IETS UIT NIETS
Beknopte gids naar het zien wie we werkelijk zijn

Kriben Pillay

I

De eerste verbijsterende bewering die we moeten onder ogen zien is: wij zijn niets. Ons verstand reageert hier heftig tegen, tot we inzien dat 'niets' verwijst naar niet 'iets', geen 'ding'. Maar wat betekent dit, en hoe komen we tot dit inzicht ? En wat is er de waarde van ?

II

Voor we ons kunnen realiseren dat we niet 'iets' zijn , moeten we eerst begrijpen waarom we onszelf gewoonlijk als 'iets' beschouwen. Waarom is dit zo ?

III

Zien we onszelf niet allemaal als ons lichaam en de gedachten en gevoelens die dit lichaam bewonen ?

Als we zeggen dat we ons lichaam niet zijn, is dat dan niet omdat we het gevoel hebben dat we ergens in ons hoofd wonen ? Dus ervaren we onszelf als het lichaam plus de geest (de bewegingen van onze gedachten), ofwel als enkel de geest, ofwel, in zeldzame gevallen, als enkel het lichaam. Misschien worden velen van ons voortdurend van het ene soort zelfgevoel naar het andere geslingerd, afhankelijk van de omstandigheden. Maar hoe dan ook, is dit lichaam-geest-complex dat wat we werkelijk zijn? En worden de gevoelens van afgescheidenheid die we gewoonlijk hebben, niet dit door standpunt belichaamd?

IV

Misschien is het, voor wie attent is, tamelijk gemakkelijk om te zeggen "ik ben het lichaam niet". Moeilijker is het om de idee los te laten dat ik ook mijn gedachten niet ben - om te zien dat denken een functie van het brein is, en dat het brein deel is van het lichaam. En dus is dit nog altijd iets lichamelijks, een 'iets'. Op welk punt zijn we dan niet iets?

V

We zijn niet 'iets' voorbij het lichaams-gevoel en voorbij het zelfbesef dat door gedachten en gevoelens gecreëerd wordt. Maar wat is dat?

VI

Is dit niet-iets-zijn een fantasie, een product van het brein, of iets dat tijdloos bestaat, voorafgaand aan het brein?

VII

Als we onszelf observeren, vinden we allerlei gewaarwordingen, en gevoelens, en gedachten. Maar wie is de waarnemer die dit observeert? Dit kan niet geobjectiveerd worden. Toch is er het besef van Bewustzijn, van Gewaarzijn. En dit Gewaarzijn behoort niet iets toe. Het is wie we werkelijk zijn, zonder begrenzing. Alles heeft plaats binnen het Gewaarzijn. Dit is de grond van ons Zijn, de grond die ontstaan geeft aan 'iets', de grond van creativiteit. Iets uit Niets.

VIII

Kunnen we ons niet-iets-zijn realiseren, ons Gewaarzijn, zodat het de grond is van een handelen, zonder de tussenkomst van het beperkte, geïdentificeerde zelf, het zelf van gedachten en gevoelens? Niet dat er geen denken meer is - het is een noodzakelijk werktuig van het Bewustzijn.

IX

We kunnen ontdekken wie we werkelijk zijn door te Zien. Naar buiten zien, en tegelijkertijd trachten te zien wie er ziet. Dan maken we deze ongelooflijke ontdekking, deze ongelooflijke sprong.

X

We zien dat de ziener geen gedachte is, maar dat zijn ware natuur Gewaarzijn is. Het is een zien vanuit onze tijdloze stilte. Dat wat dit ziet, is het Zien zelf.

XI

In deze radicale ommekeer van het denkende zelf naar het Ziende zelf - het zelf van puur Gewaarzijn bewust van het spel der dingen - beginnen we de strijd van toekomst en verleden op te geven, en nestelen we ons meer en meer in het Nu van wie we werkelijk zijn.

XII

Maar in de beginfase van de ontdekkingstocht naar wie we werkelijk zijn, kunnen we in de val trappen om weerstand te bieden aan ons lichaam, onze gevoelens en gedachten - omdat we enkel het pure Gewaarzijn willen zijn, zonder de begrenzingen van lichaam en denken. Maar de lichaam-geest komt juist voort uit Gewaarzijn, en hoe problematisch of aangenaam hij ook is, hij is deel van het non-duale continuüm van niets in iets; het is dat wat is.

XIII

Dat wat is, is noch goed noch slecht als het gezien wordt vanuit dat wat we werkelijk zijn. Als het problematisch is - zoals neurotische gewoontes of onbewuste patronen van woede, angst of hebzucht - kan er aandacht aan gegeven worden vanuit de intelligentie van het Gewaarzijn. Het denken kan een rol spelen in het doen verdwijnen van dat wat het Gewaarzijn verduistert - en de geschikte oplossing vinden voor het lichaam-geest probleem, maar altijd als de dienaar van het Gewaarzijn, en daardoor ook altijd met een zekere moeiteloosheid.

XIV

Maar de grootste valstrik in dit alles is te denken dat ik het Gewaarzijn ben, terwijl ik blijf handelen vanuit het denkende zelf - zodat ik mezelf misleid met een begrijpen dat enkel conceptueel is - wat zijn eigen plaats heeft, maar dat de feitelijke act van het Zien nooit kan vervangen. Je kunt je weg uit het probleem niet be-denken - Zien is geen kwestie van denken maar van doen. Deze verschuiving naar het Zien, dat onze inherente natuur, ons Zijn is, is noodzakelijk.

XV

Denken is niet Zien. Maar Zien omvat het denken. In dit Zien is er geen dood, enkel het mysterie van Gewaarzijn, en het opkomen en weer verdwijnen van vormen.

Deze tekst uit een folder, verspreid door "The Noumenon Press", wil een vluchtige kijk geven op het niet-dualistische perspectief, dat aan de basis ligt van 'The noumenon newsletter" (zie vorig nummer van Zien). Ook te vinden op internet: www.udw.ac.za/~kriben/noumenon.htm

Hierbij worden de werken van volgende leraars sterk aanbevolen:

A.H. Almaas, Arjuna Nick Ardagh, Ramesh Balsekar, Andrew Cohen, Meister Eckhart, Gangaji, Douglas Harding, Jean Klein, J. Krishnamurti, Stephen Levine, Barry Long, Nisargadatta Maharaj, Ramana Maharshi, H.W.L. Poonja, Robert Powell, Jelaluddin Rumi, Suzanne Segal, Chogyum Trungpa, Alan Watts, Wei Wu Wei, Ken Wilber.

Terug naar de artikels