Inhoud

Jaargang 7 - Nr. 3 - september 2005
Thema: Verlichting


Woord vooraf 

Het thema van dit nummer is ‘Verlichting?’. Met een vraagteken en met enige schroom. 
Een vraagteken omdat het woord - en we bedoelen natuurlijk de (oosterse) ‘spirituele’ verlichting en niet de (westerse) ‘Aufklärung’ uit de 18e eeuw - nogal wat betekenissen gekregen heeft. Is het een occasionele piekervaring? Een eerste flits van herkenning van je wezenlijke natuur? Of is het ‘het volledig gereinigd zijn van alle verduisteringen’ (naar de Tibetaanse term van het woord)? Of nog: een hoogst verheven staat van zijn, oneindig ver weg, zeker niet weggelegd voor jou of voor mij? 
Schroom ook, omwille van de waarschuwing van velen dit woord niet te gebruiken. Het leidt toch maar tot misverstanden. “Alleen al het horen van het woord verlichting kan bij spirituele zoekers de diepste laag van hebzucht en overwinningsdrang doen opvlammen” schrijft Renard in zijn boek ‘Non-dualisme’. Het roept allerlei beloften op van een aangenamer en beter leven, waar alle problemen voorgoed opgelost zijn. Het is het succesrijke einde van onze inspanningen. De ultieme staat, waar angst en verdriet niet bestaan. Een permanente toestand van gelukzaligheid. Met andere woorden: het belast ons met nog wat bijkomende fantasieën en voorstellingen. We kunnen er maar beter over zwijgen. 
Niettemin: het woord is in en wordt meer en meer gebruikt. Hier en daar lees je zelfs uitspraken als ‘ik ben verlicht!’ En in biografieën over grote meesters lees je steevast hoe hij of zij plots tot verlichting (ontwaken, bevrijding...) kwam. Wat toch vragen oproept. Bestaat er toch zoiets als ‘verlichting’? Is het een diepe ervaring, een schokkende gebeurtenis, een permanente toestand? Kun je er naar toewerken? Is het sowieso te bereiken? Is het een eindpunt of veeleer een begin? Is het bij iemand te herkennen? 
We stelden deze en andere vragen aan enkele leraren, vertegenwoordigers van verschillende tradities, vooral de advaita (vedanta) en het zen (boeddhisme) waar deze term soms gebruikt wordt. 
Douwe Tiemersma (Advaita) schrijft: “Verlichting kan nooit een positief punt zijn want dan zou het een plaats hebben in de dualiteit. Een persoon kan nooit verlichting bereiken of realiseren, omdat verlichting juist het wegvallen van de persoon is. Toch is er een zijnservaring van, hoewel die uiteindelijk niet in positieve termen is te beschrijven.” En Nico Tydeman (Zen): “Je kunt er geen zinnig woord over zeggen, maar voor jezelf weet je: ja, het is waar.” En Tony Parsons: “Er komt een moment waarop er geen zoeker meer is, alleen nog maar Eenheid. En dat wordt niet gezien door de zoeker, maar gewoon door niemand. De werkelijkheid is: er is niemand.”
Er is niet een iemand. Je leest het ook in het interview met Byron Katie en in het verslag over een bijeenkomst met Ramesh Balsekar: ‘Ik besta niet’. Dit lijkt wel volkomen in tegenspraak met het ‘Ik-beginsel’ dat in het artikel van Philip Renard centraal gesteld wordt. Dit artikel - het derde in een reeks over ‘‘Ik’ is een deur’ - gaat over Krishna Menon, één van de drie grote 20ste-eeuwse advaita-leraren. Krishna Menon suggereert dat we in plaats van de afstandelijke woorden ‘het Zelf’ of ‘het Absolute’ beter het woord ‘Ik’ gebruiken om het Allerhoogste aan te duiden. “Het Zelf blijft toch een aanduiding voor iets in de derde persoon. In het praten over het Zelf kan de suggestie blijven dat dat toch iets anders is dan ik, gewoon ‘ik’, eerste persoon. Nee, ik ben nu al Dat. Ik ben Dat. Niet het Ik is Dat”. De tegenspaak met ‘er is niemand’ is slechts schijnbaar: zowel het ‘alles loslaten’ als het ‘alles omarmen’ verwijzen naar dezelfde non-dualiteit.

Buiten het thema ‘verlichting’ (maar ook weer niet) is er onder meer het verhaal over de ‘retreat’ bij Ramesh Balsekar in Kovalam (India) die nogal wat stof deed opwaaien. Marjan Donkers was ter plaatse en schreef er een verslag over. Mieke Berger formuleert hierbij enkele bedenkingen. Nauw aansluitend bij dit voorval is de vraag in hoeverre de hedendaagse Advaita (im)moreel handelen in de hand werkt. Een gesprek hierover met de filosofe en India-kenner Helena Klitsie. Helena zal ook af en toe een column voor InZicht schrijven. Deze keer richt zij zich tot... onze nieuwe paus!
Ik wens u veel plezier én herkenning bij het lezen. 
Raf Pype


Terugkeren naar de markt
Nico Tydeman
Gesprek met Frans Hasselaar

Ik wil het met je hebben over Verlichting. Hoe interpreteert de boeddhistische traditie dit begrip? Staat Verlichting daar gelijk aan satori? 
Verlichting, satori, realisatie, inzicht, wijsheid, zijn allemaal begrippen voor hetzelfde. Het is heel lastig erover te praten. Iedereen stelt zich er weet-ik-wat bij voor, terwijl het eigenlijk heel gewoon is. Ik ga ervan uit dat het bij serieuze beoefening altijd plaatsvindt. Verlichting is een belangrijk moment. Je begint met vertrouwen in de leraar, heel intuïtief, en gaat van daaruit met hem in zee, en dan is satori toch zo’n moment waarop je denkt: ja, terecht. Je kunt er geen zinnig woord over zeggen, maar voor jezelf weet je: ja, het is waar. Het inzicht kan invallen met grote kracht, maar het kan ook simpelweg zijn: ja, ik zie het. En alles daartussenin. Maar er verandert eigenlijk niet zoveel. Het leven gaat gewoon door. Het gebeurt wel eens dat er iemand bij een lezing vraagt: “Meneer, bent u verlicht?” Dat is een beetje een gênante vraag. Je kunt dan eigenlijk vier antwoorden geven. Je kunt zeggen: ja. Zelfs: ja, so what? Want wat zeg je met de bewering: ik ben verlicht? Niet zo veel. Je kunt zeggen: nee. Dat is ook waar. Want Verlichting is niet van mij. Is niet mijn bezit. Je kunt zeggen: dat weet ik niet. Niemand weet immers wat Verlichting is. En je kunt zeggen: goh, nu je het me vraagt…misschien, ja misschien ben ik wel verlicht. En alle vier zijn waar.


Wat is verlichting?
Douwe Tiemersma

Wat is verlichting?
Is er iets over verlichting te zeggen? Alleen in negatieve zin. Verlichting is de zijnservaring en de werkelijkheid van het wegvallen van alle scheidingen. Scheidingen verdwijnen bij wat verlichting wordt genoemd en daarmee de conflicten en eindeloze kringlopen. Het gaat dan vooral om het verdwijnen van de scheiding tussen ‘mijzelf’ en alles wat niet als eigen werd ervaren: het andere, de anderen, de wereld, de kosmos. Deze duale structuur wordt fundamenteel geacht voor het menselijk bestaan (zie de grammatica van de zinnen zoals ‘ik zie dat’), maar lost nu op. Bij dit samensmelten wordt alles wat eerst tot mijzelf werd gerekend een deel van het grote geheel, terwijl alles in dat geheel het aspect van zelf-zijn krijgt. Zelf-zijn en anders-zijn zijn dan niet verschillend meer. Er is geen begrenzing meer in vorm, kwaliteit en locatie voor het zelf-zijn.


De droom wordt gevierd... door niemand
Han van den Boogaard in gesprek met Tony Parsons

Het non-dualistische perspectief wordt inmiddels door talloze leraren in Oost en West verwoord. In feite is er geen sprake van een perspectief, want het gaat niet over een mening, geloof, oordeel of ervaring. De leraar kan slechts aangeven wat hij is, en daarmee wat elk mens is. Tony Parsons’ verwoording is wellicht de meest radicale en consequente van allemaal. Hoe vriendelijk, gewoon en benaderbaar hij ook als persoon is, als leraar laat hij het individu geen enkele hoop. Wie naar zijn boodschap luistert komt met lege handen te staan. Hij gaat tegen de grote stroom in, maar desondanks beginnen steeds meer mensen zijn meetings bij te wonen. En het laat hen zelden onberoerd.
“Tijdens de meetings krijg ik steeds de vraag: ‘Dus wat u zegt, is dat ik niets kan doen en dat ik geen verantwoordelijkheid draag?’ En dan zeg ik steeds weer: ‘Nee, ik zeg niet dat je niets kunt doen, want dat zou betekenen dat er iemand is die niets kan doen.’ De werkelijkheid is: er is niemand. Dat is iets totaal anders.”


Verlichting is natuurlijk en in zichzelf eenvoudig
Taetske Kleijn

Ieder mens wordt gedreven door verlangen. Dat is heel gewoon en goed om te beseffen. Bij veel mensen ziet het er uit als een verlangen naar macht, misschien een verlangen naar geld of succes, een verlangen naar liefde, of naar geborgenheid - of wat het ook is dat ons motiveert om te doen wat we doen. Achter wat ons motiveert zit dit verlangen. En hoe verschillend het er aan de oppervlakte ook uitziet, het is in wezen het verlangen te willen weten wie je bent. Het verlangen om thuis te komen. Het verlangen één te zijn met het universum. 


‘Ik’ is een deur - deel 3: Atmananda (Krishna Menon)
Over de ingang die in de 20ste-eeuwse Advaita geboden wordt.
Philip Renard

In de twee voorgaande delen van ‘‘Ik’ is een deur’ werd aandacht besteed aan het bijzondere fenomeen dat het woord ‘ik’ zowel kan duiden op een begrensde en gebonden entiteit, alsook op Datgene wat grenzeloos Licht is, louter Vrijheid. Shri Ramana Maharshi en Shri Nisargadatta Maharaj werden in de vorige artikelen over dit fenomeen aan het woord gelaten. Het is nu de beurt aan de derde van de ‘Grote Drie’, het drietal waarlijk grote Advaita-leraren van de twintigste eeuw: Shri Atmananda, oftewel Shri Krishna Menon.

Voor het volledig artikel met voetnoten, en bronverwijzingen: klik hier


Een ‘retreat’ met Ramesh Balsekar
Marjan Donkers (verslag) Mieke Berger (commentaar)

De jaarlijkse bijeenkomst in Kovalam met de bekende Advaita-leraar Ramesh Balsekar kreeg eind vorig jaar een onverwachte wending. Het bracht de gemoederen in heftige beroering en gaf aanleiding tot roddels die diepe sporen nalaten. De uitgeverij InnerQuest besloot zelfs om de verdeling van alle boeken en video’s van Ramesh Balsekar stop te zetten. Marjan Donkers die op de bewuste bijeenkomst aanwezig was, geeft een verslag en Mieke Berger die goed vertrouwd is met Balsekar en zijn onderricht, schreef een commentaar. 


Is Advaita immoreel?
Helena Klitsie
Gesprek met Justus Kramer Schippers

Het boek 'Moeder India' van Helena Klitsie is door de anekdotische schrijfstijl een feest van herkenning voor ‘India-gangers’. Tegelijkertijd is het een op onderhoudende en ontspannen wijze verwoorde lofzang op de hindoefilosofie. Ook wordt indringend Helena’s zoektocht naar filosofische 'waarheid' beschreven, met Advaita Vedanta als voorlopige eindbestemming. Veel plaats is ingeruimd voor beschouwingen over de leer van Ramesh S. Balsekar en de lichte verwarring die ontstaat, zodra je die leer in al zijn consequenties begint te overzien. Reden genoeg om een gesprek met de auteur aan te gaan. 


Lichter dan licht
Dick Sinnige ontmoet Byron Katie.

Byron Katie heeft een eenvoudige methode ontwikkeld: ‘The Work’, waarmee je radicaal je gedachten onderzoekt, zodanig dat je met de Openheid zelf overblijft. De verhalen van het denken komen meestal niet overeen met de actuele werkelijkheid. Als je de ratio kunt doorzien, dan heb je weer oog voor het stille intuïtieve weten, dat zich laat ervaren als verfijnde gelukzaligheid.

‘The Work’ ontstond spontaan in een opvangtehuis, op een ochtend in februari 1986. Na jaren van diepe ellende stelde Katie zichzelf vier vragen, over de overtuigingen die haar gevangen hielden: Is het waar? Kan ik absoluut zeker weten dat het waar is? Hoe reageer ik wanneer ik deze gedachte heb? Wie zou ik zijn zonder deze gedachte? Daarop volgde de omkering, waarbij het idee: ‘De ander doet me dit aan.’, veranderde in: ‘Ik doe het mezelf aan.’


Rubrieken:
- Boeken: bespreking van boeken van Philip Renard (Non-dualisme, De directe bevrijdingsweg), Douwe Tiemersma (De elf grote Upanishaden), Joan Tollifson (Ontwaken in het alledaagse), Hans Laurentius (Zelfherinnering), Wei Wu Wei (Onwerelds Wijs)
- Column: Lieve Paus. Helena Klitsie
- Wordt vervolgd: De weg naar Monnikendam 3 (Karel Wellinghoff)
- Cartoon: Eindelijk ben ik dan toch verlicht (Marcel Messing, Marianne v.d. Dungen)
- Mededelingen – Agenda

Zolang voorradig kunnen vorige nummers nabesteld worden.

Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met: 
Meinhard van de Reep 
Uitgeverij Inzicht 
0252 522001 / fax 023-5274404

E-mail:
info@inzicht.org

Opgave voor een abonnement kan ook via deze website, 
klik hiervoor op de button "Abonnement"