|
Het uiteindelijke antwoord op de vraag
'Wie ben ik?' wordt traditioneel verlichting of zelfrealisatie
genoemd. Maar wat wordt er gerealiseerd of wie wordt er
verlicht? En wat is er te zeggen over de weg die hiertoe
leidt? In het Nederlandstalige gebied was Wolter Keers een van
de eersten die hierover op authentieke wijze sprak. Zijn
bijzonder heldere en geestige stijl is ook in het volgende
gesprek duidelijk. Het werd op 20 november 1984 te Gent
opgenomen.
Gesprek met Wolter Keers
Wij spreken over zelfrealisatie, niet
over zelfwording. U bent nu al dat wat u zoekt. Maar wat is er
in u dat zoekt? De persoon. En de persoon zal het nooit
vinden. Wat u nu bent, zonder het geloof van het denken van
zichzelf, dat is zelfrealisatie.
Er zijn geen twee 'bewustzijnen'. Er is maar één bewustzijn.
Alleen, er ontstaat een soort schaduwspel, een spiegelgevecht,
waarop het denken met zichzelf praat en bijvoorbeeld zegt:
"Ik ga op zoek." Dan word ik een zoeker. Ik ben
natuurlijk geen zoeker, want dat is maar een begrip. Maar een
tijd lang lijkt dat heel reëel en is het ook nuttig.
Geleidelijk aan kom ik erachter dat ik niet al die dingen ben
waarvan mij verteld is dat ik ze ben. Ik ben niet het lichaam.
Het lichaam is een serie waarnemingen. Op zich schitterend,
niets op tegen, maar ik ben niet een serie waarnemingen.
Waarnemingen komen en gaan; ze verschijnen en verdwijnen in
het bewustzijn. Dat geldt ook voor gevoelens. Gevoelens gaan
heel diep. In tijd en ruimte zijn gevoelens het diepste wat
wij kennen. Liefde en haat en alles wat daartussen ligt. Maar
elk gevoel wordt waargenomen. Daarom kan ik zeggen dat ik
vanmorgen iemand gehaat heb of iemand heb liefgehad. Het
gevoel wordt waargenomen en dus is er iets dat nog dieper gaat
dan het gevoel. Als het gevoel verdwenen is, blijf ik toch
over als plaats voor nieuwe waarnemingen, voor een gedachte
bijvoorbeeld, die ook slechts een paar tellen leeft. Ik ben er
vóór een gedachte verschijnt, tijdens die gedachte ben ik
het waarnemen waarin ze verschijnt, en als ze verdwenen is,
ben ik aanwezig als plaats voor een volgende waarneming.
Dus de enige moeilijkheid is dat het denken gelooft in
woorden, in beelden zoals "Ik ben iemand uit Gent".
Dit zijn begrippen die ik telkens weer kan ontmaskeren door te
zien dat ik geen enkel begrip ben. En geleidelijk aan zijn er
geen begrippen meer. Ja, die begrippen kunnen nog wel komen,
maar er is geen geloof meer dat ik in zo'n begrip ben. En aan
het eind krijgt men dan nog uitspraken als "Ja, ik weet
dat ik geen lichaam ben, geen gevoelens, gedachten, begrippen,
enzovoort, maar ik ben toch nog niet verlicht". Dat is
dan zo'n laatste ik-begrip.
Een
gevaar daarbij is dat men zit te wachten op iets
spectaculairs. Wow, verlichting! Het heelal staat in vlammen!
Maar het bewustzijn dat u zoekt, het absolute, is het
wezenlijke onderdeel van elke waarneming. Het is dus gewoner
dan het stof op de straat, dan de lucht in deze kamer. Er is
niets spectaculairs aan. Het is niet uitgesloten dat bij
sommige mensen opeens bij een of ander plotseling inzicht de
vlammen uitslaan, maar dit hoeft helemaal niet. Wat we zijn is
het gewoonste van alle gewone dingen.
Wij zijn erop getraind om de aandacht
naar buiten te richten, zozeer dat wij buiten en binnen met
elkaar verwisselen. Onze gedachten en onze gevoelens zijn
immers binnen aanwezig. Maar van mijn standpunt gezien zijn ze
ook buiten, zijn het objecten die worden waargenomen. Dus
gedachten zijn dingen die langskomen als wolken, vogels die
langs komen vliegen. Maar zomin als het daar in de hemel mijn
vogels zijn, zomin zijn het mijn gedachten en gevoelens. Want
wie zou de eigenaar zijn? Dat is weer een begrip: de eigenaar.
Dus de uitdrukking mijn gevoelens betekent alleen: gevoelens
op deze plek. Mijn gedachten: gedachten op deze plek. Er is
geen eigenaar, niet van dit ding, het lichaam, niet van
gedachten, niet van gevoelens, niet van de zintuiglijke
waarneming.
Op een gegeven moment ontkom je niet
aan de ontdekking dat er niets in deze wereld is dat je kunt
bezitten. De wereld is een kosmisch schouwspel, waarvan dit
ding, het eigen lichaam, en dat ding, het lichaam van iemand
anders, een perfect onderdeel uitmaken. Maar dat geheel, dit
ding en al deze dingen, spelen zich af in het bewustzijn dat
ik ben. En dat is alles. Het is niet gecompliceerd.
Kan men dan nooit zeggen: "Ik
heb het gevonden"?
Stel dat dat waar is, dat het geen leugen is, dan wil dat niet
zeggen dat er een ik is dat iets gevonden heeft, maar dan
betekent die uitdrukking dat een beperkt ik verdwenen is. Er
valt tenslotte niets te vinden. Er valt alleen maar iets te
verliezen. Wat dan overblijft, ben je nu ook.
Er is een weten dat het gevonden is?
Laat ik het zo uitdrukken: er valt verder niets meer te
ontdekken. Er valt niets meer te vinden. Nou, dan klim ik
rustig op mijn fiets en ik fiets verder.
Is het een soort vergeten dat er een
persoon is?
Ja.
Kijk, Ramana Maharishi had een uitspraak, zo ongeveer (ik
citeer uit mijn hoofd): "Het zelf is altijd
gerealiseerd." Het zelf, er is maar één zelf. Het is
altijd gerealiseerd. Met andere woorden, vanuit het standpunt
van het bewustzijn bestaan er geen niet-gerealiseerden. Alleen
in die malle koppen van jullie verschijnen er gedachten die
zeggen dat er een ik bestaat dat nog niet gerealiseerd is. Je
veux bien! Maar het is natuurlijk onzin.
Toch zegt u dat je tussen
verschillende mensen een verschil kunt zien.
Een kop waarin bijgeloof heen en weer pruttelt kijkt anders
dan een kop waarin dat niet gebeurt.
Kijk, je moet heel duidelijk zien dat het niet te vinden valt
in de begrippenwereld en dat het denken het niet kan
begrijpen. Ook niet hier. Hier zit niet een slimmer denker dan
daar, een denker die het wel begrijpt, en daar een denker die
het niet begrijpt. Het denken begrijpt het nooit, hier niet en
daar niet. Zomin als die schoorsteen het kan begrijpen. Geen
enkel object kan, als ik het nu zo mag noemen, het subject
begrijpen. Er zijn vijf miljard golven op deze aarde. Geen van
die beperkte golven kan de oceaan bevatten. Dus je zult nooit
een meneer of een mevrouw tegenkomen die het begrepen heeft.
Je kunt alleen een mannelijk of vrouwelijk biologisch
verschijnsel tegenkomen waar geen bijgeloof meer in zit. En
dat is alles. Het is veel eenvoudiger dan het denken. Het
denken is altijd gecompliceerd, wetmatig, logisch. Ik ben niet
logisch en niet wetmatig. Ik ben.
Het enige wat te begrijpen valt is dat Ik ben niets te maken
heeft met begrippen. Zelfs dat is feitelijk geen begrijpen in
de gewone zin van het woord. Het heeft niets te maken met
mentaal begrijpen zoals twee plus twee is gelijk aan drie plus
een. Dit begrijpen is mogelijk doordat je, meestal op
uitnodiging van woorden of van boeken of ik weet niet van wat,
en misschien zonder het zelf in de gaten te hebben, afstand
neemt tot die gedachten en daardoor zonder het zelf te
beseffen gaat zitten op de stoel van de waarnemer. Niet meer
van de denker, maar een stap achteruit, van de waarnemer.
Vanmorgen haatte ik, vanmiddag had ik lief, vanmorgen dacht ik
aan Jan, vanmiddag dacht ik aan Truus. Hoe kan ik dat
vertellen? Ik kan alleen iets beschrijven wanneer het door mij
is waargenomen. Zo simpel is het.
Dat gebeurt dus voortdurend?
De hele dag door. Ook bij meneer Khaddafi. Bij ieder menselijk
wezen. Het heeft niets te maken met goed of met kwaad. Zelfs
niet met gek. Shankara zegt: "Het zelf is dat wat alle
levende wezens, van de verlichte tot en met het mongooltje,
gemeen hebben." Letterlijk zegt hij dat. Het heeft niets
te maken met intellect, met opvoeding, met goed en kwaad.
Helemaal niet. In de praktijk vermoed ik, als we nu even
meneer Khaddafi aanzien als het kwaad, dat hij minder kans
maakt dan jij, omdat ik vermoed (ik heb de heer nooit ontmoet)
dat hij geïnteresseerd is in dingen dáár, in macht
bijvoorbeeld, en dan vind je het niet. Maar het is niet omdat
hij slecht is. Ik heb ook Moeder Teresa nooit ontmoet in
Calcutta, maar als zij het goede zoekt, dan maakt zij meer
kans vanuit een religieuze achtergrond. Dan is het
waarschijnlijker dat je, zoals het Nederlands zo prachtig
zegt, tot in-keer komt en dat je daar God vindt, dat wil
zeggen het Onvoorstelbare. Maar theoretisch zou meneer
Khaddafi het net zo gemakkelijk kunnen vinden als Moeder
Teresa. Want iedereen is het. Er is niets buiten het
Bewustzijn.
Dat is een van de moeilijkheden
wanneer je in een godsdienst verzeild raakt. Dan raak je in
een wereld van begrippen verzeild. Iedere grote godsdienst
zegt dat God alomtegenwoordig is, maar ... niet overal! En als
jij dat niet begrijpt, stom mormel, dan komt dat omdat jij de
genade nog niet hebt. Ja, zo lust ik er nog een. Daarom moet
men altijd teruggaan tot het abc. De grote godsdiensten hebben
gelijk als zij zeggen dat God - wat zij God noemen, dat waar
het woord naar verwijst - dat Dat alomtegenwoordig is. Dus ook
in het kwaad. Wat zegt u? Jazeker, want er bestaat niets
buiten het alomtegenwoordige en er is er maar één. En dat
gaat dwars door meneer Khaddafi heen en dwars door Moeder
Teresa heen. Dwars door goed heen en dwars door kwaad heen.
Vandaar dat voor het Alomtegenwoordige er geen goed en kwaad
is. Goed en kwaad ontstaan pas wanneer wij onszelf tot denker
maken, tot een zoeker en een brave meneer uit Gent. Dan is
alles wat mij bedreigt kwaad en alles wat mij vertedert goed.
Maar zolang ik mijzelf projecteer en huwelijken sluit met een
voorstelling, zolang is het mij niet mogelijk te vinden wat ik
zoek. Want mijn aandacht is naar de verkeerde kant gericht.
Zij is gericht op het denken, terwijl zij gericht zou moeten
zijn op dat waar het denken in verschijnt, op dat wat er al is
vóór er gedachten komen, dat waarin ze worden waargenomen,
moeiteloos en dat wat overblijft wanneer ze weer zijn
verdwenen. Wie daarop de aandacht richt, die vindt het comme
ça.
Hoe kun je daar je aandacht op
richten?
Toen jij zei: "Maar dat gebeurt de hele dag", zat je
toen iemand na te praten of wist je dat? Hoe kom je eraan? Ik
denk niet dat het vanochtend in de krant stond.
Wel, het is logisch.
Het heeft niets met logica te maken.
Toch wel, aangezien je zegt:
"Daar ik mij dit en dat kan herinneren, was ik er de
waarnemer van."
Maar nu zie ik hier een hand. Dat heeft niets met logica te
maken. Toch wordt die hand door mij waargenomen. Heb ik geen
logica voor nodig. Als jij op logica uitkomt, dan is dat om
daar poten onder je stoel weg te zagen. Maar wat ik ben, is
niet afhankelijk van logica. Ik weet niet of bosnegers dom
zijn, maar als wij dat voor het gemak eventjes aannemen, dan
geldt de hoogste waarheid voor de domste bosneger net zo goed
als voor u.
Wat kan men dan doen?
Alleen maar constateren. Constateren dat er miljoenen dingen
zijn die komen en gaan en één 'ding' dat constant is. Dat
waarnemende, tegenwoordige, waarin al die dingen verschijnen
en weer verdwijnen.
Het is juist dat constante dat ik
niet vind.
En als je daarjuist zei: "Dat ben ik de hele dag"?
Er is geen gedachte, geen gevoel of geen zintuiglijke
waarneming die niet wordt waargenomen. Dus van de eerste
waarneming 's ochtends om 7 uur tot en met de laatste 's
avonds om 12 uur is het waarnemen constant. Tenzij op momenten
dat er niets valt waar te nemen. Maar voor iemand die druk
moet werken en nog een gezin heeft, zullen dat niet zoveel
momenten zijn.
Ik kan uitsluitend praten over waargenomen dingen. Dat
betekent dat in al die dingen het waarnemen aanwezig is. Van
het eerste wat ik 's ochtends zie, mijn hoofdkussen, tot en
met het laatste wat ik 's avonds zie, mijn hoofdkussen. En ook
in wat ik mij nu herinner van toen ik op de lagere school zat.
Hoe kan ik mij dat herinneren als ik toen ook niet aan het
waarnemen was in dat kind? Dat geldt voor alles wat ik mij kan
herinneren en dat gold ook toen de miljarden dingen werden
waargenomen die ik mij niet kan herinneren.
Ik houd niet van oefeningen, maar je
kunt jezelf elke dag oefenen. Men moet een beetje ambachtelijk
zijn met de manier waarop men met het denken omspringt. Neem
elke dag als je fietst of wanneer dan ook even de tijd om vast
te stellen: "Ik zie niet een deur, ik zie een waargenomen
deur", "Ik zie niet Ludwina, ik zie een waargenomen
Ludwina", "ik zie niet de microfoon, ik zie een
waargenomen microfoon". Daardoor richt je telkens je
aandacht op het waarnemen en niet uitsluitend meer op het
waargenomene. En daardoor wordt het mogelijk dat je je
zwaartepunt, je middelpunt verlegt van begrippen (een denker,
enz.) naar het waarnemen. Als ik een deur zie, is de aandacht
daar, bij het object. Als ik een waargenomen deur zie, dan zie
ik een deur die verschijnt in het bewustzijn. Het is dezelfde
deur, maar nu ben ik er ook bij.
Zijn uw waarnemingen anders, van een
andere aard, omdat ze niet gebonden zijn aan een ik?
Ik kan nooit en onder geen enkele omstandigheid, zomin als jij
dat kunt, beschrijven wat ik ben. Wat ik ben, daar [wijst naar
een ander] of hier, is onvoorstelbaar. Het verschil is dat
misschien het bedreigende en het verlokkende element uit het
waargenomene mij niet meer kan tiranniseren. Voor zover het
mentale waarnemen wordt gekleurd door angsten en verlangens,
verdwijnt die sluier en dan blijven waarnemingen over zoals ze
zijn in hun eigen kleur. Niet meer in de kleuren van een
angstig ik of een verlangend ik of zoiets. Ik haal vaker het
voorbeeld aan van iemand die bijvoorbeeld verliefd is, die
ziet la vie en rose. Al regent het, dan nog schijnt de zon. En
voor wie in een depressie zit of voor iemand die droevig is,
zelfs al schijnt de zon, is het nog een hel. En zo kleurt de
persoon de schepping met zijn kleuren. Dat verdwijnt dus. Maar
dat wil niet zeggen dat een groene broek daarna een rode broek
wordt of zo.
Ik heb een probleem met de rol van
het geheugen. Als ik mij nu gedachten herinner die ik vandaag
gehad heb, zit het geheugen dan tussen de waarnemer en die
gedachte, of zit het in een van die twee?
Nee. Een gedachte die ik mij herinner is een tegenwoordige
gedachte. Ik ben uitsluitend waarnemer van wat er nu is. Ik
ben altijd nu. En omdat ik altijd nu ben, kan ik alleen maar
waarnemen wat er nu is. Dus nu verschijnt er een gedachte die
ik een herinnering noem, maar die is nu, anders zou ik ze niet
kunnen waarnemen. Tussen mij, bewust-zijn, en een gedachte is
geen enkele grens, zoals tussen die kruik en de klei waaruit
ze bestaat geen enkele grens is, of tussen het water en de
golf geen grens bestaat. Er is geen ruimte tussen het
bewustzijn en het waargenomene en er kan dan ook geen sprake
zijn van een instrument of wat dan ook.
Veronderstel dat ik mijn geheugen
verlies, kan ik dan zeggen dat er alleen een verandering zal
zijn in het soort gedachten dat ik krijg, maar voor de rest
niets?
Ja. Maar ik gebruik het woord geheugen ook nog in een wat meer
technische zin, in de zin dat er geen waarneming plaats kan
vinden en geen zin gehoord kan worden zonder geheugen. Voorbij
het geheugen is geen schepping.
Hoe bedoelt u?
Ik zeg dat ik een tapijt zie, maar in feite zijn dat heel veel
waarnemingen, die ik stuk voor stuk heel snel zie. Het
geheugen maakt daarvan een tapijt. Ik zie niet een tapijt. Ik
zie stukjes, stukjes, stukjes. Dus zonder geheugen is er geen
waarneming mogelijk. En wat wij de wereld noemen of de
schepping is een verzamelwoord voor allemaal waarnemingen.
Waarnemingen zijn niet mogelijk zonder geheugen. Voorbij het
geheugen zijn er geen waarnemingen, dus is er geen schepping.
Je kunt in de auto zitten als een
object dat van Antwerpen naar Gent vervoerd wordt. Je kunt ook
in de auto zitten als een subject waaraan het landschap
voorbijtrekt dat eerst Antwerpen heet en een tijd later Gent
heet. Maar het subject blijft onbeweeglijk. Het lichaam
beweegt, het landschap beweegt, de beelden komen en gaan, maar
de waarnemer blijft onveranderlijk dezelfde.
Dit is zo voor de ruimte, maar voor de tijd is het net zo. De
meeste mensen denken dat ze hier geboren worden, als op een
pianoklavier bij de laagste toetsen, en dan lopen zij over het
klavier en bij de hoge toetsen is het leven afgelopen. Zij
wandelen erover. Maar ik kan ook in een andere dimensie
kijken, net zoals bij het autorijden en zien dat ik altijd nu
ben. Wat men de tijd noemt, de kalenderblaadjes, die trekken
aan mij voorbij. Ik blijf onveranderlijk 'nu'. Of ik nu een
klein kereltje ben, of nu een jongeman ben of nu een oude
kerel ben, ik ben altijd nu. Dus de tijd trekt aan mij
voorbij, in plaats van dat ik in de tijd verschuif. Het is
niet ik die ouder ben geworden, het is de kalender die al
bijna op december staat. De twintigste eeuw is oud aan het
worden.
Daar aan de muur hangt een plaat van
een oud stenen bruggetje over een riviertje. Stroomt het water
onder de brug door of stroomt de brug over het water heen? Het
zijn twee geldige standpunten. Gezien van iemand die op de
brug staat, stroomt het water onder de brug door. Maar gezien
van het standpunt van het water stroomt de brug over mij.
Precies zo verander je van standpunt als het over de tijd
gaat. Niet ik groei door de tijd heen, nee ik ben altijd nu,
de tijd stroomt langs mij. Ik ben eeuwig nu, moeiteloos, daar
hoef ik niets voor te doen.
Ik ben moeiteloos bewust-zijn. Nu
sluit dit bewust-zijn steeds weer huwelijken met begrippen:
"Ik ben een Gentenaar", met herinneringen:
"Vroeger gebeurde er dat", met verwachtingen:
"Volgend jaar ga ik dat doen", enzovoort. Als ik
doorzie dat ik die begrippen niet ben, dan houd ik op met die
huwelijken te sluiten. Blijft over: bewust-zijn. Wat ik nu ook
al ben. En verder een heel schitterende film. Soms een heel
tragische film. Een film met als inzet wat de mensen dood en
leven noemen.
|