|
Woord
vooraf: Radicale
acceptatie
(...) Mensen gaan in
therapie om van hun problemen verlost te worden. Ze worden niet depressief van
hun problemen en verdriet, maar van het gevoel dat die dingen er niet horen te
zijn en dat ze niet te verdragen zijn. Ze creëren een negatief beeld van
zichzelf en projecteren dat proces op hun omgeving: zie je wel, ze vinden me
niet de moeite waard. En ondanks alle pijn die hiermee gepaard gaat, wordt dat
zelfbeeld koste wat kost in stand gehouden. De voorkeur gaat instinctief uit
naar het bekende. Het verhaal over jezelf moet gecontinueerd worden, want waar
blijf je anders?
Pijn en lijden,
ook in hun mentale uitingen, kent iedereen. In die zin zijn ze normaal te
noemen. Ze horen bij het leven en vragen om aandacht. Het doel van het leven is
misschien niet zozeer om jezelf goed te voelen, maar om goed te voelen.
Gevoelens en emoties doen zich voor en mogen er zijn, of ze nu positief of
negatief zijn.
Gelukkig doet zich
een kentering voor in psychotherapieland. Therapeuten beginnen in te zien dat
het leven geen probleem is dat opgelost dient te worden. Het zoeken naar
oplossingen maakt eerder deel uit van het probleem. Controlestrategieën zitten
ons vaak meer in de weg dan dat ze ons steun bieden. En ook wetenschappelijk
onderzoek heeft inmiddels bevestigd wat van oudsher beweerd wordt: alle
pogingen die gedaan worden om bepaalde gedachten te onderdrukken leiden tot
niets anders dan een toename van diezelfde gedachten.
In navolging van
oude meesters en nieuwe leraren houden sommige therapeuten hun cliënten nu voor
dat het beter is de controlebehoefte op te geven en gevoelens en gedachten te
accepteren zoals ze zich aandienen. Ze streven een verandering van de
veranderingsagenda na. Radicale acceptatie van alles wat zich voordoet, van
moment tot moment, door het waar te nemen zonder oordeel, is dan de kern van de
therapie geworden. En het is hier dat psychotherapie en spiritualiteit elkaar
voor het eerst echt lijken te ontmoeten.
De vraag of
psychotherapie en spiritualiteit kunnen samengaan, en of ze wellicht
gemeenschappelijke kenmerken hebben, is deze keer het thema van InZicht. In
zijn essay ‘Spirituele arrogantie’ wijst Robert Hartzema ons op de
gevaren van spirituele oefening zonder stevige psychologische basis. Anderzijds
betoogt hij dat er zonder lijden geen sprake van verlichting kan zijn. Jan
Foudraine vat in een artikel van zijn hand zijn meer dan veertigjarige
ervaring als psychotherapeut samen in een reeks ervaringen uit de praktijk. In
alle openheid, zonder behandelplannen en protocollen, maakt hij contact met
zijn cliënten vanuit de Leegte.
De Amerikaanse
spirituele leraar Adyashanti geeft zijn visie op spiritualiteit en psychotherapie
in een gesprek met twee psychotherapeuten. Zijn stelling is dat alleen een
ontwaakte therapeut zich in de therapie op het spirituele vlak mag begeven, wil
het van enige waarde voor de cliënt zijn. Voor Prajnaparamita liggen de
zaken, in het interview dat zij gaf, vrij eenvoudig: ben je gefascineerd door
je persoonlijke drama’s, ga dan in therapie. Pas in het loslaten van de illusie
een persoon te zijn die in afgescheidenheid leeft, kom je toe aan
spiritualiteit. Frans Hasselaar had een interview met Fransje de Waard, auteur van het boek ‘Spirituele crises’. Dit boek
kwam tot stand mede met de hulp van InZicht-lezers, die naar aanleiding van
haar oproep in ons blad hun verhaal vertelden. Het zijn verhalen van diepe
psychische crises, die uiteindelijk een spirituele betekenis krijgen.
Verder in dit
nummer een artikel van Erwin Knijnenburg, waarin hij de verschillende
gedaanten van Waarheid in het dagelijks leven belicht: waarheid als vrede, als
vrijheid en als liefde. Steven Harrison maakt in een vraaggesprek helder
hoe en waarom we het grootste deel van de tijd in een denkbeeldige wereld leven
en hoe het contact met de dagelijkse concrete werkelijkheid vrijwel onopgemerkt
langs ons heen gaat. Ten slotte wordt in een overzichtsartikel stilgestaan bij
de dood van een der merkwaardigste spirituele leraren die de wereld gekend
heeft: U.G. Krishnamurti, ‘de andere Krishnamurti’. Als iemand de naam
anti-goeroe verdiende, was hij het.
Psychotherapie
vraagt niet alleen acceptatie van de kant van de cliënt. De therapeut van zijn
kant zal, om iets te kunnen betekenen voor zijn cliënt, de werkelijkheid waarin
de ander leeft moeten accepteren en omarmen. En hij zal zijn eigen beperkingen
moeten accepteren. Een therapeut is geen spiritueel leraar. Hij kan hoogstens
met zijn vinger wijzen naar het mannetje op de maan en aanwijzingen geven hoe
dat mannetje, waar de cliënt zich in al zijn onwetendheid zo mee identificeert,
wellicht een prettiger leven zou kunnen leiden. Zodra hij meer probeert te
doen, houdt hij op therapeut te zijn.
Han
van den Boogaard
|
|
Crisis intranspersoonlijk perspectief
Interview met
Fransje de Waard door Frans Hasselaar
In juni dit jaar
verscheen ‘Spirituele crises’ door Fransje de Waard. In dit boek vertellen
achttien mensen over hun psychische crisis die later een spirituele betekenis
kreeg. Daarnaast behandelt het boek in vogelvlucht de geschiedenis van de
psychologie op dit terrein en is het een pleidooi voor de transpersoonlijke
psychologie.
Wat was de motivatie van de geïnterviewden om aan
het boek mee te werken?
Een van hen zei
het zo: “Jij gaat nu het boek schrijven dat ik had willen lezen toen ik in die
crisis zat.” Ze vonden het belangrijk dat hun verhaal nu eens gehoord en
gelezen werd. Voor de een was de crisis vijftien jaar geleden, voor de ander
twee jaar, maar voor allen was het een terugkijken op een belangrijke
gebeurtenis in hun leven, op een kantelpunt.
(...)
Als het vuur brandt
Adyashanti
Is spirituele
psychotherapie een modern verzinsel of heeft ze werkelijkheidswaarde?
Als er al zoiets
als spirituele psychotherapie bestaat, heeft ze niet veel te maken met de
therapievorm zelf. Ik denk eigenlijk niet dat ze bestaat, want zodra ze
werkelijk een therapievorm wordt, is ze niet langer spiritueel. Dan wordt ze
een concept of model. Maar ik denk wel dat je kunt spreken van een spirituele
psychotherapeut, als zijnde een getransformeerde, ontwaakte psychotherapeut.
Zo’n therapeut kan allerlei technieken gebruiken of gewoon met de cliënt gaan
zitten babbelen. Waar het om gaat is dat er dan nog iets anders gebeurt. Er
komt dan een ander soort aanwezigheid beschikbaar.
(...)
In godsnaam, kijk
en loop niet te denken
Bij de dood van UG
Han van den
Boogaard
22 maart jl.
overleed U.G. Krishnamurti, ‘de andere Krishnamurti’. UG (Oedji), zoals hij
meestal werd genoemd, werd 89 jaar. Het grootste deel van zijn leven wijdde hij
aan het onderuithalen van religieuze, psychologische en maatschappelijke
dogma’s en overtuigingen. Als iemand de bijnaam ‘antigoeroe’ verdiende, was hij
het.
(...)
Leven in een
denkbeeldige wereld
Gesprek met Steven
Harrison
Mensen bestaan,
inclusief jij en ik, maar op een bepaalde manier zijn we er ook niet. Hoe zie
jij die paradox?
We hebben de
neiging een virtuele werkelijkheid te creëren waarin we bestaan, en die
denkbeeldige wereld creëert weer een soort versnippering van het feitelijke
contact dat we met de wereld hebben – we realiseren ons niet, en kunnen
dat ook niet, dat we ons in een heel ander universum bevinden dan het universum
dat we creëren met behulp van die mentale beelden en ideeën. We hebben de
neiging elkaar in onze denkbeeldige werkelijkheid te ontmoeten, ieder van ons
binnen onze eigen persoonlijke computergame die we in ons hoofd gecreëerd
hebben. En in die computergame, die denkbeeldige werkelijkheid, zijn allerlei
drama’s aan de gang. Maar die drama’s bestaan alleen in ons denken, ze bestaan
niet in feitelijke zin.
Het gaat bij het
contact met de wereld dus om de vraag of we geïnteresseerd genoeg in de
feitelijke wereld zijn om zelfs maar voor een paar seconden uit die
denkbeeldige wereld te stappen. Dat proces van stappen uit de denkbeeldige
wereld en contact maken met de feitelijke wereld noem ik intensivering. Die
wordt echt voelbaar als we alle energie waarover we beschikken niet meer laten
versnipperen in de denkbeeldige wereld, maar de ruimte geven in de
onmiddellijkheid van de feitelijke wereld.
(...)
Jan Foudraine
‘Psychotherapie’
bestaat niet. Het is een woord, en een woord is intrinsiek leeg, zoals alles.
Veel mensen springen in de valkuil van zo’n woord en gaan dan geloven dat
‘psychotherapie’ ‘iets’ is wat kan
worden ‘toegepast’ – zalf uit een tube die in een laatje ligt en op psychische
wonden gesmeerd kan worden.
Het wordt nog
gekker als het woord gecombineerd wordt met ‘behandeling’, een term uit het
medisch-ziektekundig verklaringsmodel. Deze medische conceptualisering van de
menselijke problematiek is kenmerkend voor de hedendaagse psychiatrie, en
tevens rampzalig. Ze kon niet anders dan tot een voortschrijdende
ontmenselijking leiden. In de medisch-psychiatrische wereld zijn er alleen nog
‘patiënten’ met een ‘ziekte’ die ‘behandeld’ moet worden. Ze laat geen ruimte
meer voor mensen die lijden aan diepgaande psychologische problematiek, laat
staan voor mensen in existentiële nood die existentiële vragen (durven)
stellen.
(...)
|
Spirituele arrogantie
Robert Hartzema
Eigenlijk voelt iedereen zich te goed om de wc schoon te maken, maar
daar kun je altijd nog een Ghanese werkster voor inhuren. Problematischer is
echter dat je ook niet werkelijk wilt kijken naar je innerlijke shit, de
beperkende patronen waarmee je jezelf klemzet, afsluit en verhardt, en
vervolgens de wereld om je heen zo probeert te manipuleren dat niemand je
daarmee confronteert. Zo ben je altijd in gevecht met jezelf en de ander, zelfs
als het vechten bestaat uit wanhoop en depressieve machteloosheid. Alles beter
dan werkelijk kijken hoe je je eigen frustraties en problemen creëert.
Vervolgens probeer je uit die beerput van innerlijke verwarring te ontsnappen. Je zit in de shit en wilt uit de shit, of voelt je
opgesloten in de kooi en
wilt uit de kooi. Je
zoekt een ‘easy way out’. Je
begint te dagdromen over een staat van Zijn waarin je al je ellende ontstegen
bent. Je vult je boekenkast met veelbelovende titels. Je gaat mediteren of
volgt satsangs bij iemand die zijn
oorspronkelijke Hollandse naam vergeten is. En… het helpt! Je wordt even uit je
eigen vernauwde spoor gehaald en aan de horizon liggen grootse beloften. Maar
verandert er werkelijk iets? Of worden alleen de dagdromen gevoed en raak je
steeds verder weg van wie je werkelijk, diep van binnen, bent?
(...)
De zegen van
waarheid
Erwin Knijnenburg
Met het begrip
‘waarheid’ is iets opvallends aan de hand binnen de non-dualistische traditie.
Dat we allemaal de Uiteindelijke Waarheid zijn, daar is geen discussie over,
maar als er aandacht wordt gevraagd voor waarheid in het dagelijkse leven,
bijvoorbeeld in de vorm van oprechtheid, eerlijkheid en betrouwbaarheid, dan
komt het vaak voor dat men hier nauwelijks aandacht aan wil besteden.
(...)
De niet-bereidheid
van leraren om in te gaan op vragen van bezoekers over eerlijkheid en deugd is
eenvoudig te verklaren. Steeds worden deze vragen gesteld vanuit een sterk
dualistische kijk op het leven, waarbij sprake is van concepten over hoe de
wereld eruit zou moeten zien. Ieder ingaan op deze vragen zou een bevestiging
zijn van de gehanteerde concepten, die er altijd op gericht zijn om de wereld
of jezelf te verbeteren. Deze drang naar verbetering is zonder einde en houdt
de persoon gevangen in zijn eigen denkwereld. Daarom moet eerst de ware natuur
herkend worden voordat over iets anders gesproken kan worden, want alleen via deze herkenning kan een einde
worden gemaakt aan het lijden.
De vraag is echter
in hoeverre het terecht is om geen aandacht te besteden aan waarheid en
eerlijkheid in het dagelijkse leven indien er wél (voldoende) zicht is op de
ware natuur. Het herkennen van wat je werkelijk bent betekent in de meeste
gevallen nog niet dat direct alle gewoontepatronen van de persoon wegvallen. Deze gewoontepatronen of geneigdheden, in
India vasana’s genoemd, zijn de enige
obstakels voor de realisatie van je ware natuur. Ramana Maharshi: “Zolang vasana’s
nog latent in het denken aanwezig zijn, kan realisatie niet worden
verwezenlijkt.
(...)
Advaita en
psychotherapie
Prajnaparamita/Johan
van der Kooij
Ooit stelde ik
mijn spiritueel leraar de vraag of ik niet eerst mijn psychologische verleden
op moest ruimen voordat ik me met non-dualisme bezighield. Zijn antwoord was:
“Als je vanuit een non-dualistische perspectief kijkt, dan zullen alle
psychologische problemen uiteindelijk vanzelf oplossen.”
Ja, daar ben ik
het helemaal mee eens.
Toch is me dat
in die tijd maar gedeeltelijk gelukt.
Je leraar
gebruikte het woordje ‘uiteindelijk’. Op een gegeven moment ben je bereid om
niet langer te investeren in je pijn. Dan ben je eraan toe om je fascinatie
voor je verdriet of je ongemak neer te leggen.
De mensen die zich
durven toe te vertrouwen aan een groter perspectief en bereid zijn om hun
ervaringen minder belangrijk te gaan vinden, verplaatsen hun gewicht vanuit de
beweging naar het louter waarnemen van alle beweging. Het lijkt net alsof je
een stapje achteruit doet. Geleidelijk aan zullen alle verkrampingen oplossen.
Het is een louteringsproces. Het vraagt tijd, vertrouwen, onbegrensd geduld,
totale toewijding en een niet-wijken.
(...)
- Reeks “Wat is advaita?”
LEEGTE van Wei Wu Wei
I.
Wat heeft het
voor zin om naar buiten te kijken? Het enige wat je zult zien is objecten!
Draai je om en kijk naar binnen.
Zal ik dan in plaats daarvan het subject zien?
Als dat het geval zou zijn, zou je een object zien. Een object is een
object, welke kant je ook opkijkt.
Zal ik dan mezelf zien?
Je kunt niet zien wat er niet is!
Maar wat zal ik dan zien?
Misschien zul je de afwezigheid van jezelf zien, dat wat kijkt. Het
wordt ‘de leegte’ genoemd.
(...)
|