Jaargang 10 - Nr. 1 - februari 2008
thema: de hoofdloze weg


Woord vooraf: De hoofdloze weg

Een jaar geleden overleed Douglas Harding, een van de pioniers van het non-dualisme in het Westen. Met zijn ‘hoofdloze weg’ probeerde hij een brug te slaan tussen Oost en West. Zijn inspiratie vond hij zowel bij de grote Oosterse meesters als in de christelijke mystiek. Maar hij was ook vertrouwd met de wetenschappelijke methode en dat maakt zijn benadering bijzonder.
De klassieke Indische wegen maken een onderscheid tussen de weg van het hoofd en de weg van het hart, jnana en bhakti, inzicht en devotie/toewijding. Harding ging echter uit van de zintuigen. Hij had het over zien, het visuele zien en bij uitbreiding over horen, voelen, smaken… Zijn bijeenkomsten waren workshops en hij vroeg zijn bezoekers om mee te doen aan ‘experimenten’
Zien bij Harding is het zien zoals je echt ziet en niet zoals je het denkt te zien. Als je een vliegtuig in de lucht ziet, is het niet groter dan een speldenkop op de tafel. Als je naar je voeten kijkt – en meet tussen je duim en wijsvinger – zijn ze belachelijk klein, terwijl je borst en schouders enorm breed zijn. Als je in de trein zit, beweegt het landschap. De belangrijkste proef komt echter als je ziet van waaruit je ziet, als je de richting van het kijken 180 graden omkeert. Wat zie je als je met je wijzende vinger, vanaf je voeten de weg naar boven (of is het naar beneden?) langs je benen en romp verder gaat? Kom je uit bij een hoofd? Of zie je eerder de afwezigheid van een hoofd en de aanwezigheid van het hele landschap? “Ik ben mijn hoofd kwijt en een wereld rijker” schreef Harding in het verhaal over zijn eerste ontdekking.
Veel later, in een van zijn eerste artikelen die ook gedeeltelijk in dit nummer is opgenomen, legt Harding uit hoe wij in onze kinderjaren geleidelijk aan geleerd hebben om het ‘gezichtenspel’ te spelen. Het is het spel waarbij we het onzichtbare gezicht plaatsen boven onze schouders en daar onze identiteit vestigen. En zo onszelf afscheiden van de anderen en van de wereld. “Toch is het maar een spel, een voorwendsel, dat in volle gang gehouden wordt door de verborgen voordelen die het voortbrengt. Het overplakt onze gevreesde Leegte; het stelt ons in staat om ware intimiteit en liefde te vermijden waarvan die Leegte de basis is. Maar de voordelen zijn maar schijn: als onze Leegte niet positief erkend wordt, zal ze zich op negatieve en uiteindelijk rampzalige wijze doen voelen. Om echt op te groeien en natuurlijk te zijn, om heel gezond te zijn, zelfs om heel praktisch te zijn, moeten we stoppen met spelen.”
Wat dat kan betekenen lezen we bij Amberchele. In zijn artikel vertelt hij ons tweemaal een dag uit zijn leven in de gevangenis, de ene keer gezien vanuit het ‘normale’ niet-ontwaakte standpunt, de andere keer gezien vanuit hoofdloosheid. Amberchele weet waarover hij spreekt: na een bewogen leven van drugdelicten en ontsnappingen uit gevangenissen, zit hij reeds meer dan twintig jaar opgesloten. Herinner je zijn ontroerende verhalen uit vorige nummers. (zie bv. nr. 2005/1)
Volgens Richard Lang is het hoofdloze zien tegelijk sterven en thuiskomen. Sterven om te leven. Thuiskomen in dit “lichte, luchtige huis waar geen enkele schaduw te vinden is.” Jim Clatfelter ziet dan weer opvallende parallellen tussen dit hoofdloze zien en de Tao Te Ching, het bekende werk van Lao Tse. Merkwaardig is dat het Chinese ideogram voor Tao bestaat uit twee tekens: hoofd en gaan. Het hoofd moet gaan!
We kregen ook een brief van Catherine Harding die een hommage brengt aan haar overleden man. Zij bezorgde ons het werk van Douglas’ laatste levensjaar: een vijftigtal gedichten die steeds beknopter zijn boodschap meegeven. Je vindt er een paar in vertaling met een commentaar van Catherina Boogh.

Het gevaar van deze artikelen en getuigenissen is dat ze alleen zouden gaan over de ervaring van Douglas of van enkele andere auteurs. Het essentiële is de ervaring van de lezer. Harding herhaalde steeds weer: “Geloof niets. Onderzoek. Wees een licht voor jezelf.” Je leest dit blad om informatie te krijgen over jezelf. Met de woorden van Harding: je kijkt op 50 cm afstand naar deze tekens op papier om informatie te vinden van wat op 0 cm van je is en waar deze tekens in verschijnen. Je zoekt ‘dat’ waarvan gezegd wordt dat het zonder grenzen is, oneindig en zuiver, leeg en vol tegelijk. Op verschillende plaatsen in de teksten staan beknopte verwijzingen naar experimenten. Om te zien moet men de proef doen en er niet mee tevreden zijn om alleen de beschrijvingen te lezen of de opstelling te ‘begrijpen’. Zien is niet hetzelfde als begrijpen. Vele experimenten kun je meer uitgebreid terugvinden in vorige nummers van InZicht of op het internet*. Zowel in Nederland als in België worden er workshops gegeven en wie vragen heeft kan terecht op levendige discussieforums of internet conferenties. Maar alleen deze ervaring vatten is niet voldoende. Men moet ze ernstig willen nemen en ze in praktijk brengen. Zoals Daniel Odier het in dit blad ooit eens uitgelegd heeft: een directe weg betekent niet noodzakelijk een korte weg. Zoals advaita is het hoofdloze zien heel direct: het gaat meteen naar het wezenlijke. Maar om dit te integreren en te zien dat het werkelijk en echt zo is, kan het heel wat tijd vragen. Het is misschien eenvoudig om te zien wie je bent, maar doorgaan met zien vraagt geduld en doorzettingsvermogen.

Raf Pype


Het Gezichtenspel

Douglas E. Harding

Dit artikel is gebaseerd op twee uitgangspunten:
(a) Alle ‘spelletjes die mensen spelen’ komen voort uit één basisspel, dat wij het Gezichtenspel noemen.
(b) Spelvrij zijn betekent stoppen met het spelen van het Gezichtenspel. In religieuze context wordt dit spelvrij zijn benoemd als Bevrijding, Zelfrealisatie, Ontwaken of Verlichting.

(voor de volledige versie van dit artikel: klik hier)
 (...)


Vrij zijn in gevangenschap

J.C. Amberchele

Moela Nasroedin stond te kijken naar een hond die naar de oever van de rivier toe liep om te drinken. De hond zag zichzelf in het water en begon onmiddellijk te blaffen. Hij blafte de hele ochtend door, tot ver in de middag, totdat het schuim op zijn bek stond. Ten slotte viel de hond stervend van de dorst de rivier in – waarop hij zijn dorst toch nog wist te lessen, uit het water kroop en tevreden wegliep.
Nasroedin zei: “Zo realiseerde ik me dat ik mijn hele leven had staan blaffen naar mijn eigen spiegelbeeld.”
Aldus een van mijn favoriete soefi-verhalen. En het was Douglas Harding die, met betrekking tot een denkbeeldig probleem, zei dat de hele dag was gekomen en gegaan in zijn reusachtige Ene Oog en dat hij dat een slechte dag had durven noemen!
Hier volgt de beschrijving van een zogenaamde ‘slechte dag’ in de gevangenis.
(...)


Het hoofdloze Zien en de Tao Te Ching

Jim Clatfelter

Halverwege de jaren zestig kwam ik voor het eerst in contact met de Tao Te Ching, toen ik Bynners vertaling van de tekst uit 1944 las. Hij noemde het ‘The Way of Life according to Lao Tzu’. Ik vond dit een wonderlijke uitdrukking van mijn eigen gevoelens en van wat ik als de geest van dat decennium zag. Ik heb nog altijd mijn originele uitgave van het boek en zie dat ik toen een aantal passages in de inleiding heb onderlijnd. Een ervan was: “Lao Tse versmolt mystiek en pragmatisme in een filosofie die even realistisch is als die van Confucius, maar die verzacht werd door de natuurlijke en adequate intuďtie van rechtschapenheid die, naar hij geloofde, aan ieder mens gegeven is en waarmee ieder mens zijn leven kan ontdekken als vredevol, verdienstelijk en gelukkig. Hij was in geen geval de eenzame, afstandelijke kluizenaar, weggedoken in meditatie.”
 (...)


Identificatie

Luc Teuwen

Op het ogenblik dat het idee van een ‘ik-heid’ vorm krijgt, krijgen tegelijkertijd de anderen ook vorm. Wie denkt aan het stuurwiel van zijn eigen doen en laten te staan, heeft daardoor de neiging de anderen ervan te verdenken de eigen persoonlijke betrachtingen te kunnen dwarsbomen. Frustratie en minderwaardigheid zijn dan schering en inslag.
Vele psychotherapeuten proberen daarbij de persoonlijkheid van de cliënt te versterken of zijn bewustzijn naar een hoger plan te tillen. Alleen het ego is daarbij gediend
(...)


Sterven om te leven

Richard Lang

Wie ben jij?
Ik zal maar meteen open kaart spelen en je zeggen wie ik ben! In 1970 was ik op een bijeenkomst met de filosoof en spiritueel leraar Douglas Harding, auteur van ‘On Having No Head’. Naar aanleiding van de vraag ‘Wie ben ik?’ vroeg Harding aan iedereen in de workshop om enkele van wat hij noemde ‘experimenten’ te doen en te zien wat we in onze eigen ervaring zijn. De experimenten zijn heel eenvoudig. In het ‘wijsexperiment’ bijvoorbeeld wezen we met de vinger naar buiten in de kamer en stelden we vast wat we konden zien, namelijk een heleboel dingen. Daarna draaiden we de vinger om en wezen naar binnen, naar de plaats waar anderen ons gezicht zien. Opnieuw stelden we vast wat daar te zien was. Ik zag mijn gezicht niet - in feite zag ik helemaal niets. Toch was dit ‘niets’ vol van de wereld. Op dat moment ontdekte ik dat ik open was voor en één met alles. En ik ben ook vandaag nog steeds in dezelfde wijdopen gezichtsloze toestand (of niet-toestand).
(...)


Douglas Harding?

Catherine Harding

Een jongetje was met ongewone zorg en aandacht bezig een tekening te maken.
“Wat ben je aan het tekenen?” vroeg zijn moeder.
“God,” antwoordde hij.
“Maar je kunt geen tekening maken van God. Niemand weet hoe Hij eruitziet.”
“Iedereen zal het zien als ik klaar ben,” was het zelfverzekerde antwoord.
Het was een verhaaltje dat Douglas vertelde. Eigenlijk denk ik dat het het verhaal van zijn eigen leven
(...)


De essentie van het leven

Douglas Harding (gedichten) en Catherina Boogh (commentaar)

GOD
Als je liever niet over God spreekt
noem Hem dan maar anders
ik verzeker je dat Hij daar niets op tegen heeft
want een God met een andere naam
kan net zoveel troost en liefde schenken
en je leven in Hem
is je leven als Hem
want zonder Hem ben jij niet langer jezelf
en zonder jou is Hij niet langer Zichzelf
maar de ondeelbare Ene
is Wie wij samen zijn

(...)


Eenzaamheid en Eén-zijn
Het werk van Etty Hillesum bekeken vanuit een spiritueel-psychologisch perspectief

Anna van der Wel

Door meditatie en dagboekschrijven ontwikkelde Etty een totaal eigen manier van zelfonderzoek en beschreef ze haar zoektocht en inzichten op een pure, indringende wijze. Opmerkelijk is de overeenkomst tussen haar werk van 65 jaar geleden en de Diamantbenadering van A.H. Almaas in onze tijd.
Kenmerkend voor deze benadering is het in aandacht aanwezig zijn, zodat je je kunt verdiepen in je ervaring van het moment. Ontevredenheid ontstaat voor het grootste deel omdat je niet jezelf bent of kunt zijn en de Diamantbenadering leidt je via verschillende methoden naar vrijheid en het leven vanuit je ware natuur.  
(...)


Levende advaita

Florian Tathagata in gesprek met Ilse Beumer

Wat gebeurt er na realisatie?
Door de jaren heen is het me volkomen duidelijk geworden dat er nooit iemand is geweest en dat niemand ooit iets heeft gedaan. Het enige wat je ervan kunt zeggen is dat er bewustzijn is en dat er op dit moment een ervaring is in het zenuwstelsel. We zijn zo geconditioneerd dat het zenuwstelsel voornamelijk werkt op oude patronen. Deze patronen treden voortdurend op. Je kunt niet zeggen dat het gaat om een mentaal patroon of een emotioneel patroon. Goed bekeken gaat het om een lichamelijk, neurologisch patroon dat de actie veroorzaakt. We zouden dus kunnen zeggen dat er niemand is die iets doet, maar toch functioneert het zenuwstelsel op patronen.
(...)


Terugkeren naar wie je bent

Kriben Pillay / Douglas Harding

Hoe voelt het om Douglas Harding te zijn, in het licht van alles waarover je op een heel directe manier geschreven en gesproken hebt?
Hoe het voelt om Douglas Harding te zijn? Nou, ik denk dat die Douglas Harding-heid het geheel van mijn leven onvermijdelijk op een bepaalde manier inkleurt. Ik bedoel, ik ga die identificatie, dat verband, die uitdrukking helemaal niet uit de weg. Sterker nog, de laatste tijd geef ik vaak aan hoe absoluut essentieel, kostbaar, buitengewoon die identificatie eigenlijk is. Over degene die je ziet in de spiegel hoef je, vind ik, helemaal niet laatdunkend te doen. Je moet hem niet wegwuiven of onderschatten. Integendeel, wat ik over Douglas Harding kan zeggen – zoals hij zich laat zien in zijn gezicht, stem en gedrag, vooral zijn gezicht – is dat dat alles heel kostbaar is. Voor mij betekent het dat je iets unieks hebt bij te dragen, dat je een speciale incarnatie van de Werkelijkheid bent, dat je op speciale wijze uitdrukking geeft aan de Werkelijkheid en dat dat nodig is om het totale plaatje af te maken. Dat vind ik heel belangrijk. Maar als het alleen dat behelst, als dat het hele verhaal is, dan is dat, hoe waardevol en inspirerend ook, uiteindelijk de weg naar de hel. Waarom het de weg naar de hel is? Omdat het dat vertegenwoordigt wat mij onderscheidt van alle andere mensen. Want  wat mij onderscheidt van alle andere mensen, het mannetje in de spiegel, is, in combinatie met dat wat me met alle andere mensen verbindt – degene die ik echt, echt, echt ben – precies hetzelfde als datgene wat jij echt, echt, echt bent, en wat alle levende wezens echt, echt zijn.
(...)


Rubrieken:

- Reeks “Wat is advaita?” : ‘Ontwaken’ van Robert Adams

- Column: “Arme Moeder Teresa” door Helena Klitsie

- Boeken: bespreking van boeken van Premananda (“Papaji amazing grace”), Tiemersma (Openingen naar Openheid), Tathagata (Zijn), Harding (Open voor de Bron), Heupink (Golf zoekt oceaan), Verschure (Bakens van licht)

- Mededelingen – Agenda

Zolang voorradig kunnen vorige nummers nabesteld worden.

Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met: 
Meinhard van de Reep 
Uitgeverij Inzicht 
0252 522001 / fax 023-5274404

E-mail:
info@inzicht.org

Opgave voor een abonnement kan ook via deze website, 
klik hiervoor op de button "Abonnement"