|
In
feite kunnen we niet anders zijn dan in het nu. Maar in het dagelijks
leven neemt het denken ons veelvuldig mee naar het verleden, dat op
herinneringen gebaseerd is, of naar de geprojecteerde toekomst. Dit
veroorzaakt conflicten en angst. Een kernachtige uitspraak van Byron
Katie hierover is: 'Wil je angst ervaren? Denk dan aan de toekomst. Wil
je schaamte of schuld ervaren? Denk dan aan het verleden.' Mijn ervaring
is dat je in het nu geen enkel probleem kunt vinden. Met behulp van de
volgende meditatie kun je voor jezelf het moment realiseren. En sta dan
even stil bij je ontdekking.
Je
zit op een stoel en je voelt je voeten op de grond. Sluit de ogen en
voel vervolgens het linkerbeen; eerst de enkel, dan de kuit, de knie met
de knieholte, het bovenbeen en dan de linkerheup.
Neem vooral de tijd om deel voor deel te voelen. Voel die lichaamsdelen
als een lichamelijk gevoel of een gewaarwording. Voorbeelden van een
lichamelijk gevoel of een sensatie zijn: warmte of koude, gewicht (licht
of zwaar), prikkeling en tintelen, een samentrekking, vlinders in je
buik, pijn, hartkloppingen, kriebels in je keel, een hand die je
aanraakt, enzovoort.
Om terug te keren naar je been: word het hele linkerbeen gewaar, als een
globaal lichamelijk gevoel. Word dan de billen gewaar en voel vanuit de
huid het contact met de zitting. Ga nu naar het rechterbeen en begin met
de voetzool te voelen en het contact met de grond, vervolgens de enkel,
de kuit, de knie, enzovoort. Ten slotte voel je het hele rechterbeen als
een globaal lichaamsgevoel. Merk nu ook de ruimte op om dit
lichaamsgevoel - het rechterbeen - heen. Laat dan de
lichaamsgewaarwording, zoals het zwaartegevoel, het contactgevoel of de
vibraties, helemaal in de omringende ruimte komen; alsof je ze hun
dansje laat uitdansen.
Hierna verschijnt de onderrug in de aandacht. Voel het huidcontact met
de leuning van de stoel. Word dan het middelste deel van de rug gewaar,
vervolgens de schouderbladen en de schouders. Voel hierna de hele rug
als een lichamelijk gevoel en ook het huidcontact met de stoel. Nu komt
de linkerhand met de vingers aan de beurt, de pols, de onderarm, de
bovenarm en de linkerschouder. Voel alleen wat er te voelen valt. Blijf
met de aandacht even bij de hele linkerarm en word dan ook de ruimte om
de linkerarm gewaar. Voel nu vanuit de omringende ruimte de linkerarm
als een gewaarwording.
Dan tast je met de aandacht de delen van de rechterarm af. En laat je
verrassen door de gevarieerdheid in de gewaarwordingen; hoe rijk is je
lichaam hieraan. Vervolgens verschijnt de nek in de aandacht. Voel die.
Het achterhoofd dat misschien tegen de leuning rust of contact heeft met
de ruimte. Tast met de aandacht het voorhoofd af, voel het linkeroog en
het rechter. Dan de mond met de kaken. Word nu de beweging van de
ademhaling gewaar, in de buik of in de borst. Volg de inademing en de
uitademing. En observeer even dit ritmische proces. Merk het kloppen van
je hart op en voel de lichaamswarmte van buik en borst.
Wees nu het moment bewust door eens na te gaan wat dit werkelijk
inhoudt: een lichaam dat zit op een stoel met de voeten op de grond, dat
voelt en ademt, dat een kloppend hart heeft, geuren ruikt en geluiden
hoort (als ze er op dat moment zijn), gedachten die komen en gaan en
verder kom je niet.
Stel
jezelf de volgende vraag: heb ik hier een probleem mee? Zeer
waarschijnlijk kun je geen enkel probleem vinden.
Tot nu toe heb ik een keer 'ja' gehoord. Een vrouw die antwoordde: 'Ik
heb pijn in mijn rug.' Misschien ervaar jij dat nu ook. Wat je in deze
context kunt doen is: realiseer je de pijn van dit moment. Wat is pijn
eigenlijk? Een lichaamsgevoel of een woord? (Een lichaamsgevoel)
En ga maar door met vragen te stellen aan dit gevoel. Trekt het samen of
is het stil? (Het trekt samen.) Is het een zeurderig gevoel of intens?
(Intens) Voelt het warm of koud aan? (Warm) Tintelt of prikt het, of is
het onbeweeglijk? (Het tintelt.) En nu de laatste vraag: heb je er
werkelijk een probleem mee deze gevoelens te ervaren? (Nee, niet echt,
want je bent nu bezig het te voelen.)
Wat
gebeurt er als je deze 'nu-realisatie' in het dagelijks leven toepast?
Ikzelf realiseer het moment als ik opmerk dat mijn gedachten me meenemen
naar wat er zou kunnen gebeuren, dus naar de zogenaamde toekomst. Dan
voel ik spanning en bezorgdheid. En ik weet dat die bezorgdheid
voortkomt uit een fantasietje in mijn hoofd, een scenario dat zich daar
afspeelt. Als ik dat opmerk, stel ik mezelf de vraag: wat is
realistischer? Die toekomst die ik bedenk of wat er nu is. En dan
realiseer ik me weer dat het 'nu' de enige realiteit is. En ik vind het
leuk om op zo'n moment tegen mezelf te zeggen: 'Willie, de realiteit is
een vrouw op een stoel voor de computer, die ademt, kijkt en toetsen
indrukt. Heb ik hier een probleem mee?' En weer ontdek ik dat ik er geen
een kan vinden. En ik weet weer waar ik altijd ben: in het hier en nu.

|