Het zichtbare en het onzichtbare

Geef tegelijk aandacht aan dat wat gezien wordt (je hand bijvoorbeeld) en aan het Onzichtbare hier dat ziet.

Bekijk je hand. Laat ze heel langzaam bewegen. Ben jij in die hand of is zij in jou?

Ga door je hand te bekijken. Hoe zou het mogelijk zijn dat je ...

... haar kleur waarneemt, als jijzelf niet zonder kleur was?
... haar vorm waarneemt, als jijzelf niet zonder vorm was?
... haar bewegingen waarneemt, als jij niet onbeweeglijk bent?
... haar complexiteit waarneemt, als jij niet absoluut eenvoudig bent?
... haar grenzen waarneemt, als jij niet zonder grenzen bent?
... haar ondoorzichtigheid waarneemt, als jij niet transparant bent?

Hoe kan je deze hand bevatten als jijzelf niet leeg bent?

Hoe zou je de pijn in die hand kunnen voelen (nu bijvoorbeeld, als je met je duimnagel duwt op het uiteinde van je wijsvinger), als niet in jou een achtergrond van niet-pijn aanwezig was?

Hoe zou je het geluid dat je hand maakt kunnen horen (nu bijvoorbeeld als je met de vingers knipt), als dit niet weerklonk op de achtergrond van jouw stilte?

Terug naar de oefeningen