen en het gelezene langzaam te laten bezinken.

André de Jong

----------------------