Inhoud

Jaargang 8 - Nr. 3 - september 2006
Thema: De illusie van tijd
|
Woord
vooraf Maar wat is ‘nu’? Op het eerste zicht een nogal belachelijke vraag. Immers: nu is nu en niet gisteren of morgen. Het is het punt tussen verleden en toekomst. Ongrijpbaar. Op het moment dat ik het probeer te vangen is het al verleden tijd. En hoe kort we het ook nemen, het kan altijd nog korter. Elke duur kan weer in twee worden verdeeld tot een nog kortere duur. Hoe kan ik dan ooit nu zijn? Maar anderzijds, hoe kan ik ooit buiten het nu zijn? Want dan zou ik moeten leven in het verleden of de toekomst. Echter: het verleden heeft opgehouden te bestaan en de toekomst bestaat nog niet. Of anders gezegd: verleden en toekomst bestaan alleen maar in mijn gedachten die 'nu' zijn. Alles is nu. Hoe kan ik dan ooit niet nu zijn? Het is duidelijk: zolang we het 'nu' plaatsen als een moment in de tijd, raken we er niet uit. Zou het ‘nu’ dan misschien tijdloos zijn? Niet in de tijd, maar buiten de tijd? En is ‘leven in het nu’ dan niet hetzelfde als 'bevrijd zijn van tijd'? Het lijkt misschien een filosofisch spelletje, maar het fenomeen tijd is wel degelijk een belangrijk verhaal in het radicale zelfonderzoek. De schrijver Wei Wu Wei - je leest meer over hem in dit nummer - zegt zelfs herhaaldelijk dat er geen zelfrealsiatie mogelijk is, zolang men niet begrepen heeft wat tijd is. Eigenlijk is de kernvraag: ben ik gebonden door de tijd? Heb ik behoefte aan het verleden om mijn identiteit te bevestigen? Heb ik nood aan de toekomst om tot vervulling te komen? Ben ik diegene die - zoals ik altijd geloofd heb - geboren werd op een bepaald punt ergens op de tijdlijn en weer zal verdwijnen op een ander punt? Is tijd ‘iets’ dat onafhankelijk van mezelf bestaat? Of is tijd iets dat af en toe in mij verschijnt in de vorm van een klok of een kalender of een gedachte? De auteurs van dit nummer behandelen deze vragen vanuit verschillende invalshoeken en op verschillende niveaus. Hun antwoorden lijken soms tegengesteld. Hun woorden hebben niet altijd dezelfde betekenis. Woorden als ‘tijd’, ‘nu’, ‘bewustzijn’, ‘geest’, ‘ik’, ‘ego’ soms geschreven met, soms zonder hoofdletter, kunnen bij verschillende auteurs radicaal in betekenis verschillen. Dit hoeft niet te verbazen. Waar teksten uit verschillende tradities en culturen samenkomen is dit moeilijk te vermijden. Het gebeurt ook in eenzelfde traditie en soms zelfs bij eenzelfde leraar. Lees hierover het artikel van Philip Renard over de betekenis van ‘ik ben’ bij Nisargadatta. En bovenal: woorden kunnen hoe dan ook niet uitdrukken waar het uiteindelijk om gaat. In het beste geval zijn het goede richtingaanwijzers. Harada Roshi schrijft hierover: “Er zijn talloze soetra's, vele geschriften over de leer, veel woorden over het boeddhisme - maar geen enkel woord is in staat de leer zelf uit te drukken. De waarheid ligt aan gene zijde van de taal. De uitleg en het feit zijn twee totaal verschillende dingen. Daarom is het altijd zo: hoewel er heel veel over de leer wordt gesproken, wordt gelijktijdig steeds gezegd: "Wat je hoort, moet je vergeten!" De woorden zijn overbodig, ze zijn de waarheid niet... Zolang er nog maar één enkel woord van mij of anderen in je geest beklijft, als een doel waar je naar streeft, dan betekent het dat je nog altijd onderweg bent, en het doel nog niet bereikt hebt. Doe je best om mijn woorden over de leer, zonder uitzondering spoorloos te laten verdwijnen!”* Ondertussen: veel leesplezier! Raf Pype |
|
|
Er is geen Nu ! Robert Hartzema Door krampachtig te proberen in het Nu te leven, ontstaat alleen maar een nieuwe strijd. Niet alleen is dat dan het volgende waar je aan moet voldoen, maar het is ook een onmogelijke eis. Je kunt niet in het Nu leven, want er is helemaal geen Nu! Het verleden stuwt je voort. Angsten, boosheid, onafgemaakte situaties, verplichtingen en verwachtingen scheppen een voortdurende opgefoktheid alsof je loopt te rennen op een te snel ingestelde loopband. Als je wilt stilstaan ga je onderuit. Het leven sleurt je voort, en voordat je goed en wel om je heen hebt gekeken, is de tijd om. Omdat je niet hebt geleerd om gewoon te Zijn, ben je je angsten en verlangens gaan projecteren op een denkbeeldige toekomst. Je ervaart nauwelijks een fractie van wat zich nu voordoet, maar bent voortdurend bezig om dat wat gebeurt te vergelijken met hoe het was en hoe het zou kunnen zijn. (...)
Het tijdloze bestaan van Wei Wu Wei Han van den Boogaard Het valt zonder veel moeite vast te stellen dat de tijd zoals we die kennen geen objectief verschijnsel is. Tijd op zichzelf valt niet te zien, te horen of anderszins direct waar te nemen. Tijd is alleen waar te nemen als verandering en alleen als zodanig wordt ze voortdurend ervaren. Als kind had ik weinig of geen besef van tijd. De klok had geen enkele betekenis voor me. Ik leefde in een tijdsvacuüm, tot de woorden van mijn ouders vat op me begonnen te krijgen: “Wanneer kom je nu eens op tijd?”, “Je hebt nog even de tijd.”, “Wat gaat de tijd toch snel!”. Hun en mijn bestaan leek verdeeld te zijn in verleden en toekomst en ontelbare ‘momenten’. De aard van de tijd leek besloten te liggen in het tikken van de klok en het opkomen en ondergaan van de zon. En om het allemaal nog ingewikkelder te maken, bleek de tijd nog rekbaar te zijn ook, op een manier die net zo ondoorgrondelijk voor me was als de klok dat ooit was geweest. Later, tijdens mijn studie, leerde ik dat onze tijdservaring afhangt van de hoeveelheid gebeurtenissen of veranderingen die we binnen een bepaald tijdsbestek kunnen opmerken. Maar de tijd zelf werd beschouwd als een onaantastbaar verschijnsel dat onafhankelijk van ons een eigen leven leidt dat tot op de miljoenste seconde te volgen en te meten is, als een eindeloze reeks zandkorrels op een onafzienbaar strand. (...)
Over Tijd Gesprekken met Prajnaparamita Ik ben nu al drie keer op satsang geweest en ik ben nog steeds niet gerealiseerd. Ja, waarom duurt dat zo lang? Je kunt NU zien dat het hele leven gemaakt is van voorbijdrijvende plaatjes. Je kunt NU zien dat alles komt en gaat en komt en gaat. Niets is statisch. Alles is in voortdurende beweging, in verandering. Er-zijn en vervolgens niet-zijn. Ont-dek wat het ongeboren principe is in elke manifestatie. Wat is het dat niet verandert in alle verandering? Wat is het dat verstopt lijkt achter alle ervaringen? En wat tegelijkertijd zo pregnant aanwezig is. Wees stil en luister naar de openbaring van het mysterie. Laat je diep vallen in stilte. Laat het denken niet langer rusten op wat voor beeld dan ook dat voorbijkomt. Laat de beelden enkel voorbijdrijven. En je zult zien. Wat je zult zien, is dat je gewaar bent. Zie het nù. Wanneer wil je het dàn gaan zien? (...)
Kashmir-tantrisme als non-duaal onderricht Een interview met Daniel Odier door Douwe Nutterts Daniel, hoe zie je de relatie tussen advaita vedanta en de Kashmir-tantra zoals jij die beoefent en onderricht? Ik denk dat het voor het grootste deel over hetzelfde non-duale onderricht gaat. Er zijn echter twee belangrijke verschillen. In de advaita wordt Brahman beschouwd als niet-bewegend of stil, terwijl in de Kashmir-tantra het Absolute juist in beweging is. Dat is een belangrijk verschil in klemtoon. Daarnaast is er een verschil van meer praktische aard. De meeste advaita-leraren bevelen geen praktische oefeningen aan. De enige oefening is het besef of bewustzijn dat je het Absolute bent. In de Kashmir-tantra daarentegen hebben we een aantal oefeningen die hetzelfde doel nastreven, namelijk de realisatie dat je het Absolute bent. De basis is dus dezelfde, maar de manier om in contact te komen met deze basis is verschillend. (...) De nieuwe Verlichting Andrew Cohen Andrew Cohen presenteert in zijn uiteenzetting zijn theorie van evolutionaire verlichting en verkent de unieke toepasbaarheid ervan in het leven van de 21ste eeuw. Jarenlang baande Cohen zich onderzoekend een weg naar de diepte en de complexiteit van de menselijke conditie. Daarom kan hij onze dagdagelijkse ervaringen in een breed kosmisch geheel situeren en de simpele vraag stellen: zijn wij bereid om op dit ogenblik te veranderen. (...)
|
Het Nu Wolter Keers We springen met de tijd om, alsof die iets echt is dat een onafhankelijke realiteit heeft - een realiteit die zelfs sterker is dan de onze, want wij worden immers als mens door de tijd beperkt. We zijn geboren op het ogenblik A en we zullen doodgaan op het nog onbekende ogenblik Z, en dat ogenblik breekt voor iedereen aan. Voor de ene mens duurt de periode van A tot Z misschien maar vijf of tien jaar en voor de ander honderd, maar komen doet Z, en er is niets dat dit kan verhinderen. De tijd is daarom een dictator, die ons zijn wil oplegt, strenger dan welke politieke dictator dat ook zou kunnen doen. Waarom is dit zo? Omdat we, in deze optiek, onszelf aanzien voor -, en beleven als een tijdelijk verschijnsel. Met andere woorden: wat we op onszelf projecteren, zien we ook in ‘de wereld’; ben ik een tijdelijk verschijnsel, dan projecteer ik wat ik als realiteit ervaar op de wereld, en ik zeg dat dié deze eigenschap heeft als onwrikbaar gegeven. (...) “Wie ben ik? Een verkenning in het grensgebied van de tijd. Gesprek met Ton Lathouwers (derde deel) Is er verschil tussen de visies van advaita en zen betreffende de tijd? Zowel advaita als zen benadrukken, dat in het perspectief van de non-dualiteit “de tijd niet bestaat”. Eigenlijk zegt de mystieke taal van elke religieuze traditie dit. “Er zal geen tijd meer zijn”, staat er bijvoorbeeld in het Boek der Openbaring, het laatste boek van de Bijbel. Dit is de overeenkomst, maar er is ook verschil. Laat ik het zo proberen te zeggen: in het zenboeddhisme ligt een zwaarder accent op wat het "afdalen van de top" genoemd wordt. Het roept op om - geworteld in de non-dualiteit - terug te keren naar de alledaagse werkelijkheid. En binnen die alledaagse werkelijkheid bestaat de tijd wel degelijk. Zen wijst er tegelijk op, dat dit ‘afdalen van de top’ het moeilijkste aspect is van de grote Weg. Dat komt pikant tot uitdrukking in de paradoxale oproep: “Klim naar de top van een honderd meter hoge mast en klim dan verder”. (...) ‘Ik’ is een deur deel 4: Het medicijn (‘ik ben’ is een deur) Philip Renard Na de visie op ‘ik’ door de Grote Drie van de twintigste-eeuwse Advaita beschouwd te hebben (1), voelt het zinnig om nog iets samenvattends hieraan toe te voegen. Ik wil dit doen aan de hand van het begrip ‘ik ben’, dat in het tweede deel, over Nisargadatta Maharaj, beschreven werd. Voor het volledig artikel met voetnoten, en bronverwijzingen: klik hier Nu of nooit Hoe het ego tijd misbruikt Martin van der Jagt Bij mooie en prettige ervaringen lijkt de tijd snel te gaan. Bij vervelende, droevige of gevaarlijke situaties lijkt de tijd heel traag te gaan. In samadhi is er zelfs geen tijd. Daarnaast is er de objectieve kloktijd, die constant doorgaat en heel praktisch is in het dagelijkse leven om afspraken te maken. Het omgaan met tijd is echter ook een manier die het ego misbruikt om zichzelf te bestendigen. (...) Zijn in ontwikkeling Hans Knibbe in gesprek met André de Jong over Advaita en Zijnsoriëntatie Wat vind je van de stelling “Ik is een illusie, er is alleen Zijn”? Dat klopt, alleen moet je die illusie met de grootste eerbied benaderen. Mijn visie is dat het Zijn zelf aanwezig is in alles, het manifesteert zich in de vormen. Als je diep focust op welke vorm dan ook, dan toont het zich als Leegte, als niet-vorm. Maar de analyse dat iedere vorm, en dus ook elke persoon, uiteindelijk niet-vorm is, kan ook destructief en agressief zijn naar het vormaspect van de persoon zelf. Als ik zeg ‘je lijkt wel André, maar je bentalleen maar Zijn’, wat zeg ik dan tegen jou als persoon? Ik vind deze non-duale wijsheid maar de halve waarheid. Hij vertelt iets over de grond, maar niets over jou als een zich ontwikkelende persoon met zijn geschiedenis, zijn idealen en zijn psychisch repertoire, die - als het goed is - bezig is om zich te actualiseren tot een steeds stralender persoon. Als ik daarover iets wil zeggen moet ik niet alleen naar jou als leegte kijken, maar ook als ontwikkelende persoon. En deze persoon is in de diepte Zijn, maar je bent tegelijkertijd ook vorm. Als ik zeg ‘je bent alleen maar Zijn’, dan pleeg ik geweld naar je vorm, en als ik zeg ‘je bent alleen maar vorm’, dan pleeg ik in zekere zin geweld naar jouw diepste grond van niet-vorm. Dus je bent Zijn èn je bent vorm. Jij bent uitmuntend André, er is niemand zo André als jij. (...) |
|
Rubrieken: - Column: Brahma versus Savrtri (Helena Klitsie) - Poëzie (Beata Vermeulen) - Mededelingen – Agenda
|
|
|