Inhoud 
InZicht  Nr. 1 - februari 2003
T h e m a   R e l i g i e

Woord vooraf

Een deel van de artikelen in deze aflevering houden verband met het thema ‘religie’. 
  
In zijn diepste essentie is religie niet tegengesteld aan het radicale zelfonderzoek. Integendeel. Nogal wat leraren merkten op dat de kern van alle godsdiensten, hun kloppende hart en hun oorsprong, niet verschilt van het directe zien in de non-dualiteit. In zijn boek Religions of the world schrijft Douglas Harding hierover: “Mochten we het bijna onmogelijke willen proberen en die universele, essentiële lering in een paar zinnen uitdrukken, zou ze ongeveer zo kunnen luiden: ‘Er is een werkelijkheid die ondeelbaar, één en enig is, de bron en het wezen van alles (…) en wij zijn Dat en niets anders dan Dat….”
In iedere godsdienst zijn echter rond deze naakte kern, zoveel verhalen, leringen en gebruiken verzameld, dat zij totaal bedekt werd en meestal uit het oog verloren. Religie wordt dan veelal een leer die geloofd moet worden op gezag van een ander (of van een boek), met een God ver daarboven. Deze God kan men vereren en aanbidden als een persoon (“Is God een persoon?” vraagt Harding zich af in een artikel). Weliswaar kan deze devotie leiden tot een oprechte overgave, die de beperkte ik-sfeer openbreekt en bevrijdt. Het is de bhakti-weg in India en een overwegende vorm van het christendom. Het kan echter ook verworden tot een systeem dat met hooghartig superioriteitsgevoel (of is het onzekerheid?) tot elke prijs verdedigd en verspreid moet worden. Dit wordt -ironisch genoeg- fundamentalisme genoemd! Hier heerst de wet van het eigen gelijk, het “ik weet beter”. Een houding die overal kan opduiken… ook in advaita-kringen! Daarom is het eerste steeds het zien: de onmiddellijke (h)erkenning van je wezenlijke natuur. Hier valt elke grond voor een superioriteitsgevoel meteen weg. 

In dit nummer zijn ook enkele artikelen van religieuzen opgenomen. Niet toevallig monniken met grote belangstelling voor Oosterse wijsheid. Br. John Martin staat als Indiër en als christen in twee tradities en ziet daarin bepaalde parallellen. In de vedanta bestaan verschillende stromingen die gaan van dualistisch naar non-dualistisch en ook in het evangelie staan uitspraken die op deze schijnbaar tegengestelde opvattingen wijzen. De non-dualiteit werd door Jezus uitgedrukt met de woorden “Ik en de Vader zijn één”. Doordat dit echter uitsluitend door Jezus gezegd kon en mocht worden, werd deze weg voor de meeste christenen afgesloten. Alleen enkele mystici durfden iets soortgelijks, en dan nog in bedekte termen, te beweren. 
Een andere monnik, R. Panikkar schrikt er niet voor terug om de meeste christenen afgodendienaars te noemen. Ze maken zich voorstellingen, ideeën van God. God is een laatste houvast. En Ama Samy, ook priester en zenleraar, wijst op het bekende zengezegde: “Als je de Boeddha ontmoet, dood hem”, hier vertaald in: “Als je God ontmoet, dood hem”. Want de God die je ontmoet is een projectie van jezelf, een voorstelling, een gevoel, een concept. “Wie dit begint te zien,” schrijft Wolter Keers “telefoneert niet meer met het hemelse warenhuis, maar luistert, kijkt, naar de miljoenen manieren waarop het Licht zichzelf ‘vertaalt’ in een kosmische symfonie, in een opeenvolging van mirakelen”. Bidden wordt dan kijken en luisteren in verwondering en verbijstering. 
  
In zijn artikel wijst Douwe Tiemersma erop dat in de advaita (non-dualiteit) ook het religieuze volledig tot ontplooiing komt. Hier lossen de knopen en beperkingen, die onvermijdelijk verbonden zijn aan de vormen waarin religie zich uitdrukt, op. Niet dat er met deze vormen per se iets mis is. Verscheidenheid en kleur in de wereld, ook in de wereld van religies, is juist een rijkdom. Zo schildert Jeroen Witkam, voormalig abt van Zundert, met veel liefde de verschillen tussen boeddhisme en hindoeïsme die hij op een India-reis aanvoelde. Deze keer brengt Paul Blok een innerlijke dialoog, die eindigt met het lied van John Lennon. Lennons geloofsbelijdenis had minder dubbelzinnig geklonken als hij eraan had toegevoegd: “I don’t believe in Lennon… I just believe in Me”. En Jan Koehoorn legt uit hoe het woord ‘religie’ plots een totaal andere betekenis kreeg, toen hij met advaita in aanraking kwam.
In dit nummer valt nog veel meer te ontdekken. Een gesprek met Jan Kersschot bijvoorbeeld en het tweede deel van het interview met Richard Lang. Hopelijk vind je er iets onder dat je inspireert en je “de vele manieren waarop het Licht zichzelf vertaalt” laat zien. 
Raf Pype


Brief aan een kloosterzuster
Wolter Keers

Onze westelijke traditie is eeuwenlang gebaseerd geweest op de stelling dat wij geschapen zijn naar het beeld Gods (Gen. 1:27) en God is liefde (I Joh. 3:8 en 16). Wij zijn dus wezenlijk zoiets als afgietseltjes van de liefde.
Dat klinkt (en is) heel eenvoudig, maar wij zijn zo geblokkeerd dat we eerst melkspijzen en dan pas vast voedsel tot ons kunnen nemen (l Cor 3:2 e.a.). Kinderspijzen zijn bijvoorbeeld God-als-een-Sinterklaas-op-een-wolk. En het bidden dat we in de kleuterjaren leren is een telefoneren met deze Sinterklaas. Dan, als we wat ouder worden, wordt God de eigenaar-beheerder van een supermarkt, een soort Hemelse Albert Heyn, aan wie wij boodschappenlijstjes telegraferen met bestellingen voor een geslaagd eindexamen, een behouden thuiskomst, beterschap voor allerlei kwalen van ons en andere, enzovoort.
Dit is het stadium waar veruit de meeste mensen in blijven hangen. Ook veel theologen. Ze hebben bij het spreken over God geen ogenblik het inzicht dat ze niet spreken over God, maar over hun eigen voorstelling van God.
Maar een ogenblik diep nadenken zal ons ervan weten te overtuigen dat God geen voorstelling is, noch in ons eigen hoofd, noch in dat van de knapste theoloog. God is bij definitie onvoorstelbaar. Bidden en theologiseren, als ze op deze manier bedreven worden, hebben dus maar een héél gering nut: ze leren ons misschien, met wat geluk en goede leiding, wat nederiger, wat altruïstischer te worden, maar het telefoneren met wat we zelf hebben geprojecteerd maakt ons niet veel wijzer.
Als we nu horen dat God liefde is, brengt dat ons misschien wat dichterbij…

Innerlijke religieuze dialoog
Paul Blok

Men maakt binnen spiritualiteit graag het onderscheid tussen religie en godsdienst. Religie zou dan zijn de individuele weg van realisatie van de oorspronkelijke goddelijke natuur, en godsdienst wordt dan beschouwd als het instituut dat daaromheen is gebouwd door mensenhanden waar bloed aankleeft. 
Marx noemde religie opium voor het volk en ook Krishnamurti had geen goed woord over voor de priesters in hun bolwerken van macht.
Het is opmerkelijk dat religie de weg is van ontwaken en dat godsdienst in haar meest perverse vorm de weg is van het zichzelf laten drogeren. Religie zou dan georiënteerd zijn op het nu vanuit innerlijk gezag, terwijl godsdienst gericht is op een beloning in de toekomst gebaseerd op uitspraken uit het verleden, dus uiterlijk gezag.


Non-dualiteit in de vedische en bijbelse traditie
John Martin

John Martin wijst op de vele gelijkenissen in de ontwikkeling van de spiritualiteit in christendom en hindoeïsme. Waar echter in India over de non-dualistische realisatie vrij kon gesproken worden, was dit in het christendom taboe, want voorbehouden aan Jezus. Nochtans opende Jezus een deur, die christenen van deze tijd kunnen binnengaan. 
(…) De christelijke traditie heeft te veel de nadruk gelegd op een functioneel dualisme en sloot daardoor de deur voor een ontologische ervaring van non-dualiteit. Nochtans opende Jezus voor iedere mens de deur voor deze mogelijkheid. De christelijke mystici konden gaan tot de ervaring van Gods tegenwoordigheid in hen, maar konden nooit een non-dualistische realisatie claimen. Als er in de geschiedenis iemand vermeld is die publiekelijk durfde te beweren “Ik ben God”, dan was het de Duitse Meester Eckhart, toen hij zei dat een spiritueel arm mens iemand is die zegt: “Ik en God zijn één.” Maar hij werd als ketter veroordeeld. Wellicht kon zich in die tijd niemand de mogelijkheid van een non-dualistische realisatie voorstellen. Maar vandaag zijn christenen er rijp voor. Jezus vernietigde de dualistische beleving van God niet, maar gebruikte ze als voorbereidende basis voor zijn non-dualistische ervaring en kwam erop terug om functioneel te leven.


Religie en advaita
Douwe Tiemersma

Waarom zou je je bemoeien met religie? Advaita gaat verder dan de religieuze vormen. Ze gaat eraan vooraf. Het beste en enige wat je kunt doen, is bij je intuïtief besef ervan blijven en je niet laten afleiden. Toch is het goed vroeg of laat in je eigen sfeer de mogelijkheden en beperkingen van de religieuze ervaring precies te leren kennen.
(…) In de advaita-realisatie zijn er op het niveau van het religieuze geen knopen en beperkingen meer. Dat wil niet zeggen dat het religieuze verdwenen is, maar dat ook die sfeer volledig is opengebloeid. De transcendentie heeft zich volledig verwerkelijkt, zodat er tussen het absolute, het goddelijke en het menselijke geen tegenstelling of scheiding meer is. In advaita is alles, ook het religieuze, volledig tot ontplooiing gekomen, omdat alle beperkingen zijn weggevallen.


Is God een persoon?
Douglas Harding

Als we alle ‘eigenschappen’ die aan God worden toegeschreven bekijken, dan moeten we eerder aan Hem denken als ‘onpersoonlijk’ of ‘bovenpersoonlijk’. (…) Laten we even kijken wat we juist bedoelen met ‘persoon’. Zowel in het dagelijks leven als in de grammatica onderscheiden we drie soorten personen….


Geen boeddha, geen god, geen zelf
Ama Samy

Er is een bekende zenspreuk die zegt: 'Voor de verlichting zijn bergen bergen, bomen zijn bomen.' Jij bent jij, ik ben ik, God is in de hemel, mensen zijn op aarde. Mensen, God, boeddhanatuur, zelf, ego, alle zijn het afzonderlijke substantiële werkelijkheden die tegenover elkaar staan en hun aparte identiteit en domein hebben. Iemands identiteit staat tegenover die van een ander. Dit is het stadium van 'begeerte, haat en illusie'. In het eerste stadium van de verlichting, waarin 'bergen geen bergen, bomen geen bomen zijn', voltrekt zich het zo geheten 'terugtrekken van projecties'. Een mens realiseert zich, dat al zijn of haar ideeën, concepten, beelden van de laatste werkelijkheid, God, het zelf, de boeddhanatuur en hun onderscheidingen en aparte posities inderdaad niet meer zijn dan dat: objectiveringen en voorstellingen van datgene, wat elke voorstelling en objectivering te boven gaat. Met die realisering stort onze 'wereld' in elkaar, en daarmee verdwijnt ook ons gevoel van veiligheid, gebaseerd op zulke 'objecten'.

Wat is religie?
Jan Koehoorn

(…) Tegen de tijd dat mijn zelfonderzoek begon was ik al dik tien jaar verder. Ik kwam terecht bij Alexander Smit en hij gaf het woord religie ineens een totaal andere betekenis. Hij splitste het in re-ligie, opnieuw heel maken. Hoezo ‘opnieuw’? Toen ik geboren werd, had ik niet het idee dat ik als een afgescheiden persoon door het leven ging. Alles was één. In de loop van mijn leven ben ik echter gaan geloven dat ik een persoon ben, die losstaat van de wereld om zich heen. Door het verdwijnen van dit misverstand (dat heet overigens zelfrealisatie) word je dus als het ware teruggebracht tot de essentie van je wezen.

Wanneer de leerling gereed is, verschijnt de meester.
Yasmin Verschure

Onze innerlijke meester wacht geduldig totdat wij moe zijn van het zoeken en bereid zijn alle beelden over God los te laten. God is overal, in iedere cel van ons wezen, in iedere cel van de schepping. We kunnen moeilijk accepteren dat het zo eenvoudig zou kunnen zijn. We voelen ons onwaardig en God woont niet op plaatsen die onwaardig zijn. Of misschien toch? Wanneer God overal is, dan is hij aanwezig in elk facet van de schepping en is niets of niemand Hem onwaardig. Dan kan ik God zien in al zijn creaties. Dan is de natuur een levende en zichtbare manifestatie van zijn schepping. Naar God zoeken als ‘persoon’ is een vermoeiende bezigheid. Wetende dat God aanwezig is in ieder levend wezen, wordt het mogelijk God te ervaren in alles en iedereen. Dan zie ik mijn goddelijkheid weerspiegelt in alles, in het licht zowel als het donker. Wanneer God overal is, dan is hij in het donker, in de nacht, in de moordenaar, in alles. 


Leven in aandacht
Jeroen Witkam

Waarom zegt de voormalige abt van een trappistenklooster, dat wat hij in India gezien heeft veel voor hem betekent? Wat zijn de verschillen en de gelijkenissen tussen het hindoeïsme en het boeddhisme? En wat is het verband met zijn eigen traditie? Staande tussen twee culturen, vertelt Jeroen Witkam wat hij in het Oosten als bevrijdend en verrijkend mocht ervaren.
(…) Jij moet jouw ontdekkingstocht gaan. Dat leven in aandacht is een ontdekkingstocht, en als je daarin de liefde mag ontdekken is dat iets heel bijzonders. Probeer niet zelf dat liefdesantwoord te forceren of te verzinnen, het op een of andere manier zelf te maken, maar durf de openheid binnengaan, de openheid waarin je niets zelf verzint, maar die een openheid is van verwachting en van een heel diep luisteren naar de vraag die in ieder van ons - die in jou en in mij - leeft. De vraag: Wie ben ik?
Het antwoord daarop is niet het antwoord dat jij bedenkt, maar het antwoord dat zich in jou manifesteert, het antwoord waarmee je samenvalt. Het is het antwoord dat zich openbaart in het diepst van je wezen, juist omdat je het niet bedenkt. Het leven in aandacht is de openheid voor dat antwoord, voor het antwoord waarin je licht, vrede en misschien uiteindelijk ook liefde mag ontdekken.


Wie gelooft nog in Sinterklaas? 
Jan Kersschot in dialoog met Annette Vredeveldt

Bevrijding gaat niet over piekervaringen, maar om het zien en herkennen van het Licht ook in het gewone, in het dagdagelijkse.
Van zodra je begrijpt dat de zon ook schijnt wanneer er wolken zijn, dat ook dàn ons leven verlicht wordt door het zonlicht, dan kun je zo’n gebeurtenissen beter relativeren. Ook als het grijs weer is, schijnt de zon. Misschien is ons zenuwstelsel niet sterk genoeg om constant dat volle zonlicht te verwerken, net zoals onze blanke huid niet in staat is om 24 uur per dag blootgesteld te zijn aan de tropische zon. De bevrijding is net loskomen van alle verwachtingspatronen. Ik moet dus niet voldoen aan bepaalde normen. Ik probeer niet meer een of andere spirituele held te evenaren of te kopiëren. Ik laat nu de piekervaringen even goed toe als de dalervaringen, omdat ik weet dat ze allebei een uitdrukking zijn van het Ene. En ook al is er in mijn lichaam een duidelijke voorkeur voor plezier en niet voor pijn, ook dat laat ik toe. Zo zijn mijn zintuigen nu eenmaal ontwikkeld. Ik hoef nergens meer tegen te vechten. Er is dus een besef van “het is zoals het is, en zo moet het zijn”.


Ruimte voor de wereld (2)
Richard Lang. Interview van Han van Eijk

In oosterse tradities hoor je vaak: ‘Doe niets. Alle pogingen om verlicht te raken zijn contraproductief. Ontspan en geniet van wat zich voordoet.’ 
Ja, want dan heb je aandacht voor de wereld èn voor de Plek waarin de wereld plaatsvindt. Je kijkt naar buiten, naar de wereld en haar eindeloze actie. Zelfs als je stilzit, klopt je hart, dus ‘doe’ je iets. En kijk tegelijk naar binnen, in het niet-doen, het niet-zijn, de Plek waar je niets kúnt doen. Leef bewust in beide werelden. Geniet er nú van. We praten, we ademen, dat is allemaal ‘doen’. Maar de plek waar je niets kunt doen – hier – is de totale vrede, de absolute stilte, het onbeschrijflijke mysterie. Je hebt beide: binnen en buiten. Laat de Leegte haar dingen doen. Je kunt dat toch niet stoppen. Probeer het maar!...


Het leven is alles of niets
Interview van Marc Van Laere met Raimon Panikkar

“De meeste christenen zijn afgodendienaars. Ze maken beelden, ze vormen zich ideeën en noemen dat God.” Het is van bij het begin van het gesprek duidelijk dat spreken met R. Panikkar nieuwe perspectieven opent: “Ik heb geen idee van God. Ik heb een ervaring die ik God noem in de taal waarmee wij ons uitdrukken. Er is niets anders. Die ervaring is het leven dat ik moet leven. Ik geef er mij rekenschap van dat het niet uit mezelf komt, het leven is mij gegeven. Je moet toch één symbool hebben, zoals de naam God. Maar dat moet worden uitgezuiverd.” zegt hij. Alle nostalgie naar het veilige, zekere weten is voor hem uit den boze.

Rubrieken:

- Column: Het Land van Misverstanden: Rob (Lekshe) Sondaar 
- Boeken.
- Brieven van Lezers
- Mededelingen – Agenda

Zolang voorradig kunnen vorige nummers nabesteld worden.

Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met: 
Meinhard van de Reep 
Uitgeverij Inzicht 
0252 522001 / fax 023-5274404

E-mail:
info@inzicht.org

Opgave voor een abonnement kan ook via deze website, 
klik hiervoor op de button "Abonnement"