Inhoud

Jaargang 8 - Nr. 2 - mei 2006
Thema:
Spiritualiteit en de wereld


Woord vooraf 

Wat ga je doen zodra je ‘het’ gezien hebt? Zet je je nog wel in voor de wereld? Onderneem je nog wel eens iets? Allemaal vragen die te maken hebben met het thema van deze InZicht.
Veel vragen van satsangbezoekers gaan over ‘doenerschap’. Hoe zit het nu eigenlijk? Kan ik nu juist wél iets doen, of valt er helemaal niets te doen? Met andere woorden: moet ik me gek mediteren, elke week drie boeken lezen en een satsang bezoeken of kan ik op de bank gaan zitten? Hoe zit het met dingen als verantwoordelijkheid? Ben je daar nog mee bezig of laat je gewoon ‘alles maar gebeuren zoals het gebeurt’?
Het lijkt of er op dit soort vragen maar twee antwoorden mogelijk zijn. Het eerste antwoord zou zijn: "Ja, je kunt wel degelijk iets doen." En het tweede: "Nee, er valt niets te doen." Bij satsangbezoekers leidt dat meestal tot de conclusie dat er ofwel een ik is dat iets kan doen ofwel een machteloos ik. En beide conclusies zijn onjuist. Het gaat er niet om te onderzoeken of er een ik is dat wel of niet iets kan doen. Het gaat erom dat hele ik te onderzoeken.
Vanuit onze opvoeding lijkt het bijna onmogelijk om niet overal een ik, dat acties onderneemt, in te projecteren. Als het ‘goede’ acties zijn, eisen we daar graag de eer voor op en als het ‘slechte’ acties zijn, schuiven we de verantwoordelijkheid liever door naar andere personen.
De andere kant is dat we de houding aannemen van ‘laat het allemaal maar gebeuren’. Dat betekent dat we een persoonlijkheid adopteren die niets kan doen, alleen maar toekijken. ‘Alles is toch maar Bewustzijn.’ Een gevaarlijke conclusie, want dan ben je op sociaal niveau ineens niet meer aanspreekbaar. Wat men ook tegen je zegt, alles wordt op de grote hoop van het Ene gegooid en elke verantwoordelijkheid ontbreekt. Acties ondernemen doe je niet meer, want alles ‘is toch wel zoals het is’.
Wordt het niet eens tijd om de hele persoonlijkheid zélf aan een onderzoek te onderwerpen? Dus, in plaats van te kijken of je wel of niet iets kunt doen, eerst eens doorgronden wie die ‘je’ is? Stel nu dat er helemaal geen persoonlijkheid voor nodig is om dingen te laten gebeuren? Stel dat een persoonlijkheid alleen maar een serie herinneringen is die af en toe als ondertiteling langs komt terwijl het leven zich op het filmdoek afspeelt?
Wanneer je de persoonlijkheid gaat onderzoeken, kom je tot verrassende ontdekkingen. Je ontdekt bijvoorbeeld dat de leukste momenten in je leven vaak momenten zijn waarbij de persoonlijkheid volledig was opgelost. Hoe kan dat? Blijkbaar ben je meer dan de persoonlijkheid. En hoe zit het dan met verantwoordelijkheid? Als die persoonlijkheid er niet is, wie is er dan verantwoordelijk? Als ik niet de persoonlijkheid ben, maar datgene waarin alle verschijnselen waargenomen worden, ben ik dan niet totaal verantwoordelijk voor alles wat er maar gebeurt? En zou het dan niet heel goed kunnen dat er gereageerd wordt op ‘misstanden’ in de wereld? Niet vanuit de illusie dat ik een persoon ben die iets moet doen, maar gewoon vanuit een natuurlijke respons om evenwichten te herstellen?
Als we honger hebben, eten we. Je zou ook kunnen zeggen: ‘Als er honger is, wordt er gegeten.’ Geen doener dus. En analoog: als het nodig is dat er actie wordt ondernomen omdat er een of ander probleem in de wereld is, dan komt er actie. Dat zou je verantwoordelijkheid kunnen noemen. Niet van een persoon, maar als mogelijkheid dat er een antwoord komt.
Alexander Smit vertaalde het Engelse ‘responsibility’ altijd als ‘the ability to respond’.
In dit voorwoord worden er heel wat vragen gesteld. De artikelen in deze aflevering van InZicht behandelen allemaal vanuit verschillende invalshoeken een aantal van deze vragen.

Jan Koehoorn


Handelen of zijn?

Douglas Harding

Het leven heeft een verontrustende manier om ons voor dilemma’s te plaatsen, voor schijnbaar onoplosbare problemen over wat we al of niet moeten doen. Niet dat het problemen zijn waar geen antwoord op is, het zijn eerder situaties met twee totaal tegenstrijdige antwoorden. Wij weten niet waar wij staan. De resultaten van wat we doen zijn niet duidelijk. Juist en verkeerd hebben de neiging om van plaats te wisselen. Je zou kunnen zeggen dat het leven ons steeds weer in het nauw drijft in een spel dat we niet kunnen winnen, in een voortdurende keuze tussen twee kwalen.

Eén van de lastigste dilemma’s is: moeten we het spel van het leven gadeslaan of meespelen, moeten we verantwoordelijkheid afwijzen of opnemen, moeten we ingrijpen of ons afzijdig houden? De grote leraren van de wereld maken het er ons niet gemakkelijker op. Het lijkt of ze alleen nog meer verwarring brengen. Neem bijvoorbeeld Jezus. In zijn bergrede vertelt hij ons om te ontspannen, om de zorg voor morgen te laten aan morgen, om alles over te laten aan de verborgen Kracht die de lelies doet groeien en voor hun schoonheid instaat. Maar anderzijds, in de parabel van de talenten, looft hij de bezige, plichtsgetrouwe en verantwoordelijke burger en zendt hij de nutteloze leegloper vrolijk naar de hel.

Wel, wat zullen we doen? Onze last dragen of dumpen? Anderen helpen om hun last te dragen of alle verantwoordelijkheid afwijzen?


Inzet en mededogen

Gesprek met Ton Lathouwers (tweede deel)

Waarom legt zen dan zo de nadruk op het mediteren? In advaita zal eerder gezegd worden dat we met oefenen onmogelijk kunnen bereiken wat we toch al zijn. Zen daarentegen wordt ‘beoefend’. En het zitten (in meditatie) wordt dan veelal gezien als het middel om vooruitgang te maken. Of heb ik het mis?

Zo wordt het inderdaad vaak gezien. Maar het klopt niet. Ook in zen leeft het besef dat je niet kunt oefenen om - laat ik maar zeggen - innerlijk wakker te worden. Van de zenmeditatie wordt juist gezegd dat het mushotoku is: ‘geen doel’, en dat ‘zelfs het laatste restje bedoeling zal worden weggewaaid door de Grote Leegte. (...)

Het zenboeddhisme kent echter inderdaad de discipline van zitten in stilte en aandacht. Maar dat is iets totaal anders dan een ‘middel tot’. Die discipline houdt een doorgaan en volharden in waaruit elke bewuste en concrete doelgerichtheid is uitgebannen. Het is inspanning en volharding in grenze-loos vertrouwen, maar met een volstrekt open einde. Hisamatsu balt dit alles samen in wat hij zijn fundamentele koan noemt: ‘Precies hier en nu, als volstrekt niets werkt, wat je ook doet: wat ga je dan doen? Als al onze manieren van zijn en al ons handelen falen, wat gaan we dan doen?’ ‘Al onze manieren van zijn en al ons handelen’ , zegt hij daarbij, heeft betrekking op heel ons feitelijke bestaan. Die toestand waarin niets werkt is een absolute staat, een laatste grens. Wanneer alles faalt, doen zowel als niets-doen, - want kijk uit dat je hier geen nieuwe dualiteit schept door doen te plaatsen tegenover niets-doen - wat gaan we dan doen? Wanneer het ons niet lukt iets te doen oog in oog met dit totale falen, zullen we nooit werkelijk losbreken uit al onze manieren van zijn, uit ons bestaan als ‘iets’. (...)


Helpen zonder doen

Douwe Tiemersma

Mensen die begaan zijn met het leed van de wereld vragen: ‘Moet je je niet inzetten voor de wereld?’ In een iets andere vorm komt de vraag: ‘Wat blijft er over van de inzet voor de wereld bij de realisatie van non-dualiteit?’ Het antwoord hierop is: ‘Niets, en dat is het beste voor de wereld.’ Welke goede dingen je zou willen bereiken door in de wereld te werken, bij een werkelijke doorbraak van non-dualiteit blijkt het goede zich het meest te kunnen manifesteren. Laten we daar preciezer naar kijken.

(...)


De wereld is in jou

Mieke Berger

Aan de basis van menige zoektocht naar bevrijding en vrijzijn staat het subjectief ervaren lijden aan de wereld. (...). Lijden ontstaat als we de wereld zoals die zich aan ons voordoet niet kunnen aanvaarden. Of als die wereld ons een onbevredigd gevoel geeft, waardoor we verlangen te weten wat nu toch doel en bedoeling van ons leven is. Voor we op dat punt aangekomen zijn, heeft zich vaak al veel in ons leven voorgedaan. Bij sommigen zijn die ervaringen zodanig bitter dat we ons hevig verzetten tegen de wereld zoals die zich aan ons voordoet en de tekortkomingen die erin worden aangetroffen. Als we de omstandigheden niet kunnen veranderen kunnen frustratie en bitterheid, soms zelfs totale afwijzing van de wereld, het gevolg zijn.

Het zou te kort door de bocht zijn om ons nu al eraan te herinneren dat de wereld aan ons ‘verschijnt’ en als zodanig illusoir is. Het is een verschijning en als verschijning net zo levensecht als de nachtmerrie waaraan we kunnen lijden. Maar illusoir of niet, het lijden en het verzet is er niet minder om. En dus is er de drang om aan het lijden, illusoir of niet, een eind te maken.

In dat streven ontkomen we er niet aan nauwkeurig de aard van de wereld onder de loep te nemen. Goed kijken naar de wereld is een eerste stap richting bevrijding.

In de wereld, maar niet van de wereld

Marcel Messing

Handelen zonder te handelen

Bestaat er een vorm van handelen, waarbij wij zelf niet de doeners zijn? Een meebewegen in het grote bewegen vanuit tijdloze rust én beweging. Een handelen zonder aanwezigheid van het ik? In het taoïsme wordt gesproken van wu-wei, een wijze van handelen die afgestemd is op tao, het leven zelf, de golfstroom van het geheel. Er wordt niet tussenbeide gekomen door ‘iemand’, er wordt geen keuze gemaakt door een splitsend ik, geen oordeel uitgesproken, er is geen pro en contra in de geest. Er wordt gehandeld zonder dat er een iemand is die handelt. Wu-wei is egoloos handelen, het is het leven zelf in actie, waarbij de mens het voertuig is van de voltrekking ervan. Dit handelen gaat voorbij aan de dialectiek van handelen en niet-handelen. Ik-gericht handelen is steeds gericht op de vruchten van de handeling, de resultaten. Het ik is de kleefstof die handelen en de vruchten ervan met elkaar verbindt, waardoor de resultaten van het handelen, positief of negatief, heilzaam of onheilzaam aan het ik blijven kleven.... Een dergelijk soort handelen gaat altijd voorbij aan tao, is niet dienstbaar aan het leven, fungeert als de ‘grote splitser’, verbreekt de oerpolariteit van het leven in de eigen geest en daarbuiten, is niet meer de ‘grote verbinder’ van yin en yang, vrouwelijk en mannelijk, duister en licht, negatief en positief, ti en t’ien (hemel en aarde).


Spiritualiteit en de wereld

Ted Wilson

De oude concepten van een cyclische, onveranderlijke wereld en de concepten die in de loop der eeuwen gehanteerd werden bij spiritueel onderzoek, zijn inmiddels achterhaald. De wetenschappers van de 20ste eeuw tonen ons een bewust, levend, creatief universum. Een universum waarvan wij zelf deel uitmaken. Wij ZIJN dat universum. Elk idee dat wij over onszelf hadden, levend in de wereld, is daarmee achterhaald. Elk idee dat wij ons hadden gevormd over de positie die wij in het dagelijkse leven innemen, ook vanuit het spirituele, verlichte perspectief, is niet langer bruikbaar. (...)


Osho, meester van de paradox

Han van den Boogaard

Van juli 1974 tot 10 april 1981 gaf Osho, toen nog Bhagwan Shree Rajneesh, elke morgen in de Boeddhahal in Poona zijn visie op alle mogelijke aspecten van spiritualiteit. Hij gaf voornamelijk commentaar op bekende en minder bekende mystici binnen talrijke tradities: tao, zen, christendom, hindoeïsme, boeddhisme, soefisme en tantra. Daarnaast gaf hij antwoord op vragen van volgelingen.

In een van de eerste reeksen vragen en antwoorden sprak hij uitgebreid over de Meester-leerling relatie, zijn werkwijze en het doel dat hij middels de bijeenkomsten in de Boeddhahal beoogde. De teksten verschenen in boekvorm. Het zette er talloze zoekenden toe aan naar Poona af te reizen. Eind vorig jaar verschenen ze in een nieuwe Nederlandse uitgave: ‘Mijn Weg, de Weg van de Witte Wolken’. Hoeveel zeggingskracht hebben de teksten op dit moment nog? Wat voor een Meester wordt er zichtbaar?


Verlichting, ervóór, tijdens en daarna (deel 2)

Rani Willems

In het vorige deel vertelde Rani hoe zij tot een “Verlichte Staat” kwam en een aantal jaren lang satsang gaf in Nederland, India en elders in Europa. Ook hoe ze langzamerhand merkte dat, ondanks het feit dat ze de leegte en de stilte ervoer, het ego nog steeds aanwezig was en eigenlijk sterker werd. Wanneer ze hierover in haar satsangs begint te spreken en werk aanreikt om helderheid te brengen in het verstoppertje spelen van het ego, merkt ze dat veel mensen daar niets van willen weten. Ze willen ‘shortcuts’ en Rani heeft er steeds minder. En haar lichaam bezwijkt onder de druk van het vele reizen en werken. (...)


Zen als je dagelijks leven

Een interview met Maurice Knegtel door Frans Hasselaar

In je boeken zoek je een specifiek westerse benadering van het boeddhisme. Schiet in jouw ogen de oosterse benadering tekort?

Nee, ik heb zelf veel gehad aan de oosterse benadering. Mijn bezwaar is dat in Nederlandse zencentra de beoefening nog steeds in het verlengde van de Japanse zentraditie ligt. Dat wil zeggen, een monastieke traditie die draaide om een groep professionals die het pad volgde, en die tien jaar de tijd kon nemen om zich door 750 koans te worstelen. Je hoort er niet hoe zwaar het is als je werk hebt, een vrouw of een man en kinderen. Ik train op volksuniversiteiten, met groepen die niet voor de traditionele zen komen. Dus spreek ik ze niet aan in de Chinese terminologie van het landbouwtijdperk van de achtste eeuw na Christus. Voor de mens van nu gaat dat nergens over: brandhout sjouwen en ceremonieel thee drinken, dat doen wij niet. Wij zijn van internet aan het downloaden. Dat is voor ons zen. Mijn studenten mediteren in eerste instantie op stoelen. Omdat ze dan in relatief korte tijd kunnen proeven wat meditatie is. Zo is het ook een kleine stap naar even vijf minuten mediteren achter de computer of in de trein. En die stap is belangrijk. Meditatie is voor werkende mensen vaak een soort kerkgang; één keer per week, twee uur op een avond. En dan is het heel moeilijk om te gaan zien dat zen het dagelijkse leven ís. Je moet je passie en je voornemen concretiseren in een plaats in je agenda en een plekje in je huis. Anders verwateren ze. (...)

Rubrieken:
- Boeken: bespreki

- Wordt vervolgd: De weg naar Monnikendam 6 (Karel Wellinghoff)

- Mededelingen – Agenda

Zolang voorradig kunnen vorige nummers nabesteld worden.

Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met: 
Meinhard van de Reep 
Uitgeverij Inzicht 
0252 522001 / fax 023-5274404

E-mail:
info@inzicht.org

Opgave voor een abonnement kan ook via deze website, 
klik hiervoor op de button "Abonnement"