|
Van aangezicht tot geen-aangezicht Dit experiment doe je samen met een vriend. Kijk naar elkaar. Let op het gezicht van de ander: zie de vorm, de kleur, de ogen, de neus, het haar, enz. Merk nu dat, als je je aandacht 180° omkeert, je hier bij jezelf geen gezicht ziet. Geen ogen, geen kleur, geen vorm hier. Helemaal niets te zien. Leeg, open, helder, onbegrensd. En deze 'ruimte' hier is vol van het gezicht van de ander. Sta jij in je huidige ervaring van aangezicht tot aangezicht (face to face), of is het eerder gezicht tot geen-gezicht (face to no-face) ? Heb je met je vriend een onderhoud onder vierogen, of is het twee ogen daar en geen ogen hier? Heb je niet je hoofd verloren en het hoofd van je vriend in de plaats gekregen? Je hebt zijn gezicht gekregen, zijn verschijning. Natuurlijk van buitenaf gezien hebben jij en je vriend twee hoofden. Maar jij ziet de situatie niet van buitenuit, maar van binnenuit: er is geen afstand. Verdwijnt je gezicht/hoofd niet ten gunste van dat van je vriend? Door je eigen hoofd te verliezen krijg je dat van iedereen in de wereld terug. Je bent jouw vriend. Je bent je naaste. Zo ben je 'gebouwd': open voor anderen. Is dit bewustzijn geen stevige basis voor liefde voor de 'ander'? |