‘Ik’ is een deur
Over de ingang die in de 20ste-eeuwse Advaita geboden wordt

Philip Renard
   

(uit InZicht Nr.1 -  februari 2001 - jaargang 3)

Een van de meest gehoorde uitdrukkingen op de weg van zelfrealisatie is misschien wel ‘het ego loslaten’. Wat wordt hier eigenlijk mee bedoeld?

Het gaat hier natuurlijk niet om de ‘grove’ vorm van ego, dat zou te veel een open deur zijn. Immers, de overduidelijke, zelfzuchtige vorm, zoals bijvoorbeeld in ‘ikke ikke en de rest kan stikken’, wordt in feite door iedereen afgewezen (in ieder geval als het over een ander gaat), ook al bevindt hij zich niet op een spirituele weg. Iedereen weet waar puur egoïsme toe kan leiden, dus het is niet zo’n bijzonder advies als je zegt dat dat ego een hindernis is. Het loslaten dáárvan is niet genoeg voor de weg van bevrijding.

Het gaat ook niet om de term ‘ego’ zoals die soms in de psychologie wordt gebruikt voor een vorm van volwassenheid, om aan te duiden dat er een gezond soort onafhankelijkheid van vaderfiguren, groepscodes, enzovoort, is ontwikkeld. Een dergelijk ego loslaten is nergens voor nodig, aangezien het gewoon een praktisch iets is (en een positief iets; het is vaak de factor waardoor het ‘grove’ ego, met zijn kinderlijke, egoïstische trekken, niet de baas wordt). Hoogstens zou je een pleidooi kunnen houden voor het ontwikkelen van een nieuwe term hiervoor, om allerlei misverstanden te voorkomen.

Het ego waarover door de leraren van de bevrijdingswegen wordt gesproken, als zijnde het obstakel bij uitstek, is in feite een denk-activiteit, een jezelf al denkend identificeren met een figuur die optreedt, en die dus gezien en beoordeeld kan worden. Een figuur die ‘meer’ (of ‘hoger’) is dan andere figuren, of juist ‘minder’ (of ‘lager’) – en meestal in een wentelende combinatie van beide.

Dit ego bestaat in feite uit vergelijken. ‘Zelfbewustzijn’ is er ook een aanduiding voor, met de bij dat woord horende remming van spontaniteit (hetgeen vooral in de Engelse bijvoeglijk naamwoordvorm ‘self-conscious’ besloten ligt). Het duidt op de ingebouwde gespletenheid, de gewoonte-groef om vanuit een kritisch standpunt een ander deel van hetzelfde ego te bezien, en het te bestoken met ondermijnende meningen. Hoofdkenmerk van het ego is wel de gehechtheid aan de meningen over jezelf, dat wil zeggen dat er een zelfbeeld is opgebouwd dat niet wil oplossen, dat juist wil continueren. Dit is het wat we de ‘persoonlijkheid’ noemen, de continuering van een zelfbeeld. Iedere bewuste activiteit van het geheel van lichaam, denken en voelen draait bij de persoonlijkheid om de veronderstelling dat er een ‘ik’ is die iets doet, en die een continuerende, blijvende entiteit is.

Liever dan ‘ego’ noem ik dit ‘het ik’, vanwege de mogelijkheid dat dit gemakkelijker herkend wordt als een subtieler iets dan het eerder genoemde ‘grove ego’, ook al lopen de twee in elkaar over (als belangrijkste verschil zou je kunnen zeggen dat bij het ‘grove’ ego anderen last hebben van jou, en bij dit ‘ik’ vooral jijzelf last hebt van jezelf).

Ondanks de subtiliteit is dit ‘ik’ dus datgene waarover Boeddhisten en Vedantisten het eens zijn dat het, indien je bevrijding verlangt, opgegeven moet worden. Waar Boeddhisten en Vedantisten het niet over eens zijn is via welke weg en welke terminologie duidelijk gemaakt moet worden hoe het geloof in dit ‘ik’ ontkracht kan worden. Boeddhisten zeggen gewoon: "Er is helemaal geen entiteit, geen ‘zelf’ of ‘ik’, alleen maar een opeenvolging van oorzakelijk geconditioneerde psychische en lichamelijke processen" – en ze praten verder niet over een ‘ik’ (en keuren het praten in termen van ‘ik’ zelfs af; bijvoorbeeld in een uitspraak als: "De ware natuur van dit kennen te beschouwen als ‘mezelf’ of ‘ik’, dat is in feite een smalle blik; het is verwarring, een vergissing"1).

Het grappige is nu dat de leraren van de Advaita Vedanta het niet-bestaan van de ‘ik’-entiteit geheel en al met de Boeddhisten eens zijn, maar dat ze desondanks blijven praten in termen van ‘zelf’ en ‘ik’, zelfs om hogere niveaus van werkelijkheid aan te duiden. Waarom doen ze dit?

We zullen een antwoord proberen te schetsen aan de hand van de ‘Grote Drie’ van de twintigste-eeuwse Advaita, de drie belangrijkste leermeesters: Ramana Maharshi, Krishna Menon (Atmananda) en Nisargadatta Maharaj. Alle drie gebruikten zij het woord ‘ik’ in een term om het hoogste (of bijna hoogste) beginsel aan te duiden, respectievelijk ‘Ik, Ik’, ‘Ik-Beginsel’ en ‘Ik-ben besef’. Me dunkt, met het oog op hun afwijzing van ‘het ik’ als een werkelijkheid, een gemakkelijk tot misverstand leidend taalgebruik!

(…)

Inhoud 
InZicht Nr. 1 - februari 2001
Thema: Vrijheid en bepaald-zijn

Vrijheid en bepaald-zijn
Ramesh Balsekar

"Als je weet dat dingen domweg plaatsvinden vanuit Bewustzijn, dan is er werkelijk geen enkele reden om succes voor wat dan ook op te eisen en er is ook geen enkele reden je ergens overstuur over te maken. Omdat het in de grond genomen domweg plaatsvindt, nietwaar?
Absoluut. Daarom zei ik dat er niet een geweldige hoeveelheid frustratie is, maar juist een geweldige hoeveelheid vrijheid. Als dit gewoon maar gebeurt en er is niets dat ik kan doen, waarom zou ik me er dan zorgen over maken? Waarom niet achterover leunen en het gewoon gadeslaan."
[Balsekar was een van de vertalers bij de gesprekken met Sri Nisargadatta Maharaj. Na het overlijden van Nisargadatta schreef hij Vingerwijzingen van Nisargadatta Maharaj en begon hij zelf onderricht te geven. Opvallend is Balsekars benadrukken van het bepaald-zijn van de menselijke keuzen, ook al is er een ervaring van vrijheid.]

(On)vrije wil
Justus Kramer Schippers

Ook in dit stuk staat het bepaald-zijn van handelingen centraal. 
"Het gevolg van dit inzicht is dat onze identificatie met het ego ophoudt te bestaan en dat het proces van leven vanuit neutraliteit zijn aanvang kan nemen. Pas op: dit laatste kan nooit op basis van willen plaatsvinden, omdat het illusoire willen tot het domein van het ego behoort. Inzicht dat ontstaat is als een geschenk, dat zich onverwacht aandient."

De wet van het eigen vrije wilsbesluit
Andrew Cohen

"De wet van het eigen vrije wilsbesluit, vormt een grote uitdaging. Dit principe zegt dat wij, als wij vrij willen zijn, bereid moeten zijn om absolute verantwoordelijkheid te nemen voor alles wat wij doen. De reden dat de wet van het eigen vrije wilsbesluit zo'n grote uitdaging is, is dat wij leven in een wereld waarin de meesten van ons ervan overtuigd zijn dat het onmogelijk is om verantwoordelijkheid te nemen voor alles wat wij doen. De reden dat wij geloven dat wij onmogelijk verantwoordelijk kunnen zijn voor alles wat wij doen, is eenvoudig dat wij ervan overtuigd zijn slachtoffers te zijn, slachtoffers die de controle kwijt zijn."
[Dit artikel is een voorpublicatie van het nieuwste boek van Andrew Cohen, Embracing Heaven & Earth, waarin hij de essentie van zijn onderricht samenvat in 'De vijf fundamentele principes van Verlichting'. De Nederlandse vertaling van dit boek verschijnt in april bij Altamira-Becht onder de titel 'In de wereld, maar niet van de wereld. Hoe je verlicht kunt leven.']

Karma en creativiteit
Sogyal Rinpoche

"Karma wordt in het Westen vaak volkomen verkeerd geïnterpreteerd als lot of voorbeschikking; het kan het beste beschouwd worden als de onfeilbare wet van oorzaak en gevolg, die het universum bepaalt. Karma is ons vermogen tot creëren en veranderen. Het roept ons op in positieve zin te veranderen." 
[Sogyal Rinpoche werd in Tibet geboren en opgeleid in de boeddhistische leer. Na zijn studie in Engeland geeft hij vanaf 1974 onderricht en training.] 

Rubrieken

Column: Het theater van de wil (Douwe Halbesma)
Experiment: Het tunnel-experiment (Douglas Harding)
Experiment: Gezamenlijk zelfonderzoek (Douwe Tiemersma)
Boeken: Meer dan een mens kan doen (Ton Lathouwers) 
Brieven van Lezers
Gedichten van Erik van Ruysbeek
Mededelingen - Agenda

Zolang voorradig 
kunnen vorige nummers nabesteld worden.

Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met: 
Meinhard van de Reep 
023-5257150 / fax 023-5274404

E-mail: info@inzicht.org

Opgave voor een abonnement kan ook via deze website, 
klik hiervoor op de button "
Abonnement"


Menselijk handelen: een vast scenario of improvisatie?
Denken over vrije wil en voorbestemming 

Kriben Pillay

"Zoals in de spirituele paradox die zegt dat we enkel dan echt leven als we sterven, kunnen we zeggen dat we enkel dan ware vrijheid hebben als we zien dat ons uiterlijk leven gevormd wordt door factoren die ver buiten de controle vallen van lichaam-en-geest. Maar het leven is nooit eentonig, en zoals in een geïmproviseerd theaterstuk zit het vol verrassingen, niet allemaal plezierige, maar niettemin verrassingen en Mysterie."
[Kriben Pillay is redacteur van het Zuid-Afrikaanse Noumenon. A Newsletter for the nondual perspective. Hij was werkzaam op de afdeling Drama van de University of Durban en ontwikkelde programma's van Transformative Training ]


Voorbestemming en Vrijheid
Verzoend in de Eerste Persoon

Douglas Harding

De wetenschap van de mens als derde-persoon moet worden aangevuld met de wetenschap van de eerste-persoon. Als deze laatste genegeerd wordt, ontstaan allerlei onoplosbare problemen, zoals dat van de vrije wil. Via een explosie en overgave van de eerste-persoon verdwijnt het conflict.
"Jij bent de sleutel die de gepantserde deur tussen Voorbestemming en Vrijheid kan openen. Jij persoonlijk, als eerste-persoon, bent hun verzoening. En waarom? Omdat jij aan beide zijden van de deur thuishoort. We zullen zo dadelijk zien dat jij in ieder kamp een stevige voet gezet hebt, zodat jij op mysterieuze wijze het onverenigbare verenigt."


De betrekkelijkheid van vrij-zijn en bepaald-zijn
Douwe Tiemersma

"Wat blijft er over van vrijheid en bepaald-zijn? Niet meer dan denkbeelden die onder bepaalde omstandigheden worden gehanteerd met het oog op bijvoorbeeld het ontwikkelen van verantwoordelijkheid of van techniek; in de spirituele sfeer: om de ander wat te leren. 
De methoden zijn dus des te beter naarmate ze sneller de betrekkelijkheid van het gestelde laten zien. Het omgekeerde kan evengoed worden gezegd en beiden zijn eenzijdig in de benadering. Ze lossen op zodra dit inzicht doorbreekt. Over blijft het onnoembare. Zolang het leven doorgaat en er geen kunstmatig denken is, is er de niet-dualistische dubbelzinnigheid van het bepaalde en de vrijheid."