Gesprek
Jean Klein
  


Jean Klein overleed op 22 februari 1998 in Santa Barbara (Californië)
Hij was een meester in de advaita vedanta en de yoga. In de jaren zeventig en tachtig kwam hij regelmatig naar Nederland en België om er gespreksbijeenkomsten te leiden over onze ware natuur. Aansluitend daarop gaf hij soms lessen in lichaamswerk, afkomstig uit de traditie van Kashmir. Hierdoor is hij feitelijk de grondlegger van de Kashmir-yoga in het Westen.

Het artikel hieronder werd vertaald door Charlotte Koning, uit het Franse tijdschrift "Être", en handelt vooral over het 'luisteren naar het lichaam', in functie van een spirituele weg.


Hoe ziet u de geestelijke benadering van het lichaam?

De aard van het lichaam is geestelijk, maar dat wat wij over het algemeen het lichaam noemen is niets anders dan een reeks geconditioneerde gewaarwordingen, die in het geheugen zijn vastgelegd als schema's. Er zijn zeker functionele schema's bij, maar wanneer zij geconditioneerd zijn, zijn zij in feite niets anders dan reactiemechanismen van het type aanvallen-verdedigen, de lichamelijke uitdrukking van een spanning die het harmonieuze functioneren van het lichaam in de weg staat. Het zijn de welbekende gewaarwordingen van verkramping, van spanning, van samentrekking, min of meer bewust; zij moeten worden geaccepteerd en geobjectiveerd met een onbevooroordeelde houding, waarbij niet wordt teruggegrepen naar het verleden, naar het reeds gekende. Dit betekent: onpersoonlijke aandacht, globaal, een toestand van luisteren zonder kiezen waarin de voorstelling van de persoon niet aanwezig is.

Geen enkele factor kan dan nog aan wat voor schema ook voedsel geven. Juist de persoon had dat schema doen ontstaan en wanneer deze er niet meer is verliest het zijn inhoud. De lichamelijke gewaarwording, die de reactie van een verbeelde iemand was, richt zich nu op de totaliteit van het zijn en komt zo tot volle ontplooiing. Deze onpersoonlijke benadering is een geestelijke benadering.

De lichamelijke benadering speelt dus een rol op het geestelijk pad?

Er moet eerst worden vastgesteld wat u onder geestelijk verstaat; als het 'het zijn' betreft, dan kunnen we het noch in het lichaam noch in het denken en voelen lokaliseren, maar we kunnen zeggen dat deze er uitdrukkingen van zijn. De vereenzelviging met de fysieke en mentale activiteiten doet ons onze ware aard vergeten.

Hoe heeft deze verwarring kunnen ontstaan?

In onze jeugd hebben wij een naam gegeven aan de gestalte van het lichaam en aan zijn kenmerken en hebben wij onszelf ermee vereenzelvigd.

Toen deze begrippen eenmaal waren vastgesteld zijn ze ingedeeld in goed en slecht, vervolgens gekwalificeerd en ons eigen gemaakt, gepeild, beproefd en gebruikt; deze opeenstapelingen zijn min of meer uitgekristalliseerd in verdedigings- of aanvalsmechanismen en datgene wat wij voor het ikje houden, de persoon, komt er eigenlijk mee overeen.

Hoe ontkomen wij aan deze gang van zaken waarbij wij ons vereenzelvigen met datgene wat wij niet zijn?

De ontdekking van ons wezen begint met de ontdekking van het bekende, dat wil zeggen met datgene wat wordt waargenomen.

Het is een proces van objectivering.

Wat noemt u objectivering?

Het laten plaatsvinden van onze gewaarwordingen in een heldere aandacht.

Kunnen we ons niet van onze conditioneringen bevrijden door het lokaliseren en ontspannen van spieren?

Voor het gros van de mensen wekt het richten van de aandacht op een spier al een spanning op, die pas bij een globaal gewaarzijn vrij komt.

Hoe wordt de oorspronkelijke gewaarwording zonder schema's dan ervaren?

Het is licht, elastisch, zonder gewicht, niet aan een plaats gebonden; hij ontplooit zich in een onbegrensde ruimte waar de verplaatsing geen enkel doel heeft, noch een vertrekpunt, noch een plaats van aankomst.

Wat voor betekenis hebben de houdingen?

Zij zijn speciaal gericht op het wekken van nog niet gebruikte- of verstrooide energieën om deze bewust tot een harmonieus samenspel te brengen waarbij het lichaam volledig tot rust komt. Dat lichaam is te beschouwen als een object, hetgeen een subject vooronderstelt.

Hebben zij dezelfde aard?

Nee. De waarnemer kan nooit worden waargenomen. De waarneming is weliswaar in hem, maar hij is niet in de waarneming. Om te kunnen spreken van een waarneming moet het waargenomene in de waarnemer zijn en deze laatste buiten het waargenomene, anders zou er geen enkele kennis mogelijk zijn.

Het willen omvormen van het lichaam betekent, dat er iemand moet zijn die het omvormt en deze geprojecteerde iemand kan alleen maar steunen op wat al gekend is, op het geheugen. In een luisteren waar geen reactie in is, kan de oorspronkelijke gewaarwording weer boven komen. Deze ongerepte aandacht is een geheel waarin de gewaarwording zich kan ontknopen. Alle verkrampingen, alle knopen zijn gefixeerde energieën die daar dan in vrij komen, er weer hun juiste plaats in vinden. Dit luisteren is een toestand van vervulling, zonder begin of einde; het is zijn eigen doel.

Het lichamelijke werk dient om het wezen, dat verdronken is in de persoon en daarmee vereenzelvigd, vrij te maken, maar dit alles is maar een voorwendsel, een pedagogische manier van uitdrukken, want ieder moment wijst het onderricht naar de Ene.

Hoe kan het accent worden gelegd op het uiteindelijke subject?

In het luisteren vindt de waarneming in vrijheid plaats, hij komt eruit voort. Hij vloeit voort uit het uiteindelijke subject en gaat er ook weer in op. Het onderricht legt het accent niet op het object, maar op degene die het waarneemt. Wanneer het streven naar wat voor doel dan ook geheel wordt los gelaten, zal een beweging in tegengestelde richting inzetten en het mogelijk maken dat het waargenomene leeg wordt om vervolgens te gaan uitstralen: het is een niet-dualistische toestand zonder iemand die wat doet, zonder tussenpersoon. Het uiteindelijke subject kan zich alleen maar voor zichzelf ontsluieren, hij is genade, de genade voor zichzelf.

Wat verstaat u onder uiteindelijk subject?

Het is een aanwezig zijn bij zichzelf buiten tijd en ruimte. Anders gezegd, een onbegrensde ruimte waarin de waarnemingen opkomen en wegsterven. Als hij zich verpersoonlijkt in de vorm van een willend ik, is hij slechts een subject-object; ik bedoel dat hij dan deel uitmaakt van het waargenomene, in een verhouding van het ene object met het andere. In de staat van luisteren, wanneer deze wordt geleefd zonder te evalueren, te vergelijken, te projecteren, in een toestand van volledig accepteren, verwijzen de waarnemingen niet naar toevallige begrippen, maar naar het uiteindelijke subject, dat hun bron is, helemaal op zijn plaats in een oneindige straling.

U spreekt over een subject en een object. Bestaan zij werkelijk?

Nee, het subject en het object zijn slechts een schepping van het geheugen. Wanneer we een object denken, waar is dan het subject? Wanneer we een subject denken, waar is dan het object? De twee verschijnen na elkaar, overigens net zoals oorzaak en gevolg; zij kunnen niet gelijktijdig worden gedacht. Wij kunnen slechts één gedachte tegelijk hebben. Het bewustzijn en zijn object zijn één, de dualiteit is maar een verzinsel, hij steunt op de niet-dualiteit.

Als wij maar één gedachte tegelijk kunnen hebben, betekent dat dan dat er een getuige is die deze registreert, want hoe zouden wij ons hem anders kunnen herinneren?

Vanuit het metafysisch standpunt is het geheugen niets anders dan een denkwijze. Wanneer het verschijnt is dat altijd in het nu. Zolang er een subject met een wil bestaat is er nog een getuige. Het verdwijnen van de één brengt het verdwijnen van de ander met zich mee. Vorm en naam zijn niets anders dan bewustzijn, het object is niets anders dan bewustzijn.

Waaruit bestaat het onderscheid maken?

Het is een onderzoek van datgene wat wij niet zijn, maar waarmee wij ons bij vergissing vereenzelvigen.

Hoe kunnen wij datgene wat vals is onderscheiden als wij het ware niet kennen?

Het verdwijnen van de agitatie, van de verstrooiing, maakt het voorvoelen van de werkelijkheid mogelijk. Dit voorgevoel is te vergelijken met het beeld van de maan die zich weerspiegelt in het water; de weerspiegelingen zijn niet de maan zelf, evenals het voorgevoel niet de werkelijkheid is. Wanneer men zich er helemaal aan overgeeft, dan ontstaat een begrijpen zonder dat er iets wordt begrepen of dat er een iemand is die begrijpt.

Gelooft u niet dat de geconditioneerde reflexen zo verankerd zijn in het lichaam dat zij niet te scheiden zijn van de functionele reflexen?

Men moet ze zorgvuldig onderzoeken, vaststellen dat wij doorlopend anticiperen. Op het niveau van de lichamelijke gerwaarwording brengt iedere spanning die gericht is op een doel ons van de ene toestand naar de andere, van de ene houding naar de andere, waarbij een aantal zones die de aandacht vragen tijdens deze verandering ons ontgaan, waarbij een menigte parasitaire verkrampingen en knopen blijft bestaan. Wij moeten ons vóór alles bevrijden van een geprojecteerd einddoel om een opruiming van spanningen mogelijk te maken.

Om het veld van mijn lichamelijke toestand te leren kennen, zou ik dus de spanningen moeten accepteren wanneer deze zich manifesteren?

Het woord acceptatie kan de indruk wekken van het opgeven van iets. In werkelijkheid is er niets om op te geven. Wat wij onder accepteren verstaan betekent open staan. Wij accepteren de gewaarwording volledig, zonder beperking, zonder dat er iemand staat te regelen of te controleren. Het is een luisteren dat het lichaamsveld en zijn energieën in staat stelt op te bloeien en één harmonieus verband te vormen. De nieuwe gewaarwordingen gaan de geconditioneerde reflexen uit de weg ruimen. Deze laatsten bestaan immers uit gewaarwordingen die verlopen volgens vaste patronen. Wanneer de vaste patronen zijn opgeruimd is ieder gebaar een nieuw gebaar.

Wanneer ons lichaam het object wordt van onze aandacht, dan ontdekken we wat we het subtiele lichaam kunnen noemen; het wordt gelijktijdig ervaren als leeg, elastisch en energiek.

Waar vloeit dan de beweging uit voort en waar steunt zij op?

De beweging maakt in dat geval geen gebruik van een steunpunt. Zij is gewichtloos en zonder antagonist. Het is een gelijkmatige ontplooiing van energieën in de ruimte.

Welke rol speelt de ademhaling bij de lichaamshoudingen?

Alvorens een bepaalde duur of richting aan de adem te willen geven, zou men deze moeten terugbrengen tot zijn oorspronkelijke staat, anders voegen we een conditionering toe aan een andere conditionering. Elk wilsbesluit moet verdwijnen. Deze adem is niet beperkt tot de borstkas maar speelt zich af in de gehele omringende ruimte. Het lichaam heeft geen begrenzing meer en de adem voedt op zijn beurt deze globale onbegrensde gewaarwording.

Deze benadering veroorzaakt een ontwaken van alle in aanleg in ons aanwezige energieën en brengt ze tot ontplooiing; zij worden dan in een verticaal verloop gebracht en nemen onze gehele structuur mee naar deze verticaliteit. Door dit werk wordt de waarheid voorvoeld. Dit pad brengt ons dus tot een meditatieve houding. Deze meditatieve toestand, die niet berust op een hersenactiviteit is een tegenwoordig zijn zonder object, dat vervolgens wordt geleefd bij aanwezigheid van objecten.

Wat denkt u van de visualisatie om te komen van de beperkte gewaarwording tot de globale gewaarwording?

De visualisatie is de projectie van het beeld van een gedeelte van het lichaam. Men kan dus nooit op deze manier komen tot de globale gewaarwording van het lichaam. Ik kan mij mijn lichaam als volgt voorstellen: voorkant, achterkant, linker- en rechterkant; ik kan me het evenwel niet in zijn totaliteit voorstellen. In een toestand van luisteren zonder projectie kan zijn totaliteit worden gewekt en de bewegingen vloeien dan uit deze gewaarwording voort.

U heeft het dus zo voorgesteld dat dit werken met lichaamshoudingen de meditatie zou voorbereiden, een wijze van meditatie is?

De eigenlijke meditatie is geen toestand, zij is tijdloos; de tijdelijke toestanden leven in haar. Zo leeft ons lichaam in ons. Door een lichaamshouding aan te nemen, worden de fijnste veranderingen ervan beluisterd, die ons zijn geschiedenis vertellen op dezelfde manier als we naar een waterval zouden luisteren of het vliegen van een vogel door de lucht.

De meditatie, die in het begin is te beschouwen als een laboratorium, stelt ons in staat ons er rekenschap van te geven dat wij niet luisteren. Wij willen voortdurend contoleren, richten, weigeren.

Door deze observatie bevinden wij ons buiten dit proces. Op dat moment komen wij tot de overtuiging dat er niets valt te winnen of te verliezen. Wij verkeren in een stilte zonder projectie, die als zodanig met ons lichaam wordt beleefd.

Deze lichamelijke rust is nog een object, maar het voorgevoel van ons ware wezen dat er rechtstreeks van afkomstig is verschijnt in deze rust.

Wordt de meditatieve toestand gevonden door een methode?

U heeft een techniek nodig om een fysieke of mentale activiteit te bedrijven in een tijd-ruimte domein. Om uw geest tot rust te brengen heeft u geen enkele methode nodig. Zolang u de nutteloosheid van iedere mentale beweging, van elk wilsbesluit nog niet zult hebben ingezien, zal het tot staan brengen van de agitatie altijd een probleem blijven.

Gedachten worden voortgebracht door het geheugen, het verleden; zij kunnen u niet uw ware aard laten ontdekken. U kunt uzelf nieuwe schema's eigen maken, theorieën en ideeën, maar u zult altijd in de psychologische mal van een ik blijven. Bedoelingen vormen een beweging van het centrum naar de periferie; dat is dus een fragmentair standpunt. In een luisteren dat totaal is wordt uw geconditioneerde energie geresorbeerd en kan de energie van de al-mogelijkheid boven komen. Dan treedt de onpersoonlijke, scheppende intelligentie in werking.

Terug naar de artikels