Boekbesprekingen InZicht 2010
Fokke Slootstra
De krachtige waarheid van Al wat Is
Fokke Slootstra (1958) werkte jarenlang als verpleegkundige en leidinggevende in de gezondheidszorg. Het is Fokkes passie, al zijn hele leven, om op een intense manier te werken met mensen zodat zij tot bewustwording, vrede en vrijheid komen; om de van zijn Bron vervreemde mens terug te brengen naar de verwondering dat er geen afscheiding is, dat alles met alles verbonden is.
Atte Bouma
-------------------------
Gary Crowley
De subtitel ‘Verlichting als bestemming' zegt waar dit boek over gaat. Het is een ‘reis van hier naar hier' en niet van hier naar daar, want uiteindelijk kun je nergens heen gaan en valt er niets te bereiken. Wat wel mogelijk is, is een verschuiving van oriëntatie door een vernieuwd inzicht. Dat probeert Crowley in dit boek te bewerkstelligen met behulp van de wetenschap, want "de wetenschap heeft de serieuze zoeker altijd geholpen - alleen een dogma heeft last van die lens". Vooral het idee dat we van onszelf hebben als wezens met een bewuste wil is, gezien vanuit het standpunt van de biologie en de neurologie, een fictie. Wat ons neurologisch stelsel denkt of doet is de uitkomst van miljarden neurologische mechanismen aan de hand waarvan sommige gedachten, gevoelens en reacties geselecteerd worden om vervolgens bewust ervaren te worden. Uiteindelijk denken we misschien wel dat we iets te kiezen hebben, maar onze keuze is de uitkomst van voorbewuste besluiten. Ook ons gevoel van continuïteit is een illusie. De menselijke hersenen geven absolute voorrang aan samenhang en verzinnen desnoods iets om deze samenhang en continuïteit te garanderen. Crowley illustreert deze beweringen met een aantal leuke afbeeldingen met optische illusies. Ten slotte moeten we besluiten dat het idee van ‘ik', een afzonderlijk individu met een bewuste wil, ook maar een idee is, een illusie. Er bestaat geen bewuste wil en dus ook geen ‘ik'. Het is slechts een mythe, iets wat je je inbeeldt.
Raf Pype
----------------
Liza Unmani Hyde
Jacqueline Lansu
-----------------------
Rupert Spira
‘TheTransparency of Things' is om diverse redenen een zeer bijzonder boek. Gaven de oude Indiase Upanishads en Veda's vaak zeer specifieke instructies ten aanzien van de wijze waarop het wezen van onszelf onderzocht kan worden, in de moderne advaita-literatuur zien we dit veel minder terug en mist de lezer vaak handvatten waarmee hij in staat wordt gesteld zijn eigen conclusies te trekken. Rupert Spira's boek vormt hier een uiterst welkome uitzondering op. Op systematische en consequente wijze neemt de schrijver ons mee op onderzoek en legt hij moeiteloos de waarheid bloot rond tal van onderwerpen die vaak niet of slechts oppervlakkig in boeken over advaita aan bod komen. Het zijn verontrustende, soms zelfs ontwrichtende onderzoeken, waarin ons gevraagd wordt om uitgangspunten ter discussie te stellen die we ons hele leven lang al als waarheid hebben aangenomen.
Han van den Boogaard
-----------------------------
Pia de Blok en Patricia van Bosse
In het ‘Woord vooraf' wordt aangegeven dat dit boekje ontstaan is uit de vraag naar lectuur voor jongeren over de belangrijke levensvragen die in het advaita-onderricht aan bod komen. Er bestaat een duidelijke lacune op dit gebied, en hieruit ontstond dit sprookjesachtige verhaal. Misschien wekt dit de suggestie dat dit boekje uitsluitend voor jongeren bestemd is, maar het tegendeel is waar. Misschien zijn zelfs te weinig jongeren er al rijp voor. Maar alle jongvolwassenen en volwassenen zullen er veel leesplezier aan beleven. Ook mensen die nog nooit van de term ‘advaita' gehoord hebben zullen op een plezierige wijze veel nieuwe inzichten kunnen opdoen.
Guy Vandeput
---------------------------------
Jeff Shore
Jeff Shore, een Amerikaan die 25 jaar in Japanse zenkloosters heeft doorgebracht en momenteel hoogleraar is aan de zen-universiteit van Kyoto, spant zich reeds jaren in om mensen in Oost en West te introduceren en warm te maken voor zen.
Rogel Diaz
--------------------
Chögyal Namkhai Norbu
Danny Senesael
------------------------
John Tarrant
Rogel Dias
----------------
Premananda
Han van den Boogaard
-------------------------
Dit boek is een neerslag van gesprekken met Nisargadatta Maharaj in de periode 1979-1980, juist voor zijn overlijden in 1981. Er zijn een paar teksten die ten dele met het niet in het Nederlands vertaalde Seeds of consciousness (New York, 1982) overlappen. De rest van de gesprekken is nog niet in boekvorm verschenen. Douwe Tiemersma bewerkte zorgvuldig de Engelstalige manuscripten van Jozef Nauwelaerts, van wie de meeste geluidsopnames afkomstig zijn.
Danny Senesael
-----------------------
AUTEUR
TITEL
Gary Crowley
Liza Unmani Hyde
Rupert Spira
Pia de Blok en Patricia van Bosse
Jeff Shore
Chögyal Namkhai Norbu
John Tarrant
Premananda
Nisargadatta Maharaj
Van hier naar hier
Ik ben het leven zelf
The Transparency of Things
Jij bent... mij - Een advaitasprookje
Zijn zonder zelf: de kern van zen
Dzogchen onderricht
Breng me de neushoorn
Arunachala Shiva
De bron van het zijn
Fokke Slootstra
De krachtige waarheid van Al wat Is - Innerlijke vrijheid, juist nu!
Uitgeverij Elikser B.V.
105 blz., € 17,50, ISBN 9789089541178
Dit eerste boek is een verslag van zijn ontdekkingsreis door de fascinerende wereld van psychotherapie en spiritualiteit. Het is een bijzondere mix van deze twee werelden met verhalen, inspiratiebronnen, oefeningen, te vermijden valkuilen en een oproep aan de lezer om zich weer te verbinden met zichZelf, de medemens en de aarde.
In het eerste hoofdstuk krijgen we een inkijkje in Fokkes leven. Hij vertelt hoe zijn zoektocht naar de zin en bestemming van het leven rond zijn zesde jaar begonnen is. In de pubertijd grasduinde hij in boeken over zen en in het Tibetaanse Dodenboek. Hier werd de kiem gelegd om als bijna dertiger het zenboeddhisme te gaan beoefenen. Na bijna acht jaar zen, met onder andere een maandlange retraite in de woestijn van Californië, is hij yogalessen gaan geven.
Onder meer door het contact met een collega kwamen er langzaam deuken in zijn overtuiging dat hij harmonieus opgevoed was. Nadat zijn vrouw in contact was gekomen met de Speyertherapie, een intensieve tiendaagse vorm van regressietherapie, besloot hij ook de diepte van zijn verleden in te duiken. Hij onderging de Speyertherapie en vertrok voor een half jaar naar India. Hij volgde de opleiding tot Speyertherapeut en begon in Drenthe zijn eigen praktijk (‘De Verwondering') voor intensieve therapie.
Toen Fokke bijna veertig was, kwam hij in contact met de op de zijnsoriëntatie van Hans Knibbe geïnspireerde workshop ‘Geboorte en dood'. Voor het eerst kwamen therapie en spiritualiteit voor hem toen prachtig samen. Dit zorgde voor een nieuwe ommekeer in zijn leven. Vier jaar lang volgde hij de opleiding voor zijnsoriëntatie, ging zelf groepen leiden en lezingen geven en begon met het schrijven van artikelen.
Zijn zoektocht naar de zin van het leven beschouwt hij als beëindigd, wat niet betekent dat er niet nog heel veel in het leven en in hemzelf te ontdekken valt. Mede op grond van zijn eigen ervaringen ontwikkelde hij nieuwe therapievormen als Non-Duale Therapie en Tools for Life Therapie, waarvan de achtergronden in grote lijnen in dit boek beschreven staan.
Hoofdstuk drie begint met de beschrijving van de Bron, ook wel God, Tao of Zijn genoemd, en hoe je daarmee in contact kunt komen. Hierna wordt er beschreven op welke vier gebieden overtuigingen en programmeringen ons leven, vaak onbewust, kunnen beheersen en hoe we hier bevrijd van kunnen worden.
In de twee hoofdstukken ‘Het geheim van onze herinneringen' en ‘De stromende aard van de werkelijkheid' wordt de lezer meegenomen naar het mysterie van de ontdekkingen van de kwantumfysica en hoe we die ook praktisch in ons leven kunnen vertalen. Een apart hoofdstuk is gewijd aan hoe relaties kansen kunnen bieden voor bewustwording en persoonlijke groei. In het laatste hoofdstuk, ‘De spirituele bypass', ten slotte, wordt de wijdverbreide neiging om spirituele beoefening te gebruiken om bepaalde emotionele en/of persoonlijke onafgemaakte zaken te omzeilen of te verdoezelen besproken. Gezien de groei van de belangstelling voor spirituele zaken beslist heel noodzakelijk om eens goed bij stil te staan!
Dit boek is dan ook een oproep van de schrijver om je weer te verbinden, de illusie van afscheiding en vervreemding te gaan doorzien en te verbinden met alles wat is, met Dat wat jou geboren liet worden. En daar sluiten wij ons van harte bij aan.
Van hier naar hier
Uitgeverij Samsara, 2009
ISBN 978-90-77228-81-4, 120 blz., € 14,95
Tot daar het eerste deel van het boek: het afbraakwerk. Maar wat blijft er dan over? Gewoon: dat wat is, "het niet-iets van ongeconditioneerd gewaarzijn", zegt Crowley. Als gewaarzijn besef ik dat ik geen ding ben en dus blijft ‘alleen' het ervaren van dit hier-en-nu als wat ‘ik ben'. Bij het accepteren van je eigen ‘nulheid' eindigt het lijden, want er is niet iemand die lijdt. Het omarmen van je allesheid als het ervaren van dit hier-en-nu resulteert in het vieren van het leven. Volgens Crowley kan dit enkel gebeuren op basis van inzicht - waarbij hij er terecht op wijst dat inzicht in deze context niet slaat op kennis, maar op een onmiddellijke herkenning van wat is. Hij haalt hierbij ook enkele van de ‘visuele' experimenten van Douglas Harding aan. Hij stelt ze voor als oeroude ‘oefeningen' om tot een heroriëntatie te komen. Hier lijkt hij toch even uit de bocht te gaan, want een zogenaamd citaat van Harding begint hij als volgt: "Stel je voor dat het ding boven je schouders dat we een ‘hoofd' noemen verwijderd is. Stel je op die plaats alleen maar ‘zuivere aanwezigheid van het zijn' voor...", terwijl Harding er nu juist op hamerde om op te houden met het maken van voorstellingen en te zien wat werkelijk hier-en-nu is. Dit is juist een uitstekend voorbeeld van onmiddellijke herkenning van wat is. Het zou me dan ook zeer verwonderen als dit citaat rechtstreeks afkomstig is uit de geschriften van Harding. Ook moet enig voorbehoud gemaakt worden bij de wetenschappelijke argumenten die Crowley aanhaalt. Ze klinken heel overtuigend, maar men kan zich toch afvragen of zijn opvatting over wetenschap zo algemeen aanvaard wordt als hij doet voorkomen. Afgezien hiervan is ‘Van hier naar hier' een inspirerend en verfrissend boek(je) dat op oorspronkelijke wijze de poten onder onze illusoire ik-stoel kan afzagen. Het leest bijzonder vlot, met veel verhalen en voorbeelden en met een aantal boeiende afbeeldingen van optische illusies.
Ik ben het leven zelf
Uitgeverij Samsara, 2009, 160 blz.
ISBN: 978-90-77228-72-2, € 17,50
Unmani Liza Hyde beschrijft het einde van het spirituele pad in haar onlangs uit het Engels vertaalde boek ‘Ik ben het leven zelf'. Volgens haar is iedere zoektocht overbodig. In korte hoofdstukjes over verschillende onderwerpen komt ze steeds terug op deze boodschap: er valt niets te zoeken, want er is niets te vinden en er valt niets te weten. Het leven zal nooit beter worden dan het nu is, want wat er nu is, is alles wat er is.
Na een beschrijving van Unmani's eigen herkenbare zoektocht die volgt op haar ervaringen als kind, volgen dialogen die ze met andere zoekers heeft gevoerd. Hierin komen verschillende thema's uitvoerig en herkenbaar aan bod in korte teksten, waarin geen woord te veel staat. Toch is het frappant dat ze in zo weinig woorden zoveel verschillende levensthema's aan bod kan laten komen: angst, de rol van emoties, liefde, vrijheid. Unmani legt uit dat het allemaal slechts woorden en begrippen zijn die we hanteren, maar dat ze tegelijkertijd een prachtig spel spelen. Ze beschrijven het leven zelf als spel waarin niemand aanwezig is. Het leven neemt het spel tevens waar. Zodoende hoef je ook niet te proberen iets te zijn of te doen, want tenslotte ben je het al. Binnen dit spel bestaan geen goed en fout. Uiteindelijk blijft alleen het vieren van de liefde over.
Als je na het lezen van dit boek om je heen kijkt, bezie je wellicht je eigen spel met andere ogen. Het drama dat zich afspeelt, de spirituele leraar die zegt te weten wat goed voor je is, alles wat je ziet en ervaart, behoren hier ook toe, evenals het dampende kopje thee en de bloem die gewoon een bloem blijkt te zijn. Als we Unmani's boodschap volgen, durven we ons over te geven aan totale onzekerheid en niet-weten, en herkennen we eenvoudigweg wat is.
The Transparency of Things - Contemplating the nature of existence
Non-duality Press, 2008, 255 blz.
ISBN 978-0-9558290-5-5
‘The Transparency of Things' neemt ons als bewustzijn mee op een prettige wandeling, staat soms even stil om ons ergens op te wijzen en vraagt ons voortdurend wat we op het moment van lezen eigenlijk ervaren. Op die manier wordt langzaam maar onvermijdelijk duidelijk hoe we de werkelijkheid ‘aankleden' met behulp van namen en vormen. Spira vestigt de aandacht op onze directe ervaring. Steeds weer zien we dan dat we onze gewaarwordingen, afkomstig van onze waarnemingsinstrumenten, de zintuigen, aanzien voor de werkelijkheid en gaan we zien dat de zintuigen en het denken fungeren als prisma's "aan de hand waarvan de eenheid van Bewustzijn/Bestaan uiteen lijkt te vallen in tienduizend dingen".
Ook nodigt Spira ons uit om getuige te zijn van de dagelijkse overgang van diepe slaap naar waaktoestand. In dat proces kan de verschijning van de ik-gedachte opgemerkt worden en vervolgens van de tijd, en ten slotte ook van ruimte. Dat weet hij prachtig te formuleren: "Tijd is de eerste taal van het denken; ruimte is de eerste taal van de zintuigen." Op dat punt komen de onderzoeken steeds weer uit: laat de gewaarwordingen van het denken en de zintuigen met rust, al is het maar heel even, en wat er overblijft is pure Aanwezigheid, puur Bewustzijn. Alle verschijnselen zijn erop terug te voeren, bestaan daaruit en uit niets anders - er is niets anders dan Dat.
Maar die conclusie dringt zich pas in al haar onvermijdelijkheid op als we de meest wezenlijke vragen die we onszelf kunnen stellen onderzocht hebben. Wat is het lichaam dat we ervaren? Bestaat er zoiets als ‘de geest'? Waar hebben we het precies over als we spreken over ‘de wereld'? Wat is ‘het ding op zichzelf', in tegenstelling tot onze waarneming ervan? Bevindt Bewustzijn zich in ons lichaam? Wat is een feit en wat is een overtuiging vermomd als feit? Zo tast Spira's boek langzaam maar zeker onze overtuiging aan dat we menselijke wezens met een lichaam zijn, wordt het huis van het afzonderlijke zelf steen voor steen afgebroken en maakt het de werkelijkheid zichtbaar in heel haar kale naaktheid.
De 44 hoofdstukken in het boek zijn onderverdeeld in korte paragrafen, die ieder op zich een overdenking vormen die je uitnodigt de waarheid ervan in je ervaring van het moment te verifiëren. Het vraagt rust en tijd om je daaraan over te geven, maar lukt het je om werkelijk aan de hand van Spira mee te lopen, dan kan ‘The Transparency of Things' een leven lang mee. Een schitterend boek dat een vertaling in het Nederlands verdient!
Jij bent... mij - Een advaitasprookje
ISBN 978-94-6089-165-6
100 blz., Uitgeverij Boekscout, € 14,95
‘Jij bent ... mij' is voor iedereen die van verhalen houdt. Het hele verhaal is ook niet te lang, zodat je zin krijgt om het meerdere keren te lezen. Het zit vol korte verhalen binnen het grote verhaal. Deze korte verhalen kunnen los van elkaar gelezen worden. In elk kort verhaal zit een diamant van wijsheid verborgen. Het is dan ook aan te raden om, telkens als je bij het herlezen op zo'n diamant stuit, te stoppen om in stilte de schittering van de diamant in jezelf en als jezelf te ont-dekken. Want de diamanten en de pareltjes die in het verhaal verborgen zitten zal iedereen zelf moeten ontdekken. Dit boekje beschrijft in feite een zelf-ontdekkingstocht in de vorm van een reisverhaal.
Het boekje staat vol pittige dialogen. Vele levensvragen komen in deze dialogen spontaan aan de oppervlakte en heel wat antwoorden worden zoekend gegeven. Misschien is het juister te zeggen dat je al lezend op de drempel wordt gebracht van een verfrissende openheid waarin jijzelf de antwoorden kunt ontdekken. Kortom, dit boekje zit vol pareltjes van inzicht die aan elkaar geregen zijn door de rode draad van een verhaal dat blijft verrassen. Verwacht geen gevechten met demonen of kwelgeesten zoals in tal van sprookjes. Dit sprookje blijft lichtvoetig, misschien wel té lichtvoetig in de ogen van sommige lezers.
Moge de titel ‘Jij bent... mij' zich realiseren in iedere lezer die met open nieuwsgierigheid aan deze meditatieve lectuur durft te beginnen.
Zijn zonder zelf: de kern van zen
Uitgeverij Asoka,160 blz., € 17,95
ISBN 978 90 5670 175 8
Shore steekt in een eerste hoofdstuk van wal met eenvoudige en tot de kern gereduceerde voorschriften rond de praktijk van de zenmeditatie (zazen). Hij beschrijft de lichaamshouding, de psychologische aanpak, de ademhalingsoefeningen en het omgaan met gedachten, dit alles gecentreerd rond "de aandacht om één te worden".
De fundamentele gegevenheid van de werkelijkheid doet ons op zoek gaan omdat hij gekenmerkt wordt door onbestendigheid, vredeloosheid en niet-zelf. Daarom gaat Shore ook dieper in op de fundamentele begrippen ‘kalm' en ‘helder', en legt hij uit dat de zenpraktijk erop gericht is om het eigen zelf te doorzien als een illusie die we zelf in stand houden.
Shore vergelijkt onze dagelijkse zijnswijze met een wip die op en neer gaat tussen de extremen van verveling en overdreven geëxalteerdheid. Dagelijks doen we pogingen om een leefbaar evenwicht te vinden tussen die twee uitersten, waarbij we proberen ons al balancerend aan het midden vast te houden. Doelstelling is die gehechtheid uiteindelijk los te laten. Shore geeft terecht aan dat we dat zelf niet kunnen bewerkstelligen en dat de vrucht alleen maar vanzelf kan vallen, op het moment dat ze rijp is. Verveling wordt als verschijnsel onder het licht gehouden en ontmaskerd als een illusie die gecreëerd en in stand gehouden wordt door het zelf (ego).
In het vierde hoofdstuk beschrijft Shore de verschillende stadia die men kan doormaken in zijn/haar ontwikkelingsproces, waarbij hij onder andere het onderscheid maakt tussen ‘samadhi' en ‘dhyana'. Dit hoofdstuk vormt als het ware een plattegrond van zo'n ontwikkelingsproces, met het gevaar dat mensen zichzelf gaan ‘diagnostiseren', en hoewel Shore uitdrukkelijk op dit gevaar wijst, had ik zelf die plattegrond liever niet beschreven gezien. Je zit al vlug met één oog te mediteren en met het andere te kijken waar je je nu op die plattegrond bevindt.
De auteur geeft heel duidelijk aan dat uiteindelijk de zenpraktijk moet uitlopen op wat hij "de verplettering van het ik of het ego" noemt - een "op zichzelf staand ontwaken zonder leraar", een ontwaken tot je eigen vormloze zelf dat ongehinderde rust en vrede genereert.
De fundamentele onvrede die ons leven kenmerkt is de motor die ons doet zoeken, omdat we onszelf "niet genoeg zijn". Shore maakt hierbij onder andere de vergelijking met het volledige verdwijnen in een kunstactiviteit, waarbij we er volledig waren omdat we onszelf volledig verloren. We kunnen niet anders dan onszelf verliezen door los te laten, en dienen uiteindelijk ook het loslaten los te laten.
Een interessant hoofdstuk wordt besteed aan de overdracht van geest tot geest. Als het echte ontwaken het ontwaken van het zelfloze zelf is, wie draagt er dan wat over? Shore benadert hier de gehele overdrachtskwestie van meester naar leerling op een originele manier en put daarbij uit zijn uitgebreide boeddhistisch-geschiedkundig arsenaal.
Dit boek is duidelijk een amalgaam van ‘dharma talks' (teisho of zenpreken) en weldoordacht neergeschreven teksten. Heel wat boeddhistische termen en teksten passeren de revue, een duidelijk blijk van Shore's academische achtergrond (in het laatste hoofdstuk staat hij ons een vrij oppervlakkige autobiografische blik toe op zijn leven). Sommige hoofdstukken zijn zelfs nogal abstract en filosofisch te noemen, en dat is natuurlijk niet ieders ‘cup of tea'. Wat zeker is, is dat Shore terecht wijst op de zelfloze kern van zen - een accent dat binnen de zenliteratuur naast Daisetz Suzuki's boek The Doctrine of No-Mind bijna nergens zo duidelijk is aangebracht.
Dzogchen onderricht
Uitgeverij Asoka, 160 blz., €19,95
ISBN 978-90-5670-224-3
De dzogchenmeester Chögyal Namkhai Norbu werd in 1938 geboren in Oost-Tibet. Hij werkte bijna dertig jaar als hoogleraar aan de Universiteit van Napels en heeft een groot aantal boeken geschreven. Dit boek is een verzameling teksten die eerst als geredigeerde versie van mondeling onderricht zijn verschenen in The Mirror, het tijdschrift van de internationale Dzogchen Community dat door Namkhai Norbu werd opgericht. Deze rijke verzameling leringen heeft Rinpoche over de hele wereld aan zijn leerlingen gegeven om hun begrip van dzogchen te verdiepen, en daar is hij ook in geslaagd. Er bestaat weinig literatuur over deze non-dualistische leer. Daarom is deze Nederlandstalige uitgave welkom. Dzogchen is geen godsdienst of filosofie, maar de essentie van het Tibetaanse boeddhisme. Het is het pad van de spontane bevrijding, dat ons in staat stelt onze ware natuur te ontdekken.
Een belangrijk thema in dit boek is het verschil tussen sutra, tantra en dzogchen. In sutra gaat het vooral over de afwezigheid van een eigen identiteit in alle verschijnselen. De beoefenaar van sutra probeert op het relatieve niveau zoveel mogelijk mededogen te ontwikkelen, terwijl hij aan de andere kant probeert in de absolute staat te verkeren. De methoden van sutra worden omschreven als het pad van verzaking, en wat verzaakt wordt is de relatieve toestand. Het tantra-onderricht wordt gekenmerkt door methoden die behoren tot het pad van de transformatie. Je transformeert het onzuivere in het zuivere en je beschouwt het onzuivere als minderwaardig.
De kenmerkende methode voor dzogchen is het pad van de spontane bevrijding. Bij spontane bevrijding wordt niet uitgegaan van transformatie, waarbij het ene tot het andere wordt omgevormd. Als je in een toestand van contemplatie bent, dan bestaan de begrippen ‘zuiver' en ‘onzuiver' niet meer. In dzogchen wordt het symbool van de spiegel gebruikt om het principe van spontane bevrijding te leren begrijpen. Een spiegel weerspiegelt alles zonder terughoudendheid: mooi, lelijk, groot, klein, zwart, groen; het maakt de spiegel niets uit. Spontane bevrijding betekent dat je niet bezig bent iets te veranderen of te transformeren; je bent gewoon je ware natuur. In dzogchen is de functie van de leraar van het hoogste belang, omdat zijn methoden gebruikt moeten worden in overeenstemming met de ervaringen van de leerlingen.
Dit is een helder en beschouwelijk boek, maar ik vind het jammer dat de praktische beoefening van dzogchen niet aan bod komt. Daarom is deze publicatie vooral geschikt voor degene die meer inzicht wil in het (theoretische) onderscheid tussen sutra, tantra en dzogchen.
Breng me de neushoorn
Servire, 2009, 224 blz., € 14,95
ISBN 9789021545851
Koans zijn hersenbrekers die je dwingen om ‘out of the box' te reageren. In de loop van de zengeschiedenis zijn ze opgedoken en uitgegroeid tot een arsenaal van ongeveer 1700 stuks. Binnen het zenpad naar verlichting (eenheidservaring of volledig egoverlies) worden ze gebruikt als lichtbakens en poortloze poorten. Ze spreken voor velen tot de verbeelding, in de wandelgangen worden er heel wat roddels over verteld en ze worden heden ten dage nog steeds gebruikt om de zenleerling te laten proeven van de oorspronkelijke, onverbrekelijke eenheid. Ze zijn bedoeld om een gevoel op te wekken van ‘eindelijk ben ik thuisgekomen'.
Koans behoren tot het meest raadselachtige dat de mensheid heeft voortgebracht en vormen daarom parels binnen het firmament van het wereldcultureel erfgoed. Een koan kan voor de zoekende mens een startschot zijn dat zijn zoektocht naar het diepste in zichzelf én de ultieme betekenis van zijn leven in gang zet.
Voor elke zenbuitenstaander klinkt een koan als klinkklare nonsens, maar wie vertrouwd wil raken met de betekenis en zin van koans raad ik het boek van John Tarrant ten zeerste aan - al is het maar omdat hij in zijn boek een paar beroemde koans bespreekt die in de top tien van de zenhitparade niet zouden misstaan, zoals ‘laat me je gelaat zien dat je had vóór je ouders geboren waren', ‘heeft een hond ook boeddhanatuur?', ‘geef me de waaier van de neushoorn' en ‘normaal denken is de weg'. Daarnaast bespreekt hij een paar minder bekende koans als ‘geef mij het juiste aantal sterren'. Voor zeningewijden is het dan ook zonder meer leuk en interessant om eens een minder bekende koan uiteengerafeld te zien worden. Tarrant is zelfs zo vermetel om een totaal nieuwe Australische koan uit zijn mouw te toveren.
Als voorgerecht schotelt hij je eerst de koan voor, lardeert die met een al dan niet hedendaags boeddhistisch verhaal, en als toetje beschrijft hij wat die bepaalde koan in je leven zou kunnen betekenen en hoe je ermee om zou kunnen gaan.
Bij de beschrijvingen van de worstelingen die gepaard gaan met het oplossen van de koans gebruikt Tarrant als ervaringsdeskundige zijn eigen opgetekende wederwaardigheden, maar ook de verhalen van leerlingen die hij als zenleraar heeft ontmoet. Deze beschrijvingen omvatten het gehele menselijke spectrum en geven je het gevoel dat je zelf meeloopt met de worstelende koanbevechter. Voorzien van eenvoudig dagelijks taalgebruik zonder dure woorden maken ze het elke lezer moeiteloos mogelijk om te begrijpen en te volgen wat er opgetekend werd. Wat Tarrant door het hele boek heen laat doorschemeren is dat de koan, als een lichtflits in het duister, onze beperktheden oplost en spontaneïteit, humor en relativeringsvermogen naar boven haalt, waardoor er meer innerlijke ruimte en vrijheid ontstaat.
Er is evenwel één grote ‘maar', zoals bij alle zenboeken. Dit boek is een vinger die naar de maan wijst. Verwar de vinger niet met de maan. Verwar de menukaart niet met de maaltijd. Verwacht niet dat, door dit boek te lezen, de antwoorden van anderen jouw antwoorden worden. Dat gezegd hebbende moet ik vaststellen dat Breng me de neushoorn zonder meer een mooie wijsvinger is die naar een volle, niet door wolken omsluierde maan wijst. En wie wil er nu geen neushoorn in zijn boekenkast hebben staan?
Arunachala Shiva
Open Sky Press, 2009
ISBN 978-0-9555730-6-4, 356 blz. + dvd
Premananda, de spirituele leraar die inmiddels het middelpunt van een leefgemeenschap in de buurt van Keulen vormt, publiceerde Arunachala Shiva als onderdeel van een geplande reeks, gewijd aan het leven en werk van Sri Ramana Maharshi. Na eerder al boeken gepubliceerd te hebben met interviews (Papaji Amazing Grace) en eigen teksten (Arunachala Talks), verscheen in 2008 het eerste boek in de reeks over Ramana, Blueprints for Awakening. Het is samengesteld uit dialogen met zestien Indiase meesters op het gebied van de leer van Sri Ramana, steeds op basis van dezelfde twaalf vragen. Een interessante onderneming, hoewel het onduidelijk blijft op grond waarvan Premananda juist deze leraren uitkoos om de leer van Ramana toe te lichten (uitgezonderd misschien Ramesh Balsekar).
Nu is dus deel twee verschenen, ook nu weer fraai vormgegeven met tientallen foto's van Ramana en zijn directe leefomgeving. Het boek is ditmaal opgehangen aan slechts drie personen: David Godman, James Swartz en Premananda zelf. Voor alle drie is Ramana een belangrijke inspiratiebron en levensgids.
In het eerste deel van het boek geeft David Godman, die zelf een aantal boeken over Ramana en diens leerlingen schreef, zijn visie op leven, leer en leerlingen van Ramana. Dat hij al meer dan dertig jaar in de ashram van Ramana woont, is wellicht de reden dat hij met een grote mate van autoriteit over dit onderwerp spreekt. Al eerder is echter gebleken dat Godman het met de feiten soms niet al te nauw neemt en ook nu is dit weer het geval. Zijn bewering dat alle deuren van de grote tempel in Tiruvannamalai spontaan voor Ramana opengingen toen hij daar als jongen van zestien voor het eerst binnenliep en dat Ramana zich de eerste drie of vier jaar van zijn verblijf op en rond de berg nauwelijks van zijn omgeving bewust was, zijn op zijn minst als zeer speculatief te betitelen.
Deel twee van het boek bestaat uit Who Am I?, een originele tekst van Ramana zelf, bestaande uit de antwoorden die hij als 22-jarige gaf als reactie op vragen van een van zijn vroegste leerlingen. In de jaren twintig redigeerde Ramana de hele tekst nog eens, wat het tot een sleutelwerk van de meester zelf heeft gemaakt.
Deel drie bevat commentaren van Godman, Swartz en Premananda op teksten van Ramana (waaronder weer Who Am I?), zijn verlichting en de wijze waarop Zelfonderzoek uitgevoerd dient te worden. De auteurs spreken met een zekere autoriteit, maar kunnen het gevoel toch niet wegnemen dat Ramana's eigen woorden op zichzelf voldoende zeggingskracht bezitten en dat het bijgeleverde commentaar eigenlijk niet veel toevoegt aan die zeggingskracht.
Het laatste deel van Arunachala Shiva beschrijft de levensverhalen van Godman, Swartz en Premananda. Met name dat van Swartz, een gewezen zakenman en hippie, leest als een spannend jongensboek. De verhalen zetten de voorafgaande teksten in een context die ze meer reliëf geeft en zijn zeker interessant te noemen voor lezers die geïnteresseerd zijn in biografische achtergrondinformatie. Maar ook hier komt al snel de vraag op: wat maakt deze levens interessanter dan die van zoveel andere zoekers?
Al met al kan gezegd worden dat Arunachala Shiva zeker wat toevoegt aan de enorme hoeveelheid materiaal over Ramana Maharshi dat de afgelopen jaren verschenen is en dat het bijgevoegde beeldmateriaal de moeite waard is om te bekijken. Maar ook hier geldt: hoe meer water er bij de originele Ramanawijn gegoten wordt, hoe dunner hij uiteindelijk lijkt te worden.
Nisargadatta Maharaj
De bron van het zijn
Uitgeverij Advaita, 128 blz., € 15,00
ISBN 978-90-77194-07-2
In de inleiding heeft Douwe een korte biografie over het leven van Nisargadatta Maharaj opgenomen. Dat maakt het boek ook toegankelijk voor degenen die nog niet van deze leraar gehoord hebben. Nisargadatta raakte in 1973 bekend door het boek I Am That. Veel westerlingen trokken naar India om hem te bezoeken. Wolter Keers noemde Maharaj ‘de Oude Tijger van Bombay'. Door zijn briesen werden gekoesterde ideeën, overtuigingen en dogma's weggeblazen. Degenen die vasthielden aan hun meningen en opinies verdwenen met de noorderzon, maar bij de meeste mensen die bleven ontstond een diep inzicht. Maharaj sprak vrijwel uitsluitend over de essentie van zijn boodschap: keer terug naar het gevoelsmatig besef ik-ben, totdat je dit eerste-persoons-zijn, zonder invulling en zonder grenzen, innerlijk duidelijk ervaart. Bij meditatie op het ik-ben is er een steeds verder loslaten van de verschijnselen waarmee ‘ik' geïdentificeerd is. Deze verschijnselen, zoals lichaam, emoties en gedachten, worden dan herkend als objecten waar het ik vrij van is.
Het boek bestaat uit twaalf hoofdstukken, die los van elkaar gelezen kunnen worden. In de periode dat deze gesprekken opgenomen werden, was Nisargadatta al sterk verzwakt door keelkanker. Het spreken kostte hem steeds meer moeite. Daarom was zijn benadering kernachtig en to the point. Zijn doel was om de vraagsteller te brengen naar een staat die aan alle voorwaarden en omstandigheden voorafgaat. Alle overbodige franje werd weggelaten, alleen de essentie bleef over. Je kunt hem vergelijken met een chirurg die alle kankerplekken wegsnijdt. Zo zegt hij tegen een bezoeker: "Als je zegt dat je getuige van iets bent, is er nog steeds een identificatie met het lichaam en de geest. Bewustzijn wordt zelfbewustzijn. Dat is de getuige. Als er geen zelf is waarvan je je bewust bent, is er geen getuige-zijn van iets."
Dankzij deze nieuwe uitgave kunnen we opnieuw proeven van het heldere en radicale onderricht van deze grote advaita-meester.