|
Woord
vooraf: De hoofdloze weg
Een jaar
geleden overleed Douglas Harding, een van de pioniers van het non-dualisme in
het Westen. Met zijn ‘hoofdloze weg’ probeerde hij een brug te slaan tussen
Oost en West. Zijn inspiratie vond hij zowel bij de grote Oosterse meesters als
in de christelijke mystiek. Maar hij was ook vertrouwd met de wetenschappelijke
methode en dat maakt zijn benadering bijzonder. De klassieke
Indische wegen maken een onderscheid tussen de weg van het hoofd en de
weg van het hart, jnana en bhakti, inzicht en devotie/toewijding.
Harding ging echter uit van de zintuigen. Hij had het over zien, het
visuele zien en bij uitbreiding over horen, voelen, smaken… Zijn bijeenkomsten
waren workshops en hij vroeg zijn bezoekers om mee te doen aan ‘experimenten’ Zien bij
Harding is het zien zoals je echt ziet en niet zoals je het denkt te zien. Als
je een vliegtuig in de lucht ziet, is het niet groter dan een speldenkop op de
tafel. Als je naar je voeten kijkt – en meet tussen je duim en wijsvinger –
zijn ze belachelijk klein, terwijl je borst en schouders enorm breed zijn. Als
je in de trein zit, beweegt het landschap. De belangrijkste proef komt echter als
je ziet van waaruit je ziet, als je de richting van het kijken 180 graden
omkeert. Wat zie je als je met je wijzende vinger, vanaf je voeten de weg naar
boven (of is het naar beneden?) langs je benen en romp verder gaat? Kom je uit
bij een hoofd? Of zie je eerder de afwezigheid van een hoofd en de aanwezigheid
van het hele landschap? “Ik ben mijn hoofd kwijt en een wereld rijker” schreef
Harding in het verhaal over zijn eerste ontdekking. Veel later,
in een van zijn eerste artikelen die ook gedeeltelijk in dit nummer is
opgenomen, legt Harding uit hoe wij in onze kinderjaren geleidelijk aan geleerd
hebben om het ‘gezichtenspel’ te spelen. Het is het spel waarbij we het
onzichtbare gezicht plaatsen boven onze schouders en daar onze identiteit
vestigen. En zo onszelf afscheiden van de anderen en van de wereld. “Toch is
het maar een spel, een voorwendsel, dat in volle gang gehouden wordt door de
verborgen voordelen die het voortbrengt. Het overplakt onze gevreesde Leegte;
het stelt ons in staat om ware intimiteit en liefde te vermijden waarvan die
Leegte de basis is. Maar de voordelen zijn maar schijn: als onze Leegte niet
positief erkend wordt, zal ze zich op negatieve en uiteindelijk rampzalige
wijze doen voelen. Om echt op te groeien en natuurlijk te zijn, om heel gezond
te zijn, zelfs om heel praktisch te zijn, moeten we stoppen met spelen.” Wat dat kan
betekenen lezen we bij Amberchele. In zijn artikel vertelt hij ons
tweemaal een dag uit zijn leven in de gevangenis, de ene keer gezien vanuit het
‘normale’ niet-ontwaakte standpunt, de andere keer gezien vanuit hoofdloosheid.
Amberchele weet waarover hij spreekt: na een bewogen leven van drugdelicten en
ontsnappingen uit gevangenissen, zit hij reeds meer dan twintig jaar
opgesloten. Herinner je zijn ontroerende verhalen uit vorige nummers. (zie bv.
nr. 2005/1) Volgens Richard
Lang is het hoofdloze zien tegelijk sterven en thuiskomen. Sterven om te
leven. Thuiskomen in dit “lichte, luchtige huis waar geen enkele schaduw te
vinden is.” Jim Clatfelter ziet dan weer opvallende parallellen tussen
dit hoofdloze zien en de Tao Te Ching, het bekende werk van Lao Tse.
Merkwaardig is dat het Chinese ideogram voor Tao bestaat uit twee tekens: hoofd
en gaan. Het hoofd moet gaan! We kregen
ook een brief van Catherine Harding die een hommage brengt aan haar
overleden man. Zij bezorgde ons het werk van Douglas’ laatste levensjaar: een
vijftigtal gedichten die steeds beknopter zijn boodschap meegeven. Je vindt er
een paar in vertaling met een commentaar van Catherina Boogh.
Het gevaar
van deze artikelen en getuigenissen is dat ze alleen zouden gaan over de
ervaring van Douglas of van enkele andere auteurs. Het essentiële is de
ervaring van de lezer. Harding herhaalde steeds weer: “Geloof niets. Onderzoek.
Wees een licht voor jezelf.” Je leest dit blad om informatie te krijgen over
jezelf. Met de woorden van Harding: je kijkt op 50 cm afstand naar deze tekens
op papier om informatie te vinden van wat op 0 cm van je is en waar deze tekens
in verschijnen. Je zoekt ‘dat’ waarvan gezegd wordt dat het zonder grenzen is,
oneindig en zuiver, leeg en vol tegelijk. Op verschillende plaatsen in de
teksten staan beknopte verwijzingen naar experimenten. Om te zien moet men de
proef doen en er niet mee tevreden zijn om alleen de beschrijvingen te lezen of
de opstelling te ‘begrijpen’. Zien is niet hetzelfde als begrijpen. Vele
experimenten kun je meer uitgebreid terugvinden in vorige nummers van InZicht
of op het internet*. Zowel in Nederland als in België worden er workshops
gegeven en wie vragen heeft kan terecht op levendige discussieforums of
internet conferenties. Maar alleen deze ervaring vatten is niet voldoende. Men
moet ze ernstig willen nemen en ze in praktijk brengen. Zoals Daniel Odier het
in dit blad ooit eens uitgelegd heeft: een directe weg betekent niet
noodzakelijk een korte weg. Zoals advaita is het hoofdloze zien heel direct:
het gaat meteen naar het wezenlijke. Maar om dit te integreren en te zien dat
het werkelijk en echt zo is, kan het heel wat tijd vragen. Het is misschien
eenvoudig om te zien wie je bent, maar doorgaan met zien vraagt geduld en
doorzettingsvermogen.
Raf Pype
|
|
Het Gezichtenspel
Douglas E.
Harding
Dit artikel
is gebaseerd op twee uitgangspunten: (a) Alle
‘spelletjes die mensen spelen’ komen voort uit één basisspel, dat wij het
Gezichtenspel noemen. (b)
Spelvrij zijn betekent stoppen met het spelen van het Gezichtenspel. In
religieuze context wordt dit spelvrij zijn benoemd als Bevrijding,
Zelfrealisatie, Ontwaken of Verlichting.
(voor de
volledige versie van dit artikel: klik hier) (...)
Vrij zijn in gevangenschap
J.C.
Amberchele
Moela Nasroedin stond te kijken naar een hond
die naar de oever van de rivier toe liep om te drinken. De hond zag zichzelf in
het water en begon onmiddellijk te blaffen. Hij blafte de hele ochtend door,
tot ver in de middag, totdat het schuim op zijn bek stond. Ten slotte viel de
hond stervend van de dorst de rivier in – waarop hij zijn dorst toch nog wist
te lessen, uit het water kroop en tevreden wegliep. Nasroedin zei: “Zo realiseerde ik me dat ik
mijn hele leven had staan blaffen naar mijn eigen spiegelbeeld.” Aldus een van mijn favoriete soefi-verhalen.
En het was Douglas Harding die, met betrekking tot een denkbeeldig probleem,
zei dat de hele dag was gekomen en gegaan in zijn reusachtige Ene Oog en dat
hij dat een slechte dag had durven noemen! Hier volgt de beschrijving van een zogenaamde
‘slechte dag’ in de gevangenis. (...)
Het hoofdloze Zien en de Tao Te Ching
Jim Clatfelter
Halverwege de jaren zestig kwam ik voor het
eerst in contact met de Tao Te Ching, toen ik Bynners vertaling van de tekst
uit 1944 las. Hij noemde
het ‘The Way of Life according to Lao Tzu’. Ik vond dit
een wonderlijke uitdrukking van mijn eigen gevoelens en van wat ik als de geest
van dat decennium zag. Ik heb nog altijd mijn originele uitgave van het boek en
zie dat ik toen een aantal passages in de inleiding heb onderlijnd. Een ervan
was: “Lao Tse versmolt mystiek en pragmatisme in een filosofie die even
realistisch is als die van Confucius, maar die verzacht werd door de
natuurlijke en adequate intuďtie van rechtschapenheid die, naar hij geloofde,
aan ieder mens gegeven is en waarmee ieder mens zijn leven kan ontdekken als
vredevol, verdienstelijk en gelukkig. Hij was in geen geval de eenzame,
afstandelijke kluizenaar, weggedoken in meditatie.” (...)
Identificatie
Luc Teuwen
Op het ogenblik dat het idee van een ‘ik-heid’ vorm krijgt, krijgen
tegelijkertijd de anderen ook vorm. Wie denkt aan het stuurwiel van zijn eigen
doen en laten te staan, heeft daardoor de neiging de anderen ervan te verdenken
de eigen persoonlijke betrachtingen te kunnen dwarsbomen. Frustratie en
minderwaardigheid zijn dan schering en inslag. Vele psychotherapeuten proberen daarbij de persoonlijkheid van de
cliënt te versterken of zijn bewustzijn naar een hoger plan te tillen. Alleen
het ego is daarbij gediend (...)
Sterven om te leven
Richard Lang
Wie ben jij? Ik zal maar meteen open kaart spelen en je
zeggen wie ik ben! In 1970 was ik op
een bijeenkomst met de filosoof en spiritueel leraar Douglas Harding, auteur
van ‘On Having No Head’. Naar aanleiding van de vraag ‘Wie ben ik?’ vroeg
Harding aan iedereen in de workshop om enkele van wat hij noemde ‘experimenten’
te doen en te zien wat we in onze eigen
ervaring zijn. De experimenten
zijn heel eenvoudig. In het ‘wijsexperiment’ bijvoorbeeld wezen we met de
vinger naar buiten in de kamer en stelden we vast wat we konden zien, namelijk
een heleboel dingen. Daarna draaiden
we de vinger om en wezen naar binnen, naar de plaats waar anderen ons gezicht zien. Opnieuw stelden we vast wat daar te zien
was. Ik zag mijn gezicht niet - in feite zag ik helemaal niets. Toch was dit
‘niets’ vol van de wereld. Op dat moment ontdekte ik dat ik open was voor en
één met alles. En ik ben ook vandaag nog steeds in dezelfde wijdopen
gezichtsloze toestand (of niet-toestand). (...)
|
Douglas Harding?
Catherine
Harding
Een jongetje was met ongewone zorg en aandacht
bezig een tekening te maken. “Wat ben je aan het tekenen?” vroeg zijn
moeder. “God,” antwoordde hij. “Maar je kunt geen tekening maken van God.
Niemand weet hoe Hij eruitziet.” “Iedereen zal het zien als ik klaar ben,” was
het zelfverzekerde antwoord. Het was een verhaaltje dat Douglas vertelde.
Eigenlijk denk ik dat het het verhaal van zijn eigen leven (...)
De essentie van het leven
Douglas Harding (gedichten) en Catherina Boogh
(commentaar)
GOD Als je liever niet over God spreekt noem Hem dan maar anders ik verzeker je dat Hij daar niets op tegen
heeft want een God met een andere naam kan net zoveel troost en liefde schenken en je leven in Hem is je leven als Hem want zonder Hem ben jij niet langer jezelf en zonder jou is Hij niet langer Zichzelf maar de ondeelbare Ene is Wie wij samen zijn
(...)
Eenzaamheid en Eén-zijn Het werk van Etty Hillesum bekeken vanuit een
spiritueel-psychologisch perspectief
Anna van der Wel
Door meditatie en dagboekschrijven ontwikkelde
Etty een totaal eigen manier van zelfonderzoek en beschreef ze haar zoektocht
en inzichten op een pure, indringende
wijze. Opmerkelijk is de overeenkomst tussen haar werk van 65 jaar geleden en
de Diamantbenadering van A.H. Almaas in onze tijd. Kenmerkend voor deze benadering is het in
aandacht aanwezig zijn, zodat je je kunt verdiepen in je ervaring van het
moment. Ontevredenheid ontstaat voor het grootste deel omdat je niet jezelf
bent of kunt zijn en de Diamantbenadering leidt je via verschillende methoden
naar vrijheid en het leven vanuit je ware natuur. (...)
Levende advaita
Florian Tathagata in gesprek met Ilse Beumer
Wat gebeurt er na realisatie?
Door de jaren heen is het me volkomen
duidelijk geworden dat er nooit iemand is geweest en dat niemand ooit iets
heeft gedaan. Het enige wat je ervan kunt zeggen is dat er bewustzijn is en dat
er op dit moment een ervaring is in het zenuwstelsel. We zijn zo
geconditioneerd dat het zenuwstelsel voornamelijk werkt op oude patronen. Deze
patronen treden voortdurend op. Je kunt niet zeggen dat het gaat om een mentaal
patroon of een emotioneel patroon. Goed bekeken gaat het om een lichamelijk,
neurologisch patroon dat de actie veroorzaakt. We zouden dus kunnen zeggen dat
er niemand is die iets doet, maar toch functioneert het zenuwstelsel op
patronen. (...)
Terugkeren naar wie je bent
Kriben Pillay / Douglas Harding
Hoe voelt het om Douglas Harding te zijn, in
het licht van alles waarover je op een heel directe manier geschreven en
gesproken hebt? Hoe het voelt om Douglas Harding te zijn? Nou,
ik denk dat die Douglas Harding-heid het geheel van mijn leven onvermijdelijk
op een bepaalde manier inkleurt. Ik bedoel, ik ga die identificatie, dat
verband, die uitdrukking helemaal niet uit de weg. Sterker nog, de laatste tijd
geef ik vaak aan hoe absoluut essentieel, kostbaar, buitengewoon die
identificatie eigenlijk is. Over degene die je ziet in de spiegel hoef je, vind
ik, helemaal niet laatdunkend te doen. Je moet hem niet wegwuiven of
onderschatten. Integendeel, wat ik over Douglas Harding kan zeggen – zoals hij
zich laat zien in zijn gezicht, stem en gedrag, vooral zijn gezicht – is dat
dat alles heel kostbaar is. Voor mij betekent het dat je iets unieks hebt bij
te dragen, dat je een speciale incarnatie van de Werkelijkheid bent, dat je op
speciale wijze uitdrukking geeft aan de Werkelijkheid en dat dat nodig is om
het totale plaatje af te maken. Dat vind ik heel belangrijk. Maar als het
alleen dat behelst, als dat het hele verhaal is, dan is dat, hoe waardevol en
inspirerend ook, uiteindelijk de weg naar de hel. Waarom het de weg naar de hel
is? Omdat het dat vertegenwoordigt wat mij onderscheidt van alle andere mensen.
Want wat mij onderscheidt van alle
andere mensen, het mannetje in de spiegel, is, in combinatie met dat wat me met
alle andere mensen verbindt – degene die ik echt, echt, echt ben – precies
hetzelfde als datgene wat jij echt, echt, echt bent, en wat alle levende wezens
echt, echt zijn. (...)
|