Inhoud 
InZicht  Nr. 1 - februari 2004
T h e m a   O e f e n e n 

Woord vooraf

Wat moet ik doen? Welke oefeningen zal ik doen? Wat voor soort meditatie? Wat moet ik lezen? Waar moet ik gaan? Vragen die bij mensen die geïnteresseerd raken in ‘zelfrealisatie’ steeds opnieuw opduiken. Wie al wat beter heeft geluisterd, stelt de vraag misschien wat voorzichtiger. Wat kan ik doen? Of: kan ik iets doen? Want het dilemma is duidelijk. Is elk zoeken, elke doelgerichte oefening, niet een weglopen van wat er nu is? Is ‘iets doen’ (om anders te worden, om beter te worden…) niet precies de ontkenning van het feit dat ik ook nu al ben wat ik zoek? Hoe vrij is vrijheid, als je er eerst een lange weg van spirituele oefening voor moet afleggen? Maar anderzijds, als ik helemaal niets doe, blijft alles dan niet bij de oude (onbevredigende) toestand? Is mijn huidige staat (van verwarring…) dan gelijk aan de staat van zelfrealisatie? En bovenal: wat is ‘niets doen’? Zijn we sowieso niet voortdurend bezig met ‘doen’? 
Deze paradox - doen versus niet doen - loopt als een rode draad door de hele spirituele literatuur. In de advaita (vedanta) ligt de nadruk meestal op het feit dat er ‘niets’ te doen valt. Maar in een andere non-dualistische traditie, zen, staat meditatie centraal. Zijn die standpunten werkelijk zo tegengesteld? 
Ramana Maharshi (wellicht de meest bekende vertegenwoordiger van Advaita in de 20e eeuw) zei aan zijn leerlingen: “Doe geen inspanning. Je inspanning is precies de onvrijheid.” Maar bij een andere gelegenheid zei hij: “Zolang men niet is gerealiseerd, is praktijk (sadhana) noodzakelijk. Ze moet een einde maken aan de obstakels.” 
Ook in verschillende religies zien we een voortdurende spanning tussen persoonlijke inzet (je hemel moet immers verdiend worden!) en het vertrouwen op God en de ‘genade’. De grote soefidichter Hafiz zegt het in dichterlijke taal: “Hoewel vereniging met de Geliefde nooit gegeven wordt als beloning voor de inspanning, zet je in, O hart, zoveel als je kunt.” En Eckhart, de 13e eeuwse christelijke mysticus, schrijft: "Wie langs allerlei wegen probeert God te vinden, vindt nieuwe wegen en verliest God, die verborgen blijft in de weg.” Tegelijk is hij echter onvermurwbaar als het gaat over de noodzaak om dergelijke ‘wegen’ te bewandelen. 

Het zal dus niemand verbazen dat je in dit nummer over ‘de zin van het oefenen’ ook (schijnbaar?) tegengestelde standpunten kunt lezen. Sommige titels spreken voor zich. Andrew Cohen zegt met grote aandrang ‘Doe iets!’, terwijl Steven Harrison het met evenveel nadruk heeft over het ‘niets doen’. Andere auteurs uit de advaitatraditie zijn genuanceerder. Douwe Tiemersma wijst op het belangrijke onderscheid in de situatie vóór en na het passeren van een grens: “Vóór het passeren van de grens, doe je er niet goed aan te beweren ‘ik kan toch niets doen, ik blijf rustig zitten’. Dan verandert er weinig of niets. Maar als je over het punt heen bent, houd je op met zoeken, met verlangen, met oefenen. Alles is er al.” 
We vroegen het ook aan enkele meditatieleraren. Ton Lathouwers (zen) legt grote nadruk op het feit dat de zenmeditatie geen ‘methode’ is: je mediteert niet met het doel iets te bereiken. Het causale denken in oorzaak en gevolg moet worden losgelaten. Een andere boeddhistisch geïnspireerde auteur, Han de Wit, legt het onderscheid uit tussen de onmiddellijke weg (niets doen) en de geleidelijke weg van het oefenen. Beide wegen blijken minder ver uit elkaar te liggen dan we vermoeden. 
Uiteindelijk is de vraag ‘wat moet ik doen?’ misschien niet de echte vraag. Gaat het niet veeleer om authentieke betrokkenheid? Als echt begrepen is waar het om gaat, komt die vraag wellicht niet eens meer op, omdat het duidelijk is, dat men geen andere keus heeft dan te doen wat men doet.
 
Raf Pype


Eigen kracht, andere kracht.

Zentoespraak door Ton Lathouwers

Kunnen wij door onze eigen inspanningen komen tot verlichting - wat dit ook mag betekenen? Is zen en de zenmeditatie een methode tot bevrijding? Wat vinden we hierover in het leven en de leer van de Boeddha? En hoe komt dit tot uitdrukking in onze praktijk en o.m. in de gelofte van de Bodhisattva, die in vele zengroepen gereciteerd wordt? 
(…) Het ligt in de menselijke natuur te willen: ik doe iets en dan bereik ik iets. Ik ga mediteren en daar komt uiteindelijk verlichting uit voort. Als het niet meteen lukt, doe ik allicht niet hard genoeg mijn best, heb ik de verkeerde methode, heb ik de verkeerde leraar… En ik weet ondertussen best wel dat ik helemaal niets mag willen, maar als ik nu iets harder mijn best zou doen, dan…
Dat mechanisme zit zo diep in onze genen ingebouwd. Zelfs het christendom, dat zó heet te vertrouwen op de genade, is ontzettend vaak afgegleden naar een eigengereide transactie in de zin van: “nu doe ik dit en dan krijg ik dat”. Genezing van ziekte, vergeving van zonde, een bevoorrechte plek in het hiernamaals. In de middeleeuwen heette dit ‘do ut des’, ‘Ik geef opdat Gij geeft’. Een slim soort economische transactie dus, ruilhandel, een uitgekookt handeltje met God om tegen afgifte van een aflaat, een bedevaart naar heilige relikwieën enz. een kortere weg naar de hemel te krijgen. Precies vanuit een hartsgrondige afkeer voor dit soort onderhandelingseconomie ging Luther ongemeen hard tekeer tegen de katholieke kerk, bleef hij erop hameren hoezeer de zogenaamde ‘vrije’ wil, allerminst vrij is. Die ruilhandel, dat sluwe koopmanstrucje van ‘do ut des’, zag hij overal om zich heen, met als trieste culminatie de lucratieve handel in aflaten.


Activiteiten op het spirituele pad

Douwe Tiemersma

Bij de advaitabenadering staat de bewustwording van de eigen situatie voortdurend centraal. Hoewel je niets kunt doen voor de uiteindelijke realisatie, doet iedereen toch van alles op het spirituele pad. Als het allemaal vanzelf gaat, is dat natuurlijk prachtig, maar als het niet zomaar vanzelf gaat, is het nodig opnieuw te kijken wat voor de hand ligt te doen, om niet op dezelfde plaats te blijven zitten.
(…)Als er geen volledige realisatie is van je oorspronkelijke aard, blijft er een tweespalt tussen je huidige toestand en die eigen aard waar je een intuïtief besef van hebt. Je situatie nu is niet geheel bevredigend, er is een gemis. Het hoogste besef betreft de ‘situatie’ waarin dat gemis niet meer aanwezig is. Als deze polariteit er niet is, is er geen verandering, zowel in de verlichte ‘staat’ als bij mensen die het ‘wel goed’ vinden. Veel mensen ervaren hun huidige situatie niet als ideaal. Dan is er verlangen, dan is er de polariteit tussen deze situatie en de situatie zoals die eigenlijk zou moeten zijn. In elk verlangen, in elke dualistische situatie, heb je deze structuur.
De overgang naar het ideaal gaat vaak niet erg gemakkelijk, zo wordt gezegd. …


Doe iets!

Andrew Cohen

Ik ben altijd een heel controversiële spirituele leraar geweest. Waarom? Omdat ik mensen vertel dat er iets te doen is! Aan zoekers die naar mij toe komen om het goede nieuws over bevrijding te horen, heb ik altijd verteld, dat als zij vrij willen zijn, er heel wat te doen is. En tegenwoordig staat in bepaalde kringen het praten over doen gelijk met godslastering. Verlichting gaat immers over Zijn, niet over doen! …


Doe niets!

Interview met Steven Harrison

Steven Harrison schreef een boek met de uitdagende titel: ‘Doe niets’. En zijn website zegt: ‘doingnothing.com’. InZicht had met hem een interview over wat ‘niets doen’ zou kunnen betekenen.

InZicht: Betekent ‘niets doen’ dat men geen spirituele praktijk heeft? In dat geval geldt dit voor de meeste mensen, denk ik. Of verwijst u naar de stilte van de geest, wanneer die ophoudt om iets te willen bereiken?
H.: Het denken creëert het gevoel van een zelf, een centraal organiserend principe dat afgescheiden is en met de rest in conflict lijkt te zijn. Ditzelfde zelf, dat een schepping van het denken is, meent dan dat het dit conflict door het denken kan oplossen. De suggestie van ‘niets doen’ is gewoon de waarneming dat elke poging van de denkende geest om zichzelf van het denken te onttrekken absoluut nutteloos is. Het denken kan alleen in zijn eigen gebied bewegen - nog meer van dat denken. Niets doen is de herkenning dat denken niet het domein is waar iets nieuws kan ontdekt worden. In dit opzicht zullen we elke filosofie, spiritualiteit of religie achter ons moeten laten, evenals elke poging om onszelf te verbeteren. De monnik die vijftig jaar gemediteerd heeft en de doorsnee man van de straat zijn wezenlijk dezelfde, al kunnen hun gedragingen relatief sterk verschillen. Wij functioneren allen in het kader van de wereld van begrippen of we nu werken voor geld of werken voor verlichting


Het padloze pad

Jan Kersschot

Hoe kunnen we op zoek gaan naar onze ware natuur? Hoe kunnen we ooit niet zijn wat we zijn? Zijn is nooit weggeweest, maar men zou kunnen zeggen dat we er altijd overheen hebben gekeken. 
Blijkbaar zijn we door een aantal programmeringen dusdanig gehypnotiseerd dat we het gevoel hebben onze ware natuur kwijt te zijn. Veel mensen hebben dit ingezien en hebben alles geprobeerd om van al die conditioneringen los te geraken. Om dit doel te dienen staan er allerhande therapieën en spirituele technieken ter beschikking. Maar proberen vrij te zijn van al die programma’s is een eindeloos gevecht. Als de ene blokkade is opgeheven komt er weer een volgende te voorschijn. Enerzijds beseffen de zoekers niet dat een menselijk leven zonder conditioneringen onmogelijk is en anderzijds realiseren ze zich niet dat Dat waar ze naar op zoek zijn aan die conditioneringen voorafgaat. …


Over het geleidelijke en onmiddellijke spirituele pad

Een interview met Han de Wit door Mila van den Nouweland

Mila: Kun je mediteren om een eenheidservaring te krijgen? 
Bedoel je met een ‘eenheidservaring’ iets als de staat van verlichting? Laat ik het hier maar even zo opvatten. Binnen het boeddhisme, maar ook wel daarbuiten zijn er twee termen waarmee over de weg naar verlichting wordt gesproken: het ‘geleidelijke pad’ en het ‘onmiddellijke pad’. We zullen hun vertegenwoordigers in het
vervolg maar de ‘onmiddellijken’ en de ‘geleidelijken’ noemen. De ‘geleidelijken’ gaan ervan uit dat je naar de eenheidservaring toe kunt werken door de beoefening van meditatie. De ‘onmiddellijken’ geloven niet in een eenheidservaring die door de beoefening van een meditatietechniek wordt bereikt. Techniek kan in de weg gaan zitten. Een eenheidservaring kun je zo niet afdwingen. Je kunt je er voor open stellen, je er vrij voor maken, zodat non-dualiteit, eenheidservaring, egoloosheid of verlichting of hoe we het ook willen noemen toegelaten kan worden, maar de ervaring zelf kun je niet maken. Het is geen product van streven. 


De Paradox

Hans Laurentius

Voor de meeste zoekers is en blijft de meest fundamentele vraag: “Wat moet of kan ik doen?” Elke ‘beginner’ komt hiermee naar voren. De zogenaamde gevorderden stellen wellicht de vraag niet meer op expliciete wijze, maar in tal van andere opmerkingen of vragen klinkt ze wel degelijk door.
Laten we de vraag eerst eens praktisch benaderen. Wat moet een zoeker doen? Zoeken, natuurlijk. Zich inzetten, ervoor zorgen dat het verlangen naar vrijheid en waarheid hoog oplaait, zodat het zichzelf verbranden kan. Dus als je wat wil ‘doen’: ga naar satsangs of meerdaagse bijeenkomsten, vind een leraar (en als je er een ‘hebt’, wees in z’n buurt), richt alles op waarheid, laat liefde voor waarheid zich ontwikkelen totdat het prioriteit nummer een is geworden. Waarom doen veel mensen er erg lang over? Omdat het slechts een van hun vele wensen is. Eerst moet dus de energie gericht raken, moet er een focus ontstaan. Dat kan door inzicht en door zich in het hart te laten raken. De meeste mensen moeten eerst ‘in de stroom’ komen. Ben je daar eenmaal in, dan zorg je er alleen maar voor erin te blijven, no matter what! 


Meditatie

Wolter Keers

De misvatting dat we iets moeten doen om ‘verlicht’ te worden, is zo diep in ons geworteld, dat het de meesten van ons jaren kost voordat we beginnen te begrijpen dat het inderdaad waar is, dat water écht niets hoeft te doen om ‘weer’ natheid te worden; dat water, echt waar, nooit opgehouden heeft met natheid te zijn, ook al heeft water misschien jaren of eeuwen lang gedacht dat het iets droogs was. Met andere woorden: wij menen dat wij iets zijn, een serie dingen zoals lichaam en ziel en een denker en een werker en een zoon of dochter, enzovoort; maar wij zoeken naar wat we wezenlijk zijn, en wij staan erop, dat we moeten veranderen om uiteindelijk te kunnen worden wat we wezenlijk zijn. Totdat we dan uiteindelijk, aan het eind van wat misschien een moeizaam pad lijkt, ontdekken dat we de hele tijd, elk ogenblik van ons leven, geweest zijn wat we overal hebben gezocht, en dat er, héél echt waar, niets te doen viel en niets te begrijpen viel om te worden wat we bij voorbaat al waren.
Door dit misverstand worden er heel wat geestelijke activiteiten ontplooid onder de verzamelnaam ‘meditatie’, die erop gericht zijn om bijvoorbeeld onze geest te zuiveren, ons lichaam gezonder te maken, onze kracht te versterken. Kortom: om beter te worden.


Terug van Nooit Weggeweest
De Odyssee van Jan van Delden

Bob Snoijink

Aan de hand van zijn eigen bonte leven heeft advaitaleraar Jan van Delden (52) er decennia over gedaan om de Odyssee van Homerus van a tot z te ontcijferen als spiritueel document van de bovenste plank. De kern van het epos vloeit samen met die van zen, taoïsme, soefisme en advaita-vedanta. ‘Terug van Nooit Weggeweest’ is Van Deldens uitleg van de avonturen van de held van de Trojaanse Oorlog, op zoek naar de ultieme waarheid – zijn mooie vrouw Penelope – die in wezen nooit van zijn zijde is geweken.
Odysseus blijkt het zinnebeeld van de doorsneezoeker naar waarheid, geluk, liefde, God, verlossing, of verlichting. Het epos van de held van Troje is een kleine drieduizend jaar oud – dateert zelfs uit de tijd van Boeddha en Lao Tse – maar is nog even herkenbaar en actueel als je pincode. 
Aan het eind lacht de blinde bard homerisch. Je kunt je ontspannen. Er valt niets te doen. Je hebt je lot niet in de hand. Iedereen is op weg en niemand kan iets doen. Je leven is een film in de privé-bioscoop van het bewustzijn. …


Dienaar van waarheid

Een interview met Madhukar door Devasetu W. Umlauf. 

D: Kunt u zich herinneren wanneer uw bewuste zoektocht begon en is die tot een einde gekomen?
M: Jazeker, de zoektocht is ten einde. Ergens in mijn jeugd heb ik aangenomen dat ik de vrijheid, die ik ben, kwijt was geraakt. En als ik dan met religieuze concepten en spirituele theorieën geconfronteerd werd, begon ik te onderzoeken: wat is waarheid? Want er werden mij concepten als waarheid aangeboden die mij met veel gezag, grote stelligheid en zelfs dreiging, regelrecht werden opgedrongen. Ook toen al, als kind, heb ik die op hun waarheidsgehalte beproefd. Met, in die tijd, alleen maar mijn hart als maatstaf. Wanneer onze hersenen met persoonlijke ervaringen en kennis gevoed worden, slaan ze, net als een computer, van alles op, inclusief daarbij ook allerlei 'fouten' en 'virussen' die zodoende in ons systeem terechtkomen. En verwarring veroorzaken. Maar dit hart, deze zon, stopte niet met gloeien, met 'zijn'. En de verwarring loste op in de overdracht van mijn Meester Papaji. En nu is er geen zoeken meer.



Rubrieken:

- Boeken: 
- Column: Hardnekkige misverstanden. Douwe Halbesma 
- Experimenten: Adem, stilte, aandacht. Dick Sinnige 
- Gedichten: Erik van Ruysbeek, Han Marie Stiekema
- Cartoon: Messing/Marianne v d Dungen
- Mededelingen – Agenda

Zolang voorradig kunnen vorige nummers nabesteld worden.

Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met: 
Meinhard van de Reep 
Uitgeverij Inzicht 
0252 522001 / fax 023-5274404

E-mail:
info@inzicht.org

Opgave voor een abonnement kan ook via deze website, 
klik hiervoor op de button "Abonnement"