|
Woord vooraf
Wolter Keers heeft op mijn leven en op dat van vele anderen een beslissende invloed gehad. Hij was, voor zover ik weet, de eerste in Nederland en Vlaanderen die over advaita (non-dualiteit) kwam spreken. Dit was op het einde van de zestiger jaren en in al het nieuwe dat in die tijd het Westen overspoelde was dit een openbaring. Wolter toonde iets waar wij nooit over gehoord hadden, dat zo eenvoudig en toch ook zo revolutionair was, dat we er zelf in geen duizend jaar hadden kunnen opkomen. Bovendien sprak hij met zo’n helderheid en overtuigingskracht dat je er niet omheen kon. Ofwel moest je zeggen: deze dingen interesseren me niet, ofwel werd je gegrepen door zijn woorden, voor de rest van je leven. Zelfs nu, bijna twintig jaar na zijn overlijden, zijn er heel wat mensen die bij het beluisteren van de opnames van zijn gesprekken volkomen door die helderheid meegenomen worden en Wolter als leraar vinden, ook al hebben ze hem nooit in levenden lijve ontmoet.
En wat zei hij dan? In het eerste artikel van dit nummer - het komt uit de oudste bandopname die we van hem konden vinden (1969) - staat het al: “Jij bent de Kenner”. Je bent niet het lichaam, niet het denken en voelen. Je bent niet een geheel van dingen die je kunt waarnemen, je bent de Waarnemer. Dit inzicht stelt alle vragen en problemen meteen in een ander daglicht. Het klinkt heden ten dage misschien minder revolutionair: we hebben het nog gehoord. Maar alleen maar horen en herkennen als een interessante theorie betekent natuurlijk niet veel. In zijn onvermoeibaar beantwoorden van vragen en opmerkingen liet/laat Wolter zien hoe deze waarheid je hele wezen kan doordringen en hoe alle aspecten van het leven vanuit dit perspectief worden gezien.
In de artikelen van dit nummer komen enkele van die aspecten aan bod. Het zijn voor een deel opnames van gesprekken met Wolter die nu voor het eerst worden gepubliceerd en voor een deel artikelen of brieven die hijzelf publiceerde in het tijdschrift ‘Yoga Advaita’. Er is niet alleen gepoogd door de uiteenlopende onderwerpen wat diversiteit te brengen, de stukjes zijn ook gekozen uit verschillende periodes van zijn leraarschap. In de latere jaren bijvoorbeeld ging Wolter minder woorden als ‘Kenner’ of ‘Waarnemer’ gebruiken, omdat dit toch weer als een deel van de persoonlijkheid kon worden opgevat, en sprak hij meer over het ‘Bewustzijn’ of de ‘Kennendheid’. Een van zijn geliefde aanduidingen was trouwens: “Ik ben… ik ben, zonder ‘ik’ en zonder ‘ben’.”
Wolter introduceerde ook heel wat andere leraren in Nederland en Vlaanderen. Dertig jaar terug was het aantal mensen in het Westen dat hier echt over kon spreken op één hand te tellen. In Frankrijk ontdekte hij Jean Klein, die hij naar België en Nederland vroeg, waarbij hij dikwijls als vertaler fungeerde. Hij introduceerde Douglas Harding en zijn ‘hoofdloze weg’. Later kwam de ontdekking van Nisargadatta van wie hij ‘I am that’ vertaalde, zoals hij eerder gedaan had met de boekjes van Krishna Menon (‘Atman Nivritti’, ‘Atma Darshan’)
Naast Wolter Keers is ook Ramana Maharshi bijzonder aanwezig in dit nummer. Ramana was de eerste authentieke leraar van Wolter Keers. Hij had hem leren kennen via een boek van Paul Brunton en wachtte tot het einde van de Tweede Wereldoorlog om hem in Tiruvannamalai, India, te gaan opzoeken. Door het overlijden van Ramana was deze ontmoeting van korte duur, maar hij werd door hem verwezen naar Krishna Menon (Atmananda), zijn uiteindelijke guru. Over Ramana spreekt ook Rama Polderman, de yoga-pionier die dit jaar overleed. En in de boekenrubriek wordt het nieuwe boek van Han van de Boogaard ook over Ramana voorgesteld. In dezelfde rubriek vind je trouwens ook een bespreking van ‘Vrij Zijn’, het eerste boek van Wolter Keers dat nu opnieuw wordt uitgegeven.
Raf Pype
|
|
Ik ben de Kenner
Wolter Keers
In een eerste kennismaking met de ‘advaita vedanta’ wijst Wolter Keers op het belang van zelfkennis. Hij geeft hiertoe een belangrijke sleutel: het onderscheid dat we telkens weer kunnen maken tussen wat wordt waargenomen en de waarnemer, tussen het gekende en de kenner.
(…)
Onze hele opvoeding is erop gericht geweest om ons duidelijk te maken, opnieuw en opnieuw, dat wij een aantal dingen zijn. Soms een lichaam, soms de zintuigen, soms het denken en soms het voelen. Als we daarbij nog uit een godsdienstig nest komen, dan is ons ook nog bijgebracht dat wij een ziel hebben. En zo bestaat de mens dan uit lichaam en ziel. ‘Een gezonde geest in een gezond lichaam’: een kreet die wij veel gehoord hebben. En daar bestaan wij dan uit. Maar niemand heeft ons ooit gewezen op het feit dat ik onveranderlijk dezelfde ben, terwijl al deze dingen ieder ogenblik veranderen.
Hoofd en hart
Wolter Keers
We hebben beide nodig. Mensen met een groot hart, maar zonder verstand zijn even gevaarlijk als mensen met een groot verstand, maar zonder hart. Maar wanneer beide functioneren zoals ze moeten, dan ligt onze grote schat, onze grote rijkdom in het hart.
In ons hart zitten ongelooflijke rijkdommen waarvan er met geen mogelijkheid te zeggen valt hoe groot ze zijn. Als ons hart eenmaal bevrijd wordt van allerlei angsten - zoals wanneer wij liefhebben - is het zo groot als de wereld. Daarbij vergeleken is het intellect, het woorden- en logicagebruikende intellect, nietig. Onze rijkdom ligt in het hart.
Wolter Keers en ´de lol van het absolute’
Pol Sturtewagen spreekt met Jan Van Delden
Zelf had ik ook ernstige twijfels toen ik Wolter voor het eerst ontmoette. Een wildvreemde had mij aangesproken en mij verteld dat ik maar eens naar een ‘zekere Wolter Keers’ moest gaan. … Ik had er mijn twijfels over dat er iemand was die mij zou kunnen helpen, want ik had na jarenlange meditatie, seksuele onthouding, en een hoop bla-bla-kennis, het idee dat ik het al helemaal gezien had.
Met dat idee schreef ik mij in voor een weekend bij Wolter in de Hoorneboeg. Toen ik daar iets te vroeg aankwam, zaten er in de ruimte waar de lezing gehouden zou worden twee mensen. Eén - in mijn ogen - ‘kakmadame’ met een geruite rok en een oudere man. Ze zaten druk te praten en ik vond het heel storend dat die mensen daar rookten en koffie dronken en dat ze zo gekleed bij een jnani kwamen. Ik had onmiddellijk het idee dat ik mijn geld mogelijk verspild had. Toen een uur later de zaal vol zat en de lezing begon en ik rondgekeken had wie die Wolter dan wel zou zijn, kwam plotseling die oudere man van daarnet naar voren om zich te ontpoppen als Wolter. Ik was meteen kwaad en opstandig, want hoe kon een slecht geklede eikel die rookte en koffie dronk, nu ook een jnani zijn? Ik maakte aanstalten om te vertrekken, maar omdat ik al betaald had, wilde het ‘zuinige jantje’ in mij natuurlijk niet weggaan en besloot ik hem dan maar publiekelijk van zijn arrogante troon te gooien. …
Niets versluiert het Bewustzijn
Gesprek met Wolter Keers
In dit gesprek uit 1984 geeft Wolter Keers antwoord op diverse vragen. Hij heeft het onder meer over de relatie van gedachten, ik-gevoel en ‘Bewustzijn’, over de functie van het geheugen, over kunst en egoloosheid, over geweldloosheid…
Vraag: Is een gedachte dan alleen maar een bepaald standpunt?
WK: De geest is een standpunt, evenals het lichaam; een persoon is een standpunt. Zeg je: ‘Ik ben een denker’ dan is dat een standpunt van waaruit je de wereld beziet. Standpunten zijn frequenties, allemaal verschillende frequenties in dezelfde ether. Vanuit het standpunt ‘oor’ is er een wereld van geluiden, vanuit het standpunt ‘oog’ een zichtbare wereld, enzovoort. In Vrijheid ben je volmaakt thuis op elk standpunt.
Vraag: Wil je dat laatste nog eens zeggen?
WK: Vrijheid betekent je thuis voelen op elk niveau. Je hebt geen ruzie met je lichaam, niet met je gedachten en gevoelens. Een gedachte komt: prima. Een gedachte of een gevoel gaat: prima. Wel is het zo dat in Vrijheid gedachten opkomen die een beetje op dezelfde frequentie zitten als vrijheid, als harmonie. Geen gedachte is meer bedreigend, bijvoorbeeld. Anders gezegd betekent dit het totaal accepteren van alle verschijnselen, van de hele schepping. Zwarte en witte verschijnselen, ze zijn één Licht.

Over politiek
Wolter Keers
Eén van de elementaire punten die naar mijn weten geen enkele politieke filosofie meldt, is dat vrijheid niets te maken heeft met politiek, en dat de term ‘politieke vrijheid’ een uitdrukking is die met zichzelf in strijd is. Vrijheid is in de politiek een begrip. Vrijheid heeft in werkelijkheid niets met begrippen te maken; het is een geleefde ervaring die nooit door wat voor omstandigheden dan ook kan worden veroorzaakt.
Wat politici kunnen doen, is de staat zo in te richten dat het zoeken naar die vrijheid zo gemakkelijk mogelijk wordt gemaakt voor degenen die dat willen. Wat ze in feite doen, is onze stem kopen met het beloven van dingen die we in de meeste gevallen niet nodig hebben, en met het appeleren aan onze angst.
|
Wolter Keers
Mieke Berger
Wolter Keers en non-dualiteit zijn even onafscheidelijk als water en natheid. Het is niet eenvoudig onder woorden te brengen wie of wat Wolter Keers is en wat hij voor mij betekend heeft en nog altijd betekent. Allereerst is het de man die mij de ogen geopend heeft voor het feit dat naam en vorm in welke verschijning dan ook, altijd een uitdrukking is van het Vormloze dat vormt en waarneemt, maar zelf niet waargenomen kan worden. Daarom is het ook een beetje vreemd om woorden te besteden aan de ‘vorm’ Wolter Keers.
Als we niettemin de ‘verschijningsvorm’ Wolter beschouwen, zien we een weinig opvallende, bescheiden figuur, een man die voor zichzelf weinig eisen aan het leven stelt. Wel iemand, die opvallend mooi, bezielend en met een voortreffelijke woordkeuze kon spreken om ons te doen inzien dat we niet de vorm zijn maar de waarnemer ervan. Hij werd niet moe ons te vertellen dat wij, u en ik, allemaal alleen uitdrukkingen van een en hetzelfde Vormloze zijn in plaats van elk een te onderscheiden mevrouw of meneer met al zijn kenmerken en
eigenschappen…
Liefde
Uit een brief van Wolter Keers aan een kloosterzuster
Wat mij betreft is er in de Liefde geen ‘waarom?’ en bestaan er in wat de godsdienstige mens ‘God’ noemt geen vragen. Uit het standpunt gezien van die Liefde, bestaat de vraag: ‘Waarom Zuster die-en-die?’ niet.
Uit die Oneindige Liefde zijn golven ontstaan, die je tegelijk liefde of warmte of energie kunt noemen. Die zijn de grondstof van denken en voelen en lichaam: alle drie zijn vormen van energie die voortkomen uit Liefde. Ze zijn één en hetzelfde, in verschillende vormen, zo men wil: op verschillende golflengten of in verschillende intensiteit. Zomin als de zee zich afvraagt, waarom er golven zijn, zomin vraagt de Liefde zich af waarom wij er zijn, want voor deze Liefde is dit - mag ik het zo zeggen? - zo evident dat er geen niet-weten, geen niet-begrijpen over kan bestaan. Alle schepselen zijn één grote symfonie die voortkomt uit Liefde en zich daarin weer oplost. Zoals alle dingen, ook in het kleinere verband van ons leven op deze planeet, de aard hebben van datgene of diegenen waar ze uit voortgekomen zijn; zoals golven dezelfde natheid zijn als de zee; zoals de aard van mensenkinderen menselijk is en die van wat uit plantenzaad voortkomt plantaardig is; zo is de diepste aard van al het bestaande deze Liefde, omdat alles wat bestaat hieruit is voortgekomen.
De Guru
Wolter Keers
Willen we een onderzoek instellen naar ons diepste zelf, dat onveranderlijk en tijdloos tegenwoordig is in elke ervaring, dan dienen we, hoe dan ook, iets of iemand te vinden dat of die ons meeneemt voorbij de persoonlijkheid, naar een nieuw, althans voor de persoonlijkheid nieuw, onbekend en voor altijd onkenbaar 'standpunt'.
Een vraag die telkens en telkens weer naar voren komt, is die met betrekking tot de noodzaak een guru te hebben. Op dat punt bestaat veel verwarring. Gedeeltelijk, omdat we ons niet goed weten voor te stellen wat een guru eigenlijk is en wat hij eigenlijk met ons voorheeft. Gedeeltelijk is die verwarring ook gesticht door bekende mensen die zich bewegen op geestelijk, filosofisch en psychologisch gebied, en die verklaren dat guru's mensen zijn die je willen exploiteren, en dat je dus niet naar guru's toe moet gaan.
Laten we eerst met dit laatste standpunt afrekenen. Mensen die ons willen exploiteren, om welke grof-materiële of subtiel-psychologische redenen ook, zijn geen guru's. Een guru is bij definitie iemand die u niet wil, en zelfs niet kan willen exploiteren. En zelfs dat is teveel gezegd. Want de guru is niet 'iemand'. In laatste instantie ontdekt u dat hij uw diepste Ikzelf is, onbeperkt licht.
De liefde voor de leraar: verlichting of verduistering?
André van der Braak
De overgave aan en de liefde voor de leraar behoren tot de meest intense emoties die we op de spirituele reis kunnen ervaren. We kunnen tot in het diepste van ons hart geraakt worden door iemand in wie we de aanwezigheid van het Absolute zelf menen te voelen. Maar hoever moeten we daarin gaan? Kan ook spirituele liefde blind zijn?
Van jongs af aan ben ik een spiritueel zoeker geweest. In ‘De Kosmos’ ontmoette ik begin jaren tachtig Wolter Keers. Door Wolter leerde ik Advaita Vedanta kennen: de non-duale realisatie van ‘ik ben’ (zonder ‘ik’ en zonder ‘ben’, zoals Wolter er aan toe placht te voegen.) Ik kwam bij Wolter thuis in Bilthoven, sprak met hem over Nisargadatta, en beschouwde hem als een vriend en mentor. Zijn dood begin 1985 kwam als een schok voor me. Mijn gemis werd verzacht toen ik in 1987 Andrew Cohen ontmoette. …
Je hoeft het leven niet te begrijpen
Wim Burkunk in gesprek met Maria Sierhuis
Je hoeft het leven niet te begrijpen. Je hoeft het leven alleen maar te leven in het wéten dat achter alles, achter alle handelen, alle werken, alle idealen, maar ook achter elke twijfel, achter teleurstellingen en verdriet HET, of God of hoe je dat ook wilt benoemen, de niet te doorgronden oorsprong is. En daarin komen zowel de Isha als de Kena Upanishad tot dezelfde bevrijdende conclusie: de vraag naar het ‘hoe’ en naar het ‘waarom’ is zinloos voor wie wéét dat in de Absolute en Ultieme Werkelijkheid alles (dus ook jij) in dat Ene en het Ene in alles (dus ook in jou) bestaat.
Nu is het oké
Rama Polderman in gesprek met Jeanette Werkhoven
Dit voorjaar, op 18 april 2004, overleed Rama Polderman op 80-jarige leeftijd. Rama was arts, genezer, acupuncturist, docent en niet in de laatste plaats goochelaar. Al kort na de oorlog introduceerde Rama de yoga in Nederland en richtte hij de Stichting Yoga en Vedanta op. Lange tijd werkte hij in ziekenhuizen, in binnen- en buitenland en vanuit zijn eigen praktijk. Door zijn werk in het ‘Centrum voor Gezondheid en Bezinning’ in Baarn, dat hij leidde met zijn vrouw Kitty Polderman-Knappert, maar ook door de steun die hij gaf aan mensen als Wolter Keers en Alexander Smit, heeft hij veel betekend voor de ontwikkeling van de spiritualiteit in Nederland.
Rama Polderman was (samen met Wolter Keers) een van de weinige Nederlanders, die Ramana Maharshi ooit ontmoet hebben. In de zomer van 2003 zocht Jeanette Werkhoven hem thuis in Den Haag op, om met hem over die ontmoeting te praten. Ook zijn ontmoetingen met Nisargadatta en Krishnamurti en met Alexander Smit kwamen aan bod.
|