Ik ben moeiteloos bewust-zijn
(uit InZicht Nr. 2 -  augustus  1999)

Het uiteindelijke antwoord op de vraag 'Wie ben ik?' wordt traditioneel verlichting of zelfrealisatie genoemd. Maar wat wordt er gerealiseerd of wie wordt er verlicht? En wat is er te zeggen over de weg die hiertoe leidt? In het Nederlandstalige gebied was Wolter Keers een van de eersten die hierover op authentieke wijze sprak. Zijn bijzonder heldere en geestige stijl is ook in het volgende gesprek duidelijk. Het werd op 20 november 1984 te Gent opgenomen.

Gesprek met Wolter Keers

Wij spreken over zelfrealisatie, niet over zelfwording. U bent nu al dat wat u zoekt. Maar wat is er in u dat zoekt? De persoon. En de persoon zal het nooit vinden. Wat u nu bent, zonder het geloof van het denken van zichzelf, dat is zelfrealisatie.
Er zijn geen twee 'bewustzijnen'. Er is maar één bewustzijn. Alleen, er ontstaat een soort schaduwspel, een spiegelgevecht, waarop het denken met zichzelf praat en bijvoorbeeld zegt: "Ik ga op zoek." Dan word ik een zoeker. Ik ben natuurlijk geen zoeker, want dat is maar een begrip. Maar een tijd lang lijkt dat heel reëel en is het ook nuttig. Geleidelijk aan kom ik erachter dat ik niet al die dingen ben waarvan mij verteld is dat ik ze ben. Ik ben niet het lichaam. Het lichaam is een serie waarnemingen. Op zich schitterend, niets op tegen, maar ik ben niet een serie waarnemingen. Waarnemingen komen en gaan; ze verschijnen en verdwijnen in het bewustzijn. Dat geldt ook voor gevoelens. Gevoelens gaan heel diep. In tijd en ruimte zijn gevoelens het diepste wat wij kennen. Liefde en haat en alles wat daartussen ligt. Maar elk gevoel wordt waargenomen. Daarom kan ik zeggen dat ik vanmorgen iemand gehaat heb of iemand heb liefgehad. Het gevoel wordt waargenomen en dus is er iets dat nog dieper gaat dan het gevoel. Als het gevoel verdwenen is, blijf ik toch over als plaats voor nieuwe waarnemingen, voor een gedachte bijvoorbeeld, die ook slechts een paar tellen leeft. Ik ben er vóór een gedachte verschijnt, tijdens die gedachte ben ik het waarnemen waarin ze verschijnt, en als ze verdwenen is, ben ik aanwezig als plaats voor een volgende waarneming.
Dus de enige moeilijkheid is dat het denken gelooft in woorden, in beelden zoals "Ik ben iemand uit Gent". Dit zijn begrippen die ik telkens weer kan ontmaskeren door te zien dat ik geen enkel begrip ben. En geleidelijk aan zijn er geen begrippen meer. Ja, die begrippen kunnen nog wel komen, maar er is geen geloof meer dat ik in zo'n begrip ben. En aan het eind krijgt men dan nog uitspraken als "Ja, ik weet dat ik geen lichaam ben, geen gevoelens, gedachten, begrippen, enzovoort, maar ik ben toch nog niet verlicht". Dat is dan zo'n laatste ik-begrip.

Een gevaar daarbij is dat men zit te wachten op iets spectaculairs. Wow, verlichting! Het heelal staat in vlammen! Maar het bewustzijn dat u zoekt, het absolute, is het wezenlijke onderdeel van elke waarneming. Het is dus gewoner dan het stof op de straat, dan de lucht in deze kamer. Er is niets spectaculairs aan. Het is niet uitgesloten dat bij sommige mensen opeens bij een of ander plotseling inzicht de vlammen uitslaan, maar dit hoeft helemaal niet. Wat we zijn is het gewoonste van alle gewone dingen.

Wij zijn erop getraind om de aandacht naar buiten te richten, zozeer dat wij buiten en binnen met elkaar verwisselen. Onze gedachten en onze gevoelens zijn immers binnen aanwezig. Maar van mijn standpunt gezien zijn ze ook buiten, zijn het objecten die worden waargenomen. Dus gedachten zijn dingen die langskomen als wolken, vogels die langs komen vliegen. Maar zomin als het daar in de hemel mijn vogels zijn, zomin zijn het mijn gedachten en gevoelens. Want wie zou de eigenaar zijn? Dat is weer een begrip: de eigenaar. Dus de uitdrukking mijn gevoelens betekent alleen: gevoelens op deze plek. Mijn gedachten: gedachten op deze plek. Er is geen eigenaar, niet van dit ding, het lichaam, niet van gedachten, niet van gevoelens, niet van de zintuiglijke waarneming.

Op een gegeven moment ontkom je niet aan de ontdekking dat er niets in deze wereld is dat je kunt bezitten. De wereld is een kosmisch schouwspel, waarvan dit ding, het eigen lichaam, en dat ding, het lichaam van iemand anders, een perfect onderdeel uitmaken. Maar dat geheel, dit ding en al deze dingen, spelen zich af in het bewustzijn dat ik ben. En dat is alles. Het is niet gecompliceerd.

Kan men dan nooit zeggen: "Ik heb het gevonden"?
Stel dat dat waar is, dat het geen leugen is, dan wil dat niet zeggen dat er een ik is dat iets gevonden heeft, maar dan betekent die uitdrukking dat een beperkt ik verdwenen is. Er valt tenslotte niets te vinden. Er valt alleen maar iets te verliezen. Wat dan overblijft, ben je nu ook.

Er is een weten dat het gevonden is?
Laat ik het zo uitdrukken: er valt verder niets meer te ontdekken. Er valt niets meer te vinden. Nou, dan klim ik rustig op mijn fiets en ik fiets verder.

Is het een soort vergeten dat er een persoon is?
Ja.
Kijk, Ramana Maharishi had een uitspraak, zo ongeveer (ik citeer uit mijn hoofd): "Het zelf is altijd gerealiseerd." Het zelf, er is maar één zelf. Het is altijd gerealiseerd. Met andere woorden, vanuit het standpunt van het bewustzijn bestaan er geen niet-gerealiseerden. Alleen in die malle koppen van jullie verschijnen er gedachten die zeggen dat er een ik bestaat dat nog niet gerealiseerd is. Je veux bien! Maar het is natuurlijk onzin.

Toch zegt u dat je tussen verschillende mensen een verschil kunt zien.
Een kop waarin bijgeloof heen en weer pruttelt kijkt anders dan een kop waarin dat niet gebeurt.
Kijk, je moet heel duidelijk zien dat het niet te vinden valt in de begrippenwereld en dat het denken het niet kan begrijpen. Ook niet hier. Hier zit niet een slimmer denker dan daar, een denker die het wel begrijpt, en daar een denker die het niet begrijpt. Het denken begrijpt het nooit, hier niet en daar niet. Zomin als die schoorsteen het kan begrijpen. Geen enkel object kan, als ik het nu zo mag noemen, het subject begrijpen. Er zijn vijf miljard golven op deze aarde. Geen van die beperkte golven kan de oceaan bevatten. Dus je zult nooit een meneer of een mevrouw tegenkomen die het begrepen heeft. Je kunt alleen een mannelijk of vrouwelijk biologisch verschijnsel tegenkomen waar geen bijgeloof meer in zit. En dat is alles. Het is veel eenvoudiger dan het denken. Het denken is altijd gecompliceerd, wetmatig, logisch. Ik ben niet logisch en niet wetmatig. Ik ben.
Het enige wat te begrijpen valt is dat Ik ben niets te maken heeft met begrippen. Zelfs dat is feitelijk geen begrijpen in de gewone zin van het woord. Het heeft niets te maken met mentaal begrijpen zoals twee plus twee is gelijk aan drie plus een. Dit begrijpen is mogelijk doordat je, meestal op uitnodiging van woorden of van boeken of ik weet niet van wat, en misschien zonder het zelf in de gaten te hebben, afstand neemt tot die gedachten en daardoor zonder het zelf te beseffen gaat zitten op de stoel van de waarnemer. Niet meer van de denker, maar een stap achteruit, van de waarnemer.
Vanmorgen haatte ik, vanmiddag had ik lief, vanmorgen dacht ik aan Jan, vanmiddag dacht ik aan Truus. Hoe kan ik dat vertellen? Ik kan alleen iets beschrijven wanneer het door mij is waargenomen. Zo simpel is het.

Dat gebeurt dus voortdurend?
De hele dag door. Ook bij meneer Khaddafi. Bij ieder menselijk wezen. Het heeft niets te maken met goed of met kwaad. Zelfs niet met gek. Shankara zegt: "Het zelf is dat wat alle levende wezens, van de verlichte tot en met het mongooltje, gemeen hebben." Letterlijk zegt hij dat. Het heeft niets te maken met intellect, met opvoeding, met goed en kwaad. Helemaal niet. In de praktijk vermoed ik, als we nu even meneer Khaddafi aanzien als het kwaad, dat hij minder kans maakt dan jij, omdat ik vermoed (ik heb de heer nooit ontmoet) dat hij geïnteresseerd is in dingen dáár, in macht bijvoorbeeld, en dan vind je het niet. Maar het is niet omdat hij slecht is. Ik heb ook Moeder Teresa nooit ontmoet in Calcutta, maar als zij het goede zoekt, dan maakt zij meer kans vanuit een religieuze achtergrond. Dan is het waarschijnlijker dat je, zoals het Nederlands zo prachtig zegt, tot in-keer komt en dat je daar God vindt, dat wil zeggen het Onvoorstelbare. Maar theoretisch zou meneer Khaddafi het net zo gemakkelijk kunnen vinden als Moeder Teresa. Want iedereen is het. Er is niets buiten het Bewustzijn.

Dat is een van de moeilijkheden wanneer je in een godsdienst verzeild raakt. Dan raak je in een wereld van begrippen verzeild. Iedere grote godsdienst zegt dat God alomtegenwoordig is, maar ... niet overal! En als jij dat niet begrijpt, stom mormel, dan komt dat omdat jij de genade nog niet hebt. Ja, zo lust ik er nog een. Daarom moet men altijd teruggaan tot het abc. De grote godsdiensten hebben gelijk als zij zeggen dat God - wat zij God noemen, dat waar het woord naar verwijst - dat Dat alomtegenwoordig is. Dus ook in het kwaad. Wat zegt u? Jazeker, want er bestaat niets buiten het alomtegenwoordige en er is er maar één. En dat gaat dwars door meneer Khaddafi heen en dwars door Moeder Teresa heen. Dwars door goed heen en dwars door kwaad heen. Vandaar dat voor het Alomtegenwoordige er geen goed en kwaad is. Goed en kwaad ontstaan pas wanneer wij onszelf tot denker maken, tot een zoeker en een brave meneer uit Gent. Dan is alles wat mij bedreigt kwaad en alles wat mij vertedert goed. Maar zolang ik mijzelf projecteer en huwelijken sluit met een voorstelling, zolang is het mij niet mogelijk te vinden wat ik zoek. Want mijn aandacht is naar de verkeerde kant gericht. Zij is gericht op het denken, terwijl zij gericht zou moeten zijn op dat waar het denken in verschijnt, op dat wat er al is vóór er gedachten komen, dat waarin ze worden waargenomen, moeiteloos en dat wat overblijft wanneer ze weer zijn verdwenen. Wie daarop de aandacht richt, die vindt het comme ça.

Hoe kun je daar je aandacht op richten?
Toen jij zei: "Maar dat gebeurt de hele dag", zat je toen iemand na te praten of wist je dat? Hoe kom je eraan? Ik denk niet dat het vanochtend in de krant stond.

Wel, het is logisch.
Het heeft niets met logica te maken.

Toch wel, aangezien je zegt: "Daar ik mij dit en dat kan herinneren, was ik er de waarnemer van."
Maar nu zie ik hier een hand. Dat heeft niets met logica te maken. Toch wordt die hand door mij waargenomen. Heb ik geen logica voor nodig. Als jij op logica uitkomt, dan is dat om daar poten onder je stoel weg te zagen. Maar wat ik ben, is niet afhankelijk van logica. Ik weet niet of bosnegers dom zijn, maar als wij dat voor het gemak eventjes aannemen, dan geldt de hoogste waarheid voor de domste bosneger net zo goed als voor u.

Wat kan men dan doen?
Alleen maar constateren. Constateren dat er miljoenen dingen zijn die komen en gaan en één 'ding' dat constant is. Dat waarnemende, tegenwoordige, waarin al die dingen verschijnen en weer verdwijnen.

Het is juist dat constante dat ik niet vind.
En als je daarjuist zei: "Dat ben ik de hele dag"?
Er is geen gedachte, geen gevoel of geen zintuiglijke waarneming die niet wordt waargenomen. Dus van de eerste waarneming 's ochtends om 7 uur tot en met de laatste 's avonds om 12 uur is het waarnemen constant. Tenzij op momenten dat er niets valt waar te nemen. Maar voor iemand die druk moet werken en nog een gezin heeft, zullen dat niet zoveel momenten zijn.
Ik kan uitsluitend praten over waargenomen dingen. Dat betekent dat in al die dingen het waarnemen aanwezig is. Van het eerste wat ik 's ochtends zie, mijn hoofdkussen, tot en met het laatste wat ik 's avonds zie, mijn hoofdkussen. En ook in wat ik mij nu herinner van toen ik op de lagere school zat. Hoe kan ik mij dat herinneren als ik toen ook niet aan het waarnemen was in dat kind? Dat geldt voor alles wat ik mij kan herinneren en dat gold ook toen de miljarden dingen werden waargenomen die ik mij niet kan herinneren.

Ik houd niet van oefeningen, maar je kunt jezelf elke dag oefenen. Men moet een beetje ambachtelijk zijn met de manier waarop men met het denken omspringt. Neem elke dag als je fietst of wanneer dan ook even de tijd om vast te stellen: "Ik zie niet een deur, ik zie een waargenomen deur", "Ik zie niet Ludwina, ik zie een waargenomen Ludwina", "ik zie niet de microfoon, ik zie een waargenomen microfoon". Daardoor richt je telkens je aandacht op het waarnemen en niet uitsluitend meer op het waargenomene. En daardoor wordt het mogelijk dat je je zwaartepunt, je middelpunt verlegt van begrippen (een denker, enz.) naar het waarnemen. Als ik een deur zie, is de aandacht daar, bij het object. Als ik een waargenomen deur zie, dan zie ik een deur die verschijnt in het bewustzijn. Het is dezelfde deur, maar nu ben ik er ook bij.

Zijn uw waarnemingen anders, van een andere aard, omdat ze niet gebonden zijn aan een ik?
Ik kan nooit en onder geen enkele omstandigheid, zomin als jij dat kunt, beschrijven wat ik ben. Wat ik ben, daar [wijst naar een ander] of hier, is onvoorstelbaar. Het verschil is dat misschien het bedreigende en het verlokkende element uit het waargenomene mij niet meer kan tiranniseren. Voor zover het mentale waarnemen wordt gekleurd door angsten en verlangens, verdwijnt die sluier en dan blijven waarnemingen over zoals ze zijn in hun eigen kleur. Niet meer in de kleuren van een angstig ik of een verlangend ik of zoiets. Ik haal vaker het voorbeeld aan van iemand die bijvoorbeeld verliefd is, die ziet la vie en rose. Al regent het, dan nog schijnt de zon. En voor wie in een depressie zit of voor iemand die droevig is, zelfs al schijnt de zon, is het nog een hel. En zo kleurt de persoon de schepping met zijn kleuren. Dat verdwijnt dus. Maar dat wil niet zeggen dat een groene broek daarna een rode broek wordt of zo.

Ik heb een probleem met de rol van het geheugen. Als ik mij nu gedachten herinner die ik vandaag gehad heb, zit het geheugen dan tussen de waarnemer en die gedachte, of zit het in een van die twee?
Nee. Een gedachte die ik mij herinner is een tegenwoordige gedachte. Ik ben uitsluitend waarnemer van wat er nu is. Ik ben altijd nu. En omdat ik altijd nu ben, kan ik alleen maar waarnemen wat er nu is. Dus nu verschijnt er een gedachte die ik een herinnering noem, maar die is nu, anders zou ik ze niet kunnen waarnemen. Tussen mij, bewust-zijn, en een gedachte is geen enkele grens, zoals tussen die kruik en de klei waaruit ze bestaat geen enkele grens is, of tussen het water en de golf geen grens bestaat. Er is geen ruimte tussen het bewustzijn en het waargenomene en er kan dan ook geen sprake zijn van een instrument of wat dan ook.

Veronderstel dat ik mijn geheugen verlies, kan ik dan zeggen dat er alleen een verandering zal zijn in het soort gedachten dat ik krijg, maar voor de rest niets?
Ja. Maar ik gebruik het woord geheugen ook nog in een wat meer technische zin, in de zin dat er geen waarneming plaats kan vinden en geen zin gehoord kan worden zonder geheugen. Voorbij het geheugen is geen schepping.

Hoe bedoelt u?
Ik zeg dat ik een tapijt zie, maar in feite zijn dat heel veel waarnemingen, die ik stuk voor stuk heel snel zie. Het geheugen maakt daarvan een tapijt. Ik zie niet een tapijt. Ik zie stukjes, stukjes, stukjes. Dus zonder geheugen is er geen waarneming mogelijk. En wat wij de wereld noemen of de schepping is een verzamelwoord voor allemaal waarnemingen. Waarnemingen zijn niet mogelijk zonder geheugen. Voorbij het geheugen zijn er geen waarnemingen, dus is er geen schepping.

Je kunt in de auto zitten als een object dat van Antwerpen naar Gent vervoerd wordt. Je kunt ook in de auto zitten als een subject waaraan het landschap voorbijtrekt dat eerst Antwerpen heet en een tijd later Gent heet. Maar het subject blijft onbeweeglijk. Het lichaam beweegt, het landschap beweegt, de beelden komen en gaan, maar de waarnemer blijft onveranderlijk dezelfde.
Dit is zo voor de ruimte, maar voor de tijd is het net zo. De meeste mensen denken dat ze hier geboren worden, als op een pianoklavier bij de laagste toetsen, en dan lopen zij over het klavier en bij de hoge toetsen is het leven afgelopen. Zij wandelen erover. Maar ik kan ook in een andere dimensie kijken, net zoals bij het autorijden en zien dat ik altijd nu ben. Wat men de tijd noemt, de kalenderblaadjes, die trekken aan mij voorbij. Ik blijf onveranderlijk 'nu'. Of ik nu een klein kereltje ben, of nu een jongeman ben of nu een oude kerel ben, ik ben altijd nu. Dus de tijd trekt aan mij voorbij, in plaats van dat ik in de tijd verschuif. Het is niet ik die ouder ben geworden, het is de kalender die al bijna op december staat. De twintigste eeuw is oud aan het worden.

Daar aan de muur hangt een plaat van een oud stenen bruggetje over een riviertje. Stroomt het water onder de brug door of stroomt de brug over het water heen? Het zijn twee geldige standpunten. Gezien van iemand die op de brug staat, stroomt het water onder de brug door. Maar gezien van het standpunt van het water stroomt de brug over mij. Precies zo verander je van standpunt als het over de tijd gaat. Niet ik groei door de tijd heen, nee ik ben altijd nu, de tijd stroomt langs mij. Ik ben eeuwig nu, moeiteloos, daar hoef ik niets voor te doen.

Ik ben moeiteloos bewust-zijn. Nu sluit dit bewust-zijn steeds weer huwelijken met begrippen: "Ik ben een Gentenaar", met herinneringen: "Vroeger gebeurde er dat", met verwachtingen: "Volgend jaar ga ik dat doen", enzovoort. Als ik doorzie dat ik die begrippen niet ben, dan houd ik op met die huwelijken te sluiten. Blijft over: bewust-zijn. Wat ik nu ook al ben. En verder een heel schitterende film. Soms een heel tragische film. Een film met als inzet wat de mensen dood en leven noemen.


Inhoud 
InZicht Nr. 2 -  augustus 1999

Woord vooraf
Douwe Tiemersma

Shri Nisargadatta Maharaj:
twee gesprekken over onze ware aard

Inzicht in het onderscheid tussen degene die ziet en wat wordt gezien
(Drig-drishya-viveka)
Douwe Tiemersma

Oud worden en mystiek (2)
Eric Van Ruysbeek

Ik ben moeiteloos bewust-zijn
Gesprek met Wolter Keers

Een gesprek tussen Milinda en Nâgasena

Elk moment komt alles als door een wonder tot bestaan
Ton Lathouwers

Weet dat het rijk Gods u nabij is
Meester Eckhart

RUBRIEKEN
Experimenten : Douglas Harding
Column
Boekbesprekingen
Reacties van lezers
Mededelingen

Zolang voorradig
kunnen vorige 
nummers nabesteld worden.

Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met: 
Meinhard van de Reep 
023-5257150 / fax 023-5274404

E-mail: info@inzicht.org

Opgave voor een abonnement kan ook via deze website, klik hiervoor op de button "Abonnement"